Troost

1998-01-09
  • Jaargang 42
  • nummer 1
Nergens voelt een mens zich zo machteloos als bij het verdriet dat mensen overkomt. Ook als pastor.
Hoe kun je adequaat troost bieden? Hoe kun je helpen? Schieten woorden vaak niet kort en worden oplossingen veelal niet te snel en te gemakkelijk aangedragen. We voelen ons vaak zo machteloos, omdat we teveel willen, en daardoor aan het doel voorbij schieten. We willen zo graag hoop bieden, maar doen dat veel te haastig. Ik herinner me uit mijn eerste gemeente een voorval, waarbij ik zo graag iets aan de mensen wilde meegeven. Christelijke troost.
De mensen hadden nog maar pas een kind begraven, dat heel onverwachts was overleden. Ik las uit Psalm 23 over de groene weiden en de rustige wateren, en gaf als troost mee: ook voor jullie zullen de weiden weer een keer groen worden, waarop de moeder zei: "Dan zal wel waar zijn, maar daar kan ik nu helemaal niets mee beginnen".
Het was goedbedoeld, maar toch sloeg ik toen de plank volkomen mis.

Geborgenheid
Troost als het bieden van geborgenheid, dat is het eerste wat ik in het bovengenoemde boekje geleerd heb.
Het tweede is het bieden van uitzicht, maar dat is iets wat later komt. Ik vergeet dat echt niet, en kom er een volgende keer op terug. Geborgenheid. Wat blijkt de Bijbel dan toch weer een heel praktisch boek te zijn. Een troostboek bij uitstek. Met name het psalmboek, waar het bieden van troost één van de rode draden is. Denkt u maar o.a. maar aan Ps. 71, waar troost allereerst geborgenheid betekent: "Bij U, 0 Here, schuil ik ..." Dat is in verschillende psalmen een telkens terugkerend refrein. God bij wie je kunt schuilen, op wie je mag steunen, bij wie je geborgenheid vindt.

Moeder en kind
Een soortgelijk voorbeeld van troost vinden we in Jesaja 66. Daar wordt voor het troosten een heel mooi en vertederend beeld gebruikt. Het beeld van een moeder, die haar kind de borst geeft en haar kind draagt op haar heup. Dit beeld van die moeder en dat kind drukt een en al geborgenheid uit. Een hulpeloos kind, dat beschutting, warmte en voedsel vindt in de armen, aan de borst van zijn moeder. Maar eerst schilder ik een contrast, waardoor het beeld nog meer gaat spreken.
Afgelopen zomer. Het was warm, de ramen stonden wagenwijd open en de scholen waren weer begonnen.
Een moeder had haar kinderen naar school gebracht, en liep met de jongste, een kleintje zo te horen, terug naar huis. Voor ons huis kwam het kind te vallen en het begon luid te huilen. Maar de moeder deed niets om het kind te troosten.
Ze pakte het kind niet op, drukte het niet tegen zich aan, ze begon het niet te knuffelen en te overladen met lieve woordjes. Nee, ze mopperde alleen maar op het kind: "Had dan toch beter uitgekeken". En het kind begon nog veel harder te huilen, waarop de moeder zei: "reken er maar niet op dat ik je ga dragen, je loopt zelf maar".
Waarop het kind om nog meer aandacht ging schreeuwen.

Verdriet
Troost. Wat is dat? Troost heeft eigenlijk altijd te maken met verdriet. En verdriet heeft te maken met het lijden dat je is overkomen. En er wordt heel veel geleden. Dat zie je niet altijd aan de buitenkant, maar er wordt heel veel geleden. Vaak in eenzaamheid, in stilte. En niet iedereen gaat op een zelfde manier om met het lijden dat in zijn of haar leven gekomen is. Niet iedereen geeft hetzelfde antwoord. De één wordt opstandig, accepteert het niet, een ander raakt verbitterd. Een derde trekt zichzelf terug in een gevoel van berusting, je moet nu eenmaal aanvaarden wat er in je leven gebeurt, een vierde lijkt weg te kwijnen. Weer anderen zijn verdrietig.
Verdriet heeft dus te maken met het lijden dat je overkomt. De pijn die je leven binnendringt. Dat kan ziekte zijn, het kan ontslag zijn, een huwelijk dat in scherven ligt of het sterven van iemand van je veel hebt gehouden.
Verdriet wil zeggen: Ik kan het zo moeilijk aanvaarden dat dit in mijn leven is gekomen en aan de andere kant: ik weet daarom ook niet hoe ik het een plaats moet geven. Het ligt er in mijn leven als een zware steen die ik niet van zijn plaats weet te krijgen. Ik weet niet goed hoe ik er mee moet omgaan en tegelijk maakt dat me ook zo machteloos en kwetsbaar.
Want de mensen om me heen weten me precies te vertellen hoe ik het moet doen.

Eenzaam
Daarom kun je je in je verdriet vaak ook zo eenzaam voelen en onbegrepen door mensen. Zelfs door mensen in je naaste omgeving. Ook hierin zijn de psalmen heel herkenbaar voor ons.
"Uit de diepten roep ik tot U, 0 Here. Here, hoor naar mijn stem" en "Wees mij genadig, 0 Here, want ik ben benauwd; van verdriet verkwijnt mijn oog, mijn ziel en mijn lichaam."
In het psalmboek zoeken de dichters de troost in hun verdriet met name bij God. Daar is ook wel een reden voor, want mensen stellen vaak teleur en laten iemand gemakkelijk in de steek. Je kunt jammer genoeg niet altijd op mensen bouwen.
Troosten. Hoe doe je dat? Het is heilzaam om dan je oor te luisteren te leggen bij het Woord van God. Want God is één en al troost. Bij Hem kun je als mens altijd terecht. Van Hem kun je ook heel goed leren wat troost inhoudt.

Een schuilplaats
God, de hoorder der gebeden, troost de gelovigen die tot Hem bidden. En u moet er eens opletten, in de Bijbel gaat het troosten nooit met veel woorden gepaard. Geen lange preken, niet zoeken naar allerlei verklaringen.
Maar troost is allereerst geborgenheid. Dat je op je gemak wordt gesteld, dat je je veilig voelt. Dat iemand naar je luistert en voor je zorgt. Dat vertederende beeld van de zuigeling, die huilt omdat het honger heeft en die dan troost vindt aan de borst van zijn moeder. Het kind dat gevallen is en verdriet heeft en door zijn moeder geknuffeld en verzorgd wordt.
En zoals die moeder haar kind troost, het zorg en geborgenheid geeft, zo troost God zijn volk. Zijn kinderen die lijden in deze wereld. Bij God vind je een plek om te schuilen. Een veilige plek waar je weer op adem kunt komen. God hoort zijn kinderen aan, laat hen zich helemaal uitspreken, verzorgt hen met eten en drinken.
Bij God kan een mens zich helemaal uitspreken, klagen, roepen, schreeuwen om hulp. Hij luistert naar je zonder je in de rede te vallen. Zijn hart staat altijd voor je open. En Hij vangt je op. Bij Hem kun je schuilen. Hij slaat in Christus zijn Vaderarmen om je heen. Hij verzorgt je, zó dat je weer op adem kunt komen en verder kunt gaan. En vanuit deze geborgenheid biedt God uitzicht en hoop!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief