Van wereldwijd tot binnenkerkelijk
2001-06-08
Een blik in de kranten van zaterdag 19 mei 2001 leert dat er in Nederland veel discussie gaande is over de verhouding tussen ‘kerk’ en ‘staat’. Twee voorbeelden. In NRC Handelsblad verdedigt SGP-voorman ir. Bas van der Vlies de christelijke politiek tegen het verwijt van intolerantie. En Trouw wijdt een pagina aan het hoofddoekje dat in Nederlandse rechtbanken vooralsnog taboe is. Te midden van alle discussie zet de Landelijke Vergadering (LV) van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) op deze zaterdag haar werk voort. Minder opzienbarend -maar toch- wordt ook daar gesproken over diverse vragen op het grensvlak van kerk en wereld.- Jaargang 45
- nummer 12
Christian Reformed Church
Dr. D.H. Engelhard was voor de tweede maal te gast op een LV. Hij brengt de afgevaardigden op de hoogte van het reilen en zeilen van zijn Christian Reformed Church in North America (CRC). Eerst licht hij de organisatie van zijn kerken toe. De activiteiten van de CRC zijn strak ingedeeld in vijf ‘ministries', compleet met eigen deputaatschappen en ‘agencies’. Hij hoopt dat zijn kerken met de NGK kunnen samenwerken, bijvoorbeeld door het uitwisselen van informatie en medewerkers.
Vervolgens geeft dr. Engelhard een toelichting bij vijf kwesties die zijn kerken bezighouden. (1) De CRC-synode besloot al in 1995 dat het ‘toegestaan’ maar niet ‘verplicht’ is dat kerken zusters als ouderling of predikant benoemen. Inmiddels zijn 125 van de 1000 kerken daartoe ook overgegaan.
Volgens dr. Engelhard is een grote meerderheid van de leden blij met deze situatie. Bij sommigen leeft er echter nog diepe ontevredenheid, omdat er nog maar zo weinig vrouwen in het ambt staan. Anderen blijven de overtuiging toegedaan dat de kerken met deze beslissing niet op de weg van God gaan. (2) Op een harmonieuze manier ontwikkelen de kerken ‘nieuwe vormen van eredienst’. (3) De CRC vindt het niet nodig dat er met inclusieve taal over God wordt gesproken (Hij/Zij). (4) De kerken blijven het onderscheid hanteren tussen homosexuele geaardheid en homosexuele praktijk. Al sinds 1973 vindt de CRC dit laatste niet goed. Wel wil zij haar homoleden pastoraal begeleiden. Een studierapport met handreikingen daartoe wordt momenteel door de kerken besproken. (5) Ook in Noord-Amerika vindt er getouwtrek plaats over de opleiding.
Dr. Engelhard: ‘we need more pastors’. Het is in de CRC nogal populair om mensen met ‘singuliere gaven’, zonder specifieke predikantsopleiding (via de route van artikel 8 van de kerkorde), predikant te laten worden.
Buiten verband
Het derde waarover dr. Engelhard de vergadering inlicht, is de atmosfeer in de CRC. Tien jaar geleden waren er veel spanningen in de kerken, met name over de kwestie van de vrouw in het ambt. Sindsdien zijn er 40.000 leden buiten het verband gegaan. Een deel van hen heeft zich aaneengesloten in een nieuw kerkverband: United Reformed Churches. De Amerikaanse gast schetst de droefheid en de pijn in de CRC over deze ontwikkeling.
Tegelijk merkt hij ook een gevoel van opluchting: er kan nu meer positief aan de kerk worden gewerkt. Dr. Engelhard ziet, ten vierde, grote overeenkomst in de context van de NGK en de CRC: door de verregaande secularisatie dreigen de kerken in de marge geduwd te worden. De ‘moderator’, zoals men in de CRC de praeses pleegt te noemen, concludeert dat de NGK en de CRC in veel opzichten één zijn: in geloof, in hoop, maar ook in de problemen die deze tijd met zich meebrengt. Hij vraagt dr. Engelhard de groeten van de LV over te brengen aan de zusters en broeders in Noord-Amerika. (Meer informatie vindt u op
www.crcna.org, DT)
Buitenlandse zaken
De vergadering blijft in de exotische sfeer. Br. A.P. de Boer, voorzitter van de sectie buitenland van de commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken (CCS) geeft een toelichting bij de werkzaamheden van zijn sectie. Hij verzekert de vergadering dat hij geen onderdeel uitmaakt van een ‘reislustig gezelschap’ dat steeds op zoek is naar tal van kerken om mee samen te spreken. De CCS is eerder passief: ‘we wachten op wegen die de Here ons wijst’. Contact met anderen is wel nodig, want het aantal gereformeerde christenen is ‘verdwijnend klein’. De maatschappelijke context en de kwesties die spelen zijn in het buitenland vaak dezelfde als in de eigen NGK. Er wordt alom nagedacht over lastige vragen rond bijvoorbeeld: vrouw en ambt, de inrichting van de eredienst en de ontmoeting tussen gereformeerde en evangelicale christenen.
