06-14798313
2001-06-08
Het nummer staat op een klein papiertje.- Jaargang 45
- nummer 12
Een collega van een andere opleiding drukt het in mijn hand en stelt: "Jij bent haar mentor. Ze valt dus onder jouw verantwoording."
Mijn verantwoording? Mijn meiden doen zoiets niet, denk ik cynisch.
We spreken over Cindy. Ze zit inderdaad in mijn klas en vanuit dat oogpunt zou je kunnen zeggen dat ze onder mijn verantwoording valt.
Mijn collega vertelt dat in zijn klas drie leerlingen betrapt zijn op drugsgebruik.
Ze zeggen dat ze dat spul gekocht hebben bij Cindy. Ze vermeldde dat je alleen maar haar 06-nummer hoeft te bellen. Na het opgeven van je bestelling kan je na schooltijd aan de overkant bij de kelderboxen van de flat je spul ophalen.
"Jouw Cindy is zelfs van plan om visitekaartjes te laten drukken met deze dergelijke tekst erop."
Het is mijn Cindy niet, denk ik.
Ze heeft op dit moment wel mijn aandacht en mijn zorg.
Ik wandel vervolgens naar mijn directeur en spreek met hem af dat ik binnen de grenzen van het ‘protocol veilig schoolklimaat’ volledige vrijheid van handelen heb, mits afgestemd met de politie.
Dus bel ik D. Na een praatje over de Loverboys van vorige week, komen we bij Cindy uit. Ik geef het nummer door, noem haar naam en vraag of ze bekend is bij de plaatselijke narcoticadienst.
Ik bel ook zelf het 06 nummer. Met *31* maak ik mijn eigen nummer onzichtbaar.
Cindy’s voice-mail staat me vriendelijk, maar zonder drugstoestanden te woord. Aangezien ik niets te bestellen heb, hang ik maar weer op.
Thuis denk ik na over Cindy.
Loopt zij vermomd als het niet al te snuggere blondje door de school drugs te verspreiden alsof het kauwgom is, of is ze een onnozel schaap wat zich laat gebruiken en niet door heeft dat ze met vuur speelt.
Ik denk dat Cindy geen slimme dealer is, maar een sneu figuur op onze school.
Ze is een eenling. Staat wat buiten de groep. Komt uit een gebroken, wat sociaal arm gezin. Ze spijbelt weinig, doet redelijk haar best, maar is geen hoogvlieger. Rijdt veel en vaak alleen met haar scootertje door de stad.
Wordt ze erin geluisd door drie betrapte blowers?
Ik zit in een dilemma; Ik ben haar mentor, niet haar aanklager. Ga ik een gesprek aan? Zo ja, doe ik dat als begeleidende mentor in een vertrouwensrelatie of als functionaris van onze school. "Oké je geeft toe, dus… van school jongedame."
Ik zie haar dan helemaal wegglijden.
In die tent waar zij die rotzooi kreeg, hebben ze vast wel werk voor haar.
Wat doe ik: hulpverleningstraject of justitieel traject?
Ik word teruggebeld door D. Ze is niet bekend.
Die middag roep ik Cindy bij me.
Met haar strak naar achter gebonden haren, en haar adidas trainingsjack zit ze me vragend aan te kijken.
"Cindy, op deze school zijn er leerlingen die zeggen dat ze van jou drugs hebben gekocht".
"Wie heeft dat gezegd?", reageert ze fel.
Ik beschouw, onwillekeurig, deze zin als een bekentenis.
"Je zou zelfs al visitekaartjes willen laten drukken."
"Dat was maar een geintje. Ik ga echt niet een dealer worden."
Na deze verrassende openingszinnen ontstaat er een gesprek.
Mijn ideeën over haar kloppen, ze gebruikt drugs en heeft een keer drugs aan leerlingen verkocht.
Een zak van 200 gram had ze in haar scooterkoffer gehad. Op die dag hadden de drie leerlingen van haar gekocht.
Ze had toen die grappen over bestellingen en visitekaartjes enzo gemaakt.
Ze kijkt me aan. Angstige bruine ogen: "Moet ik nu van school?"
Vreemd.
Ik geloof haar verhaal.
Ik besluit het hulpverleningstraject te kiezen.
Ze viel per slot onder mijn verantwoording.