Creativiteit als een gave van God
1998-01-09
Wie de maaltijd in huize Visser gebruikt, wordt tevens verrast met meerstemmige muziek uit de oosters-orthodoxe traditie. De stemmen van Joost en Natasja en hun kinderen blijken elkaar prachtig aan te vullen.- Jaargang 42
- nummer 1
Waar komt die muzikale gave vandaan? Laten we dat eens vragen aan Natasja Visser-Martinov. Natasja is hoofd drama bij de Evangelische Omroep. De familie Visser is lid van de Nederlands Gereformeerde kerk van Houten.
Kun je iets over je achtergrond vertellen?
"Ik ben opgegroeid in Zagreb, de hoofdstad van Kroatië. Mijn vader heeft een Russisch-orthodoxe achtergrond, mijn moeder is Luthers. Beiden vonden kunst erg belangrijk. In de Russisch-orthodoxe kerk ligt het accent op het visuele en de muziek is heel belangrijk. De muziek kom je ook sterk tegen in de Lutherse traditie, met daamaast de dichtkunst. Ik denk dat die achtergrond mij ook sterk heeft gevormd. Mijn ouders vonden dat kunst bij je opvoeding hoort; het was heel gewoon om een instrument te bespelen. Mijn vader speelde gitaar en trompet, mijn moeder piano. Ze namen me al jong mee naar de opera. Dat was heel indrukwekkend, zo'n gebouw met een prachtig klassiek interieur." Natasja's ogen beginnen nog meer te stralen ..... "Ik weet het nog, die eerste keer, toen was ik 8 jaar; ik zat op stoel nummer 37 .... Het was ook niet zomaar een operagebouw, je keek echt je ogen uit! Muziek speelde in het kunstzinnige leven van mijn ouders de hoofdrol; ze waren niet zo gericht op schilderijen of op beeldhouwwerk."
Je woonde in Joegoslavië, dat was een communistisch land. Vonden de communisten die muziek niet decadent?
Nee, de kunstzinnige vorming was onder het communistische bewind juist heel belangrijk, het werd enorm gestimuleerd.
In de opera van Zagreb werden veel uitvoeringen gegeven. Ik kan ook niet zeggen dat er sterk geselecteerd werd, alleen iemand als Wagner kon niet door de beugel.
Je hebt kritiek op het Nederlandse onderwijssysteem, omdat het zo gericht is op schoolse vaardigheden.
Hoe heb je het schoolsysteem in Joego-Slavië ervaren?
Men besteedde op de basisschool enorm veel aandacht aan muziek en zang. Als je kon zingen, ging je op het school koor. Van jongs af aan was het heel gewoon om 4-stemmig te zingen. Er werden regelmatig wedstrijden tussen de scholen gehouden. We kregen ook intensief les in tekenen en schilderen. Niet zoals in Nederland, van 'teken maar wat'. Nee, je leerde allerlei technieken. En als de klas dan een opdracht klaar had, werden alle tekeningen of schilderijen naast elkaar gelegd. De docent vertelde er dan van alles bij. Je was voortdurend aan het leren. Het enige wat me achteraf wel opvalt is dat alles als competitie gebracht werd; er waren voortdurend wedstrijden tussen' de scholen.
Jullie hebben 4 kinderen. Heb je bij . hen ook op een bepaalde manier naar de kunstzinnige talenten van je kinderen gekeken?
Dat vond ik inderdaad boeiend, toen mijn kinderen opgroeiden. Waar zitten bij hen de talenten? Ik vind dat je daar als ouders oog voor moet hebben. Ouders hebben het vaak over de cijfers, maar kijk ook maar eens breder! Op een gegeven ogenblik was het dan: "Daar heb ik je. En nou gaan we oefenen!"
En dan namen we ze bijvoorbeeld mee naar een museum of naar een muziekstuk. Maak de kunst levend voor ze! Net zoals mijn ouders met mij hebben gedaan. Acht jaar oud, in de opera van Zagreb, op stoel nummer 27.
Waar ben je zelf het meest op gericht?
Zelf hield ik me vooral bezig met de dans, omdat dat mijn opleiding was. Nu is het verschoven naar toneel en film, met het oog op mijn werk in het theater en bij de EO. Maar beweging blijft voor mij belangrijk. Als je beweegt komt de emotie mee en het versnelt het hele leerproces.
En dan nu een grote overstap: van de cultuur naar de kerk. De banken zijn loodzwaar, de gemeenteleden blijven netjes op hun plek zitten, de organist zit gekluisterd aan zijn orgelbank en de dominee staat een uur lang op de preekstoel ....
Die zithouding is bedacht om goed te luisteren naar de preek. Eigenlijk zijn onze klassieke kerkgebouwen een soort collegezalen. Dat kom je verder nergens tegen: zelfs in de trein zit je om-en-om. De kerk zien we als een leerzaal: die ene man op de preekstoel moet uitleggen hoe het zit, want hij weet het. Dat hebben we er van gemaakt, zo hebben we de kerkdienst beperkt tot een leerdienst in plaats van tot een eredienst. Maar je kunt toch wel op je klompen aanvoelen dat voor een eredienst meer nodig is. Hoe kun je nou in precies dezelfde houding een vrolijk lied zingen, bidden om kracht, God lof brengen, je geloof belijden?
In de evangelische kerken is men veel meer beweging gewend. Moeten het met de Nederlands Gereformeerde kerken die kant uit?
Van de evangelischen kunnen we veel leren. Maar aan de andere kant is veel van hun liturgie weinig doordacht. Men zou veel van de Cistercenziërs kunnen leren. In hun liturgie zit bijvoorbeeld veel beweging; over alles is goed nagedacht.
Bij het bidden buigen ze bijvoorbeeld: dat past bij een ootmoedige houding. Elke beweging klopt met de tekst.
Kun je nog iets meer vertellen over die bewegingen. Dat kan ook heel kunstmatig zijn, niet echt. Denk aan de 'Brinkman-shuffle', hij moest tijdens zijn toespraken een bepaald loopje maken, dat heel onecht over kwam. Dat risico loop je ook in de kerk. Hoe zou de beweging wel passend kunnen zijn in de eredienst?
In onze cultuur is een bepaalde gesticulatie gewoon. Dat word je als klein kind al aangeleerd. Als je daar bij aansluit in de christelijke gemeente, wordt het begrepen, dan past het. Als je ergens voor 'staat', zoals de Geloofsbelijdenis, dan snapt het kleinste kind al dat je daarvoor gaat staan. Net zoals wanneer de Koningin binnen komt: dan ga je staan. Dat duidt op eerbied voor iets of iemand. Als je zomaar iets doet, omdat je dat ergens gezien hebt, dan past het niet. Je kunt niet zomaar iets van een Chinese kerk ovememen. Je moet je in de betekenis verdiepen, anders ontstaan er gewoontes die niet meer kloppen met de bedoeling en met de cultuur; dan groeit er een soort vervreemding.
Hoe zit dat met de muziek?
Ja, daar hadden we het al even over. De kerkdienst wordt niet vanzelf beter als de dienst speelser wordt opgezet.
Het gaat erom dat we de vraag beter doordenken waar we mee bezig zijn.
Wat zing je, welke betekenis heeft dat lied, wat wil je aan God en aan de ander overbrengen? Daar moet in de eerste plaats muzikaal rekening mee worden gehouden en in de tweede plaats met de lichaamshouding. Een ingetogen tekst zing je bijvoorbeeld zachter dan een uitbundige lofprijzing, of langzamer.
Muziek kent nu eenmaal verschillen in tempo en dynamiek; daar moet rekening mee worden gehouden. Daarbij kun je zittend, staand of swingend zingen. Ik heb het gevoel dat er iets mankeert aan de opvoeding in Nederland, het is te verstandelijk en te weinig op het lichaam gericht. Bij de kerkmensen is dat nog iets erger. En dat terwijl we in de kerk zingen: "Lof zij de Heer Die uw lichaam zo schoon heeft geweven."
Heeft wat je vertelt ook invloed op de kunst in Nederland?
Precies! Daarom is er ook zo weinig christelijke kunst! Kunst heeft alles met creativiteit te maken. God is de grote Creator en wii zijn naar Zijn beeld geschapen. En dan zegt Jezus: "Ga heen en doe gij evenzo!" Wij zijn geroepen om te creëren. Of drinken we straks allemaal uit dezelfde plastic bekertjes uit dezelfde koffie-automaat? Of zijn we alleen creatief in het zoveel mogelijk geld verdienen? God heeft ons veel meer talenten gegeven, maar die laten we bij de opvoeding van de kleine kinderen al liggen!
Je hebt destijds in de Nederlands Gereformeerde kerk van Dordrecht gewerkt met een groep kinderen. Kun je daar iets over vertellen?
Ja, dat was in 1983. Ik merkte dat onze kinderen op de basisschool duidelijk tekort kwamen aan beweging, aan expressie. Toen dacht ik: zouden we niet iets kunnen doen met kinderen uit de kerk. Daar kwamen meteen zo'n 30 kinderen op af. De groep werd gesplitst in een groep voor jonge kinderen en een groep voor de bovenbouw van de basisschool. Er kwamen nog twee docenten bij: Debbie Gast en Ans de Mol. Samen hebben we o.a. eenmusical gemaakt naar aanleiding van 'De laatste strijd' van C.S. Lewis. Van het één kwam het ander. Ik begon met mijn eigen school, De Vuurvogel. Er groeide een groep van ongeveer 70 mensen. Overigens had de groep toen geen kerkelijke binding meer. We hebben o.a. het Bosnisch Requiem opgevoerd en The man in the long black coat van Bob Dylan. We hebben die productie ook opgevoerd op het Flevo-Festival van Youth for Christ.
Dat Bosnisch Requiem moet jou wel enorm hebben geraakt, want dat gaat over je vroegere land ....
Het raakte me inderdaad heel persoonlijk. Maar niet alleen mijzelf; het maakte op jong en oud een diepe indruk. Het had ook een pedagogische waarde: wat je niet met woorden of TV-beelden kunt uitdrukken, kun je wel op deze manier vertellen. Het raakt vooral de emotionele lagen van je persoon.
Inmiddels heb je ook een eigen theaterprogramma. Het houdt dus maar niet op ....
Ja, in 1991 ben ik dus begonnen met een eigen 'theaterschool'. Ik wil de mensen graag laten ontdekken wat mime en dans inhouden, wat je met beweging uit kunt drukken. Hoe beweeg je je bijvoorbeeld als je een masker op hebt ...
In Zwijndrecht ben je ook betrokken bij het koor Vivace, een koor dat veel prijzen heeft gewonnen. Wat houdt die samenwerking met Vivace in?
We wilden graag een keer een musical maken. Op onze theaterschool zaten zo'n 50 mensen en op dat koor ook. We hebben een sprookje geschreven met een Bijbelse strekking, in de trant van het werk van C.S. Lewis. De muziek is deels zelf gecomponeerd en deels hebben we bestaande muziek gebruikt.
Later kwam ik bij de EO, toen had ik geen tijd meer voor mijn eigen school. Zo ontstond de Stichting Theaterhuis Develstein (omdat we in het Develstein College oefenen). Ik hoefde nu niet meer zoveel te organiseren, er is een bestuur, er zijn docenten bijgekomen en daardoor is er toch nog ruimte om zelf les te kunnen blijven geven. Zo zijn we samen bezig met het maken van theaterproducties.
Wat wil je bereiken met die theaterproducties?
Mijn bedoeling is om verschillende generaties samen te laten werken aan een theaterproductie. Dat is toch wel heel uniek: om kinderen, tieners en volwassenen zo samen te zien werken.
Hebben die producties een christelijke boodschap?
Niet expliciet. Maar we letten wel op onze woordkeus en de thema's zijn christelijk georiënteerd. Op dit moment zijn we bezig met C.S. Lewis: De wonderreis van het drakenschip. Die productie gaat op 17 januari in première, er zijn daarna op meerdere avonden uitvoeringen (078-6192000: informatie over tijden en kaartverkoop).
Nog even terug naar de opvoeding. Er zijn veel boeken over christelijke opvoeding. Daarin lees je veel over allerlei thema's, zoals de verstandelijke ontwikkeling, hechting, schoolkeuze. Over beweging kom ik maar weinig tegen, alleen in het gedeelte over het leren zitten, staan en lopen. Je vindt dat een gemis?
Ik denk dat de mens zich moet leren uitdrukken door middel van zijn lichaam. In een opgeknoopt lichaam woont een opgeknoopte geest. God heeft je lichaam bedoeld om je te kunnen uiten.
Dat gevoel van de lichaamsbeweging is net zo belangrijk als je stem, je gehoor, je ogen. Prima dat er veel christelijke koren zijn (de stem), jammer dat er zo weinig christenen zijn die expressief bezig zijn met hun lichaam. Als een jongere in de christelijke gemeente graag naar de kunstacademie wil, waarom houden we dat dan tegen? Als je mij vraagt: waarom is er zo weinig christelijke kunst, dan is mijn antwoord: omdat we onze jongeren die mogelijkheden onthouden! En omdat we onszelf die mogelijkheden onthouden, kennen we ook niet de vreugde van de beweging, het acteren en de dans in christelijke kring. Die mogelijkheid heb je immers ook van onze hemelse Vader gekregen? Hij heeft ons toch geschapen met een lichaam dat kan bewegen, dat uitdrukking kan geven aan ons innerlijk.