Br. De Boer vraagt zich af: ‘hoe zouden we wat door andere kerken wordt gedaan, meer vruchtbaar kunnen maken voor onze kerken?’ Het werk van zijn commissie is niet alleen belangrijk voor informatie-uitwisseling, het is ook een stimulans voor de voorbede voor anderen. Zo wijst hij erop dat er door de Reformed Church in Japan voor de LV wordt gebeden.
Hulpverlening
In de bespreking knoopt ds. H. van der Velde aan bij een opmerking uit het rapport van de CCS. Deze commissie krijgt o.a. via het internet een ‘tamelijk constante stroom’ steunaanvragen van buitenlandse kerken. Ds. Van der Velde vraagt concreet aandacht voor de kerken in Indonesië ‘waar mijn hart nog steeds een beetje ligt’. Vooral voor de wederopbouw van de kerken op Soemba is veel geld nodig. Br. De Boer vindt dit een lastige vraag. ‘Wij kunnen daar heel weinig mee’. De CCS heeft geen eigen fondsen en de NGK hebben ook geen eigen commissie voor hulpverlening in het buitenland. De CCS sluist vragen zo goed mogelijk door naar andere instanties, maar of dat altijd werkt ‘weten we niet’.
Van verschillende kanten wordt ook aangedrongen op de noodzaak van contactoefening met de kerken in Zuid-Afrika die zijn ontstaan uit de zendingsarbeid van de NGK. De praeses, ds. J. Bouma, suggereert, dat de kerken het zendingswerk over drie jaar op de agenda van de LV kunnen plaatsen.
Hij vindt dat belangrijk, omdat de zorg voor de inmiddels zelfstandig geworden zendingskerken de draagkracht van plaatselijke gemeenten vaak te boven gaat. De vraag van br. De Boer opent voor een aantal afgevaardigden weidse vergezichten. Verschillende suggesties worden gedaan: van het aankondigen van studies uit andere kerken via Opbouw tot het publiceren van adressen van gereformeerde kerken in het buitenland op www.ngk.nl. Dat laatste lijkt de sectievoorzitter een ‘mer à boire’, maar in het eerste ziet hij wel wat. De vergadering sluit zich hierbij aan, zodat de CCS in het vervolg de NGK via Opbouw zal informeren over interessante publicaties etc. uit haar zusterkerken. De vergadering spreekt verder haar ‘teleurstelling’ uit over het besluit van haar Nieuw-Zeelandse tegenvoeter, de synode van de Reformed Church of New Zealand, om niet langer met de NGK te corresponderen.
Hoge overheid
Na geruime tijd op een bescheiden plek achterin de zaal gezeten te hebben, krijgen de brs. R.R. Roukema en G. Rietkerk vervolgens gelegenheid het verslag van de commissie Contact met de Hoge Overheid (CCHO) toe te lichten. Het werk van deze commissie beslaat een breed terrein. Via het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) denkt de CCHO mee over bijvoorbeeld de geestelijke verzorging in gevangenissen, de 24-uurs economie en de rechtspositie van predikanten.
De afgevaardigden zijn echter vooral benieuwd naar de achtergrond van de keuze van de CCHO om geen bezwaar aan te tekenen bij de overheid tegen het wetsvoorstel over het ‘homohuwelijk’. De commissie werd door vertegenwoordigers van o.a. de Christelijke en Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken uitgenodigd om mee te doen met een protestbrief. De CCHO besloot deze brief niet te ondertekenen. In de eerste plaats, omdat ze erg weinig tijd had om een beslissing te nemen.
‘Ook waren we onvoldoende zeker of we namens de NGK konden spreken’. Verschillende afgevaardigden kunnen zich niet vinden in deze keuze. Ds. J.J. van Es spreekt namens de regio Harderwijk ‘verbazing’ uit. Br. F.D. Meijer weet dat er meerderen in de regio Kampen zijn die deze keuze zeer ‘betreuren’. De kerk van Schiedam is zelfs ‘verontrust’.
Homo-huwelijk
Voor br. Rietkerk was het echter wel een principekwestie. Hij legt de vergadering uit dat in het gereformeerde kerkrecht een deputaatschap alleen een taak mag uitvoeren die door een kerkelijke vergadering helder omschreven is. De CCHO heeft echter een heel algemene opdracht meegekregen, namelijk: de NGK bij de overheid te (doen) presenteren. Als zij dus een uitspraak doet over een specifiek geval, zoals het homohuwelijk of de euthanasiewetgeving, doet zij het ‘per definitie fout’. Anders gezegd: de commissie heeft geen ‘blanco cheque’ gekregen om namens de NGK ethische uitspraken te doen. Toch heeft de CCHO bij de overheid bezwaar aangetekend tegen de nieuwe euthanasiewetgeving.
Ze hanteert daarbij de volgende richtlijn: is er voor deze uitspraak een heel breed draagvlak? Br. Rietkerk ziet in dat hier een spanningsveld ligt. Dat is de laatste jaren, onder ‘paars’, sterk toegenomen. Hij vraagt begrip voor de keus van de CCHO om zich niet te laten leiden door het ‘Volksempfinden’, maar kerkrechtelijk zo correct mogelijk te handelen. Om te weten welke speelruimte de commissie in de toekomst heeft, wil hij ook weten of de LV kan instemmen met de gevolgde gedragslijn. In meerderheid blijkt dat het geval. Twaalf afgevaardigden keuren de gevolgde koers af, vijf onthouden zich van stemming.
Evangelie en moslims
De NGK worden in de stichting ‘Evangelie en moslims’ (E & M) vertegenwoordigd door zr. N.G.A. Waaning en br. D.H.W. Delhaas. Beiden zijn aanwezig om hun verslag toe te lichten.
Het blijkt niet overbodig te zijn dat zr. Waaning eerst de contouren van het werk van E & M schetst. Het doel van de stichting is: ‘gemeenten en gemeenteleden bewust maken van hun roeping om het Evangelie te de met hun Moslimnaaste en hen daar ook in toe te rusten’. Volgens zr. Waaning moet de toestroom van vluchtelingen niet alleen als ‘probleem’ worden gezien. Het is ook een ‘vreugdevolle ontdekking’ dat ‘de einden der aarde’ nu naar Nederland komen. De NGK hebben afgesproken om elk fl. 1,00 per ziel af te dragen aan de stichting. Geld dat o.a. wordt gebruikt voor toerustingswerk via cursussen en het verspreiden van materiaal. Voor de komende jaren wordt de bijdrage voor de stichting verhoogd naar Euro 0,60.
Liedboek 200..?
De vorige LV gaf br. T. Hoekstra en ds. J.H. Veefkind de opdracht om waar mogelijk namens de NGK deel te nemen aan de voorbereidingen voor het Liedboek 2000. Inmiddels schrijven we 2001 en is er -inderdaad- nog geen nieuw liedboek in omloop. Ds. Veefkind schreef de vergadering, dat de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied pas dit jaar met de voorbereidingen voor een nieuwe bundel gezangen gaat beginnen. Hij vraagt en krijgt van de LV opnieuw mandaat om te streven naar een waarnemerschap van de NGK bij de vorming van een nieuwe bundel. Daarbij moet via de officiële kanalen contact gezocht worden met de terzake belaste deputaten van de Christelijke en Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken. Br. D.P. van Voornveld relativeert wel het nut en de noodzaak van een nieuwe zangbundel. Voor de eigen NGK-bundel blijkt immers volgens de steekproef in Opbouw (27 april j.l) ‘nauwelijks belangstelling’ te zijn. De afgevaardigde ziet verder weinig in een bundel, die de keuzemogelijkheden beperkt. ‘Als we het willen zingen, doen we het toch’. Veel liever ziet hij een landelijke ‘permanente commissie’, die liederen van goede kwaliteit uitzoekt en aanbiedt aan de kerken.
Steunbehoevende studenten
Vanuit Emmeloord is een deel van de commissie ‘Steunbehoevende studenten’ naar Amersfoort gekomen. Deze commissie geeft financiële bijstand aan predikanten in opleiding. Br. W.
Logtmeijer licht het verslag toe. Hij hoopt niet dat de trend zich voortzet dat steeds meer kerken haar financiële verplichtingen niet nakomen. Dat is temeer een probleem omdat het aantal verzoeken om steun toeneemt. Op de vraag van ds. G. de Lange, wat er gebeurt met kerken die hun bijdrage voor deze commissie niet voldoen, klinkt uit de zaal: ‘die krijgen geen predikant’!
Ondertekeningsformulier
De regiokerken van Schiedam hadden de LV schriftelijk laten weten dat zij in het ondertekeningsformulier voor dienaren van het Woord een kleine aanvulling hebben aangebracht. Ter vergadering legt br. J. Bennis uit dat de regio daartoe besloot, omdat zij de oorspronkelijke formulering van de LV van Apeldoorn (1995) op meerdere manieren kon uitleggen. Als een dominee belooft zich te ‘onderwerpen aan het oordeel van de regionale vergadering’, moet er volgens de kerken van Schiedam e.o. bij: ‘zonodig ook’ van de ‘eigen’ regionale vergadering. Afgevaardigden uit andere regio's vinden deze aanvulling echter niet zo nodig. Ds. Bouma merkt op dat er maar één uitleg mogelijk is, tenminste wanneer je het formulier leest met artikel 30 van het Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS) in je achterhoofd. Ds. K. Muller wil graag een ‘hoge mate van uniformiteit’ in de gebruikte formulieren. Als de regio Schiedam het landelijke formulier niet goed vindt, moet ze een voorstel indienen. Ds. M. Janssens is het daar niet mee eens. Hij vindt dat het een regionale vergadering vrij staat om het formulier al dan niet in te voeren of aan te passen. De praeses sluit de discussie met de oproep: ‘laten we onze eigen besluiten serieus nemen’.
In stilte
Onder het kopje ‘Aangepaste diensten’ wordt een voorstel van de regio Enschede-Zwolle besproken. Deze regio stelt voor, dat de NGK mee gaat doen in het Interkerkelijk Dovenpastoraat (ID). Br. A. Borg uit Dordrecht juicht het voorstel toe en biedt aan, dat zijn gemeente wil meewerken aan de uitvoering ervan. In Dordrecht heeft de NGK namelijk grote ervaring met dovenpastoraat. Ds. C.T. de Groot vraagt zich wel af, of er een ‘behoeftenpeiling’ is gedaan door de regio Enschede-Zwolle. Hoeveel leden hebben behoefte aan deze vorm van pastoraat?
Ds. G.J. Lakerveld weet geen concrete aantallen. Br. S. Huizinga deelt mee dat er in Arnhem een pastoraal werker is aangesteld voor dovenpastoraat in de provincie Gelderland en is op grond daarvan overtuigd van het belang van dit werk. De praeses merkt op dat er ‘in stilte veel meer geleden wordt, dan bekend is’. Hij stelt daarom voor dat de LV een commissie onderzoek laat doen naar deelname van de NGK in het ID. De vergadering stemt daar unaniem mee in.
Akkoord van Kerkelijk Samenleven
Tijdens de vierde zitting had de regio Noord-Nederland een voorstel ingediend om het AKS te actualiseren ‘zonder dat daarbij sprake is van uitbreiding of aanscherping’. Vooral de rechtspositie van predikanten mag wel wat beter vastgelegd worden. Ook wil de noordelijke regio dat de kerken kunnen beschikken over een handzame uitgave van het AKS, aangevuld met relevante besluiten van diverse LV’s. Ds. C.C. Koolsbergen licht deze wens toe. Hij wil vooral dat het AKS ‘enigszins leeft’ en wordt gebruikt, want het is een goed bundeltje regelingen die ‘een zekere geldigheid hebben’.
Br. W. Ferwerda is niet zo onder de indruk van de omvang van de actualisering: ‘moet daar nu een commissie voor komen’? Ds. G. Nieuwburg denkt dat een commissie die het AKS moet actualiseren het niet makkelijk gaat krijgen, ‘zeker als daar theologen in zitten’, want ‘die hebben altijd moeite met het onderscheid tussen vorm en inhoud’. Anderen onderstrepen het belang van een actuele uitgave van het AKS. Ds. De Groot: het is ‘zeer dienstig voor de kerken, als er gewoon duidelijk is wat we besloten hebben’. Met 17 tegenstemmen, gaat de LV akkoord met het instellen van een commissie die een actualisering van het AKS moet voorbereiden. De LV hoopt op 9 juni verder te vergaderen. Het zal dan gaan over opleiding, tienerwerk, diaconaat en steunbehoevende kerken.