Amerika heeft hoop te bieden

1998-01-09
  • Jaargang 42
  • nummer 1
Het begon met een artikel in het Nederlands Dagblad onder de kop: Vijftien ‘’vrijgemaakte’’ dominees naar de VS. Uiteindelijk werden het 21 vrijgemaakten en 1 Nederlands Gereformeerde predikant.

Het krantenbericht van 30 april jl. meldde dat 15 vrijgemaakte predikanten een reis zouden ondernemen naar de Willow Creek Community Church in Chicago en de Redeemer Presbyterian Church in New Vork.
Twee overwegingen gaven de doorslag om te proberen me bij deze reisgroep aan te sluiten. Ten eerste de gedachte dat van deze twee Amerikaanse kerken nog veel te leren valt. En ten tweede de hoop dat samen met vrijgemaakten op reis gaan een kleine stap op de weg naar kerkelijke eenheid zou kunnen betekenen.

Hoop
Iedereen die met mij gelooft dat de bekering van een niet-gelovige ten diepste het werk is van God zelf, kan niet anders dan concluderen dat God op een grootse manier aan het werk is in kerken als Willow Creek en Redeemer.
Zowel Willow Creek als Redeemer begonnen met een handjevol mensen en nu trekken ze elk weekend respectievelijk ongeveer 17.000 en 2000 bezoekers. Wie deze kerken dan ook bezoekt, kan haast niet anders dan onder de indruk raken. Mijn voornaamste reactie was een uiterst hoopvol gevoel over wat er met Gods hulp mogelijk is in een Westers land. Een vrijgemaakte collega uit de groep zei zich klein te voelen bij alles wat in deze kerken gebeurt. Helemaal als je als 'ware' kerk altijd de pretentie gehad hebt beter dan wie dan ook te weten hoe je kerk moet zijn. Eerlijk gezegd maakte deze reactie mij op mijn beurt klein, want het is niet niks als je door vrijgemaakte broeders in kerkelijke bescheidenheid voorbijgestreefd wordt.

Vervelend
Kerken zoals Willow Creek en Redeemer bezoeken, heeft ook iets heel vervelends. Je kunt het niet vrijblijvend doen. Je kunt niet naar voorgangers als Bill Hybels, Tim Keiler, John Ortberg en Lee Strobel kijken zonder met je eigen functioneren geconfronteerd te worden. Je kunt het reilen en zeilen in eigen gemeente niet meer met dezelfde ogen bekijken als je in deze gemeenten bent geweest. Je kunt je nog enigszins verdedigen door te wijzen op de getalenteerdheid van genoemde predikers, door te wijzen op het andere van de Amerikaanse cultuur, of door de discussie te verleggen naar bijzaken zoals die ene foute opmerking die Bill Hybels toen en toen maakte, of te beweren dat comfortabele stoelen wijzen op een te sterk mensgericht zijn. Ook dan blijft een aantal grote vragen op ons bord liggen die zo rechtstreeks uit Gods woord op ons afkomen dat we ze niet aan de kant kunnen schuiven. Gods vragen Beseffen wij genoeg hoe groot Gods liefde is voor mensen die verloren dreigen te gaan? Hebben wij deze mensen wel lief, zijn het onze vrienden?
Dragen we er wel genoeg zorg voor dat in de kerk daadwerkelijk gemeenschap te vinden is? Of gaat de gemeenschap verloren in de massa? Worden gemeenteleden gestimuleerd om met hun gaven en talenten actief te zijn voor God en de kerk of nemen we genoegen met een gemeente die voor 20% echt leeft? Geloven we nog dat niets relevanter is voor het leven dan God te kennen en in Hem te geloven? Doen we er alles aan om dat duidelijk te maken in onze levens en in de diensten van de kerk? Geven we voor God en voor Zijn kerk het beste dat wij te bieden hebben? Het zijn voorbeelden van vragen die we al Bijbel-
lezend al aan onszelf hadden kunnen stellen. Vragen die we dus nooit mogen laten ondersneeuwen onder het kritische nadenken en discussiëren over deze Amerikaanse fenomenen. Vragen die we niet alleen met woorden maar ook met daden moeten beantwoorden.

Drama
Uiterst inspirerend is ook wat beide kerken doen met diverse kunstvormen. In Willow Creek was een kleipoppen-animatie op video te zien waarin verbeeld werd wat God van ons wil. De animatie was indrukwekkend, hoewel volgens Lee Strobel een 18-jarige met een video-8-camera en wat klei in twee dagen de animatie kon maken. Ook het toneel dat te zien was bij Willow Creek weet mensen te raken. Vaak is het niet meer dan een enkele scène waarin je het echte leven herkent en waarin duidelijk wordt dat het thema van de preek van levensbelang is. Als je dit gezien en de impact ervaren hebt dan ben je al snel voorstander van het gebruik van drama, video etc. in de kerk. In een gesprek met de orthodox-gereformeerde prof.dr. Nelson Kloosterman kwam wel eens te meer naar voren dat in andere kerken vaak uiterst ondoordacht toneel en drama geïntroduceerd wordt. Waar Willow Creek m.i, onterecht van beschuldigd wordtdat men slechts entertainment biedtwordt in dat soort kerken waarheid. Kloosterman noemde clowns in Amerikaanse gereformeerde kerken als voorbeeld.

Opera in de kerk
Hoewel de gewone kerkdienst van Redeemer een meer op traditionele leest geschoeide dienst is, kregen we ook in Redeemer een bijzonder voorbeeld van het gebruik van de kunsten te zien. In de middagdienst zong een tiental zangers en zangeressen (uit eigen gelederen) operastukken waarin genade en vergeving centraal stonden.
Vervolgens haakte de voorganger Tim Keiler hierop in met een preek over vergeven. Zowel de opera als de preek waren van hoge kwaliteit. Het mooie nu is dat voor iedere willekeurige kerk dit mogelijk is. Niet zozeer het uitvoeren van opera, maar het creatief benutten van de talenten die in je gemeente aanwezig zijn en het rekening houden met de soort mensen uit de omgeving van de kerk zodat de boodschap van de preek optimaal overkomt. In Redeemer, temidden van de hoogopgeleide bevolking van Manhattan, met 300 professionele musici onder de vaste kerkgangers kan dat betekenen dat je opera in de kerk opvoert.

Preek onder kritiek
Op het gevaar af mij en mijn collega's in de vingers te snijden, moet ik toch eerlijk vertellen dat het succes van de preken in deze kerken waarschijnlijk ook te maken heeft met de continue kritische evaluatie. In Willow Creek mag zelfs de meest vermaarde prediker niet preken als hij niet bereid is de preken kritisch te laten evalueren en daarvan te leren. De kritiek volgt altijd direct op de dienst. De preekcritici moeten op liefdevolle wijze duidelijk maken; a- wat hun totaal indruk was, b- wat goed was in de preek en c- hoe het beter zou kunnen. Lee Strobel noemde ons een extra aantal criteria waaraan een preek aan buitenkerkelijken moet voldoen. De prediker moet authentiek, eerlijk en zelfkritisch zijn.
Humor hoort daar ook bij. De preek moet in de eerste drie minuten de aandacht van de luisteraars gewonnen hebben. De preek moet blijk geven van bekendheid met de huidige cultuur (waarvoor in beide kerken het lezen van tijdschriften werd aanbevolen). De taal van de buitenkerkelijke moet gesproken worden. Er moet een stuk apologie in verweven zijn. Er moet duidelijk worden dat het geloof 'werkt' omdat het waar is. De preken moeten mensen durven uitdagen. Nog een criterium mag hier niet ongenoemd blijven, de prediker wordt geacht een juiste houding tegenover het Evangelie aan te nemen. Dat betekent volgens Lee Strobel dat de harde, moeilijke onderdelen zoals over zonde en berouw er niet uitgelaten mogen worden, of in meer algemene zin dat het Evangelie wel vertaald maar niet vervormd dient te worden. Als de kritiek van Greg Pritchard op Willow Creeker zou een verwaterd evangelie verkondigd worden en zonde zou onderbelicht blijven - op waarheid berust, dan lijkt me Willow Creek bij uitstek de gemeente die zich hierdoor laat corrigeren (zoals ze in het verleden al eens gedaan heeft).

Samen met vrijgemaakten
De beide bezochte kerken stonden, zoveel mag duidelijk zijn, garant voor een bijzonder inspirerende reis. Toch heeft ook het contact met mijn vrijgemaakte reisgenoten mij enthousiast gemaakt. Toen ik mijn eigen vader telefonisch verslag deed van de reis vroeg hij in reactie op mijn enthousiasme verschrikt: "Je wordt toch niet vrijgemaakt?!" Zo'n vaart zal het niet lopen. Maar de eenheid die we in Amerika ervoeren was toch verbluffend. Helemaal nu ik als predikant van Rijsbergen extra bescheiden verwachtingen koesterde. Misschien dat samen over de grenzen andere kerken bezoeken het geheime recept is. Misschien dat gesprekken over leerkwesties en de Dordtse Leerregels het vruchtbaarst zijn wanneer ze in een Amerikaans eetcafé gevoerd worden. Misschien dat de over en weer gemaakte grappen het mogelijk maakten om de zaken in hun perspectief te zien. Misschien dat aan de frontlinies van Gods kerk de gelederen zich makkelijker sluiten. Tim Keiler zei tegen onze groep (vrij vertaald): "In een stad als New Vork verdoe ik mijn tijd niet met het zwaaien met mijn gereformeerde vlag, hier moet de vlag van het christendom wapperen". Van de houding van Tim Keiler kunnen we veel leren in Nederland. Temeer daar Keilers oecumenische houding niets af doet aan zijn door en door gereformeerd zijn.

Status quo geen alternatief
Oog in oog met de tekortkomingen van onze eigen kerk moeten we concluderen dat de status quo in ieder geval geen optie is. We moeten (met behoud van het goede) dus veranderen.
Nu o.a. in Amerika aangetoond wordt dat er meer mogelijk is, kunnen we onze onmacht niet meer als excuus aanvoeren. Hopelijk willen we ons daarvoor als kerk hard maken. Ook nadat de hype rondom Willow Creek voorbij is. Ook nadat alle Amerika-gangers van hun conferentie-bubbelbad-gevoel bekomen zijn. Om Jezus wil.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief