Antonio, Kaj en het Groene Hart

1998-03-06
  • Jaargang 42
  • nummer 5
Terwijl de schok van het Boekenweekthema van 1997 nog natrilt in de media, begint volgende week – 11 maart om precies te zijn – de nieuwe boekenweek alweer. Met een aardser thema dan vorig jaar. Ging het toen de hoogte in (Mijn God) of zo u wilt de diepte, dit jaar is het thema oppervlakkiger - ook letterlijk – namelijk Panorama Nederland, Het landschap in proza en poëzie. En als het om het geschenk gaat is het platter dan plat.


Kinderlijk
Dat geschenk zelf, De heilige Antonio van Arnold Grunberg, heeft geen enkele band met het thema: het verhaal speelt zich af in New Vork, waar Raffaella Andino zich met haar zoons Tito en Paul naar toe heeft laten smokkelen op zoek naar een gelukkig leven. Het verhaal is in de wij-vorm vanuit de jongens geschreven. Ze treden uitsluitend gezamenlijk op. Een enkele keer wordt Paul genoemd, soms Tito, maar het maakt nauwelijks uit: ze zijn toch niet te onderscheiden; een eigen identiteit hebben ze niet.
De twee jongens zijn onvoorstelbaar naïef, om niet te zeggen onnozel. Ze zijn 18 en 19, maar hun denken is hal- .
verwege blijven steken. Nauwelijks heeft een bezoeker "Wat zijn uw jongens al volwassen", gezegd of ze verdwijnen naar het speelplein waar ze vaak te vinden zijn. Zoals Adriaan en Olivier leveren ze op een heel kinderlijke manier overal commentaarop. Het werkt wel leuk, maar tegelijkertijd maakt het je onmogelijk je met ze te identificeren. Hun moeder komt nog het meest menselijk over.

Kille seks
Centraal in het verhaal staat de aanvankelijk kuise passie van de jongens voor de 'Kroatische', een meisje dat ze kennen van de cursus Engels voor , immigranten, die ze dagelijks volgen.
Ze leggen een haast goddelijke verering voor haar aan de dag. Haar foto koesteren ze; ze branden er 's avonds een kaars voor en noteren haar uitspraken in een schrift, terwijl toch uit veel dingen blijkt dat ze niet zo onschuldig is als ze zich voordoet.
Ze leeft in een beperkt wereldje, denkt in bepaalde opzichten net zo kinderlijk als de beide jongens en is uitsluitend met zichzelf bezig. Ze wijdt de jongens allebei tegelijk in de liefde in, of liever in de seks, want vim liefdesgevoelens is geen sprake. Het is een kil, afstandelijk gebeuren. Waarvoor ze als prijs bedingt dat ze alleen mooie dingen over haar zullen vertellen.

Een illusie
Rafaella wordt door haar zoons aanbeden.
Ze is nog jong: "Als ze onze moeder niet was, zouden we verliefd op haar kunnen worden". Als serveerster in een koffiebar komt ze aan de kost, maar ze leeft ook van de geschenken van haar vele 'aanbidders', die ze op afstand weet te houden. Tot Ewald Krieg komt, een 'beroemde jonge schrijver', met wie ze denkt het geluk gevonden te hebben. Zeker als hij een bedrijf voor haar gaat opzetten. (Als je Krieg over dat bedrijf hoort oreren, heb je het idee dat Boorman uit Lijmen van Elsschot uit de dood is opgestaan.) Pas als de onderneming mislukt ontdekt Raffaella dat Kriegs mooie worden alleen maar een illusie in stand gehouden hebben. De anderen vergaat het niet beter. De beide jongens dromen van een tuin die zo groot is dat je erin kunt verdwalen en verhongeren. Ze dachten het geluk te vinden bij de Kroatische, maar blijven na haar dood huilend achter met een fotootