Brood en wijn
2001-06-08
De vrouw van onze koster vertelt hoe haar man ooit eens tijdens de feestdagen, alle winkels dicht, ontdekte dat er nog avondmaalsbrood nodig was voor de volgende dag. Gelukkig kon haar schoonvader, politieagent en daardoor bekend met en wellicht ook de allerbeste kameraad van de plaatselijke bakkers, nog witbrood regelen.- Jaargang 45
- nummer 12
Een ander verhaal kwam naar boven, vernomen uit zeer betrouwbare bron, spelend in een behoudende kerk.
Zondag, vlak voor de (avondmaals) dienst. Broeder X komt vrij vroeg de kerk in en wordt direct aangeschoten door de koster. ‘Heb jij thuis toevallig een paar flessen zoete rode wijn?’ Broeder X schudt zijn hoofd, begrijpt direct wat het probleem is. ‘Heb je broeder N al gevraagd?’ Dat heeft de koster, maar zelfs broeder N heeft niet zomaar thuis een paar flessen zoete rode wijn staan. Wat nu?
Ineens krijgt broeder X een ingeving.
‘Joh, het is koopzondag!’ Toeval? Ze dempen toch maar even hun stemmen. ‘Hier heb je mijn autosleutels,’ zegt de koster. ‘Gaan!’ Broeder X rijdt gezwind naar de grootgrutter die ooit in de Zaanstreek begon, sluipt de winkel door, grijpt de wijn, betaalt met zijn pinpas. Snel loopt hij naar de auto, rijdt weg van het parkeerterrein.
Bij de kerk kan hij gewoon uit de auto stappen. Een kerkenraadslid dat de wijn verzorgt.
De gemeente kan rustig avondmaal vieren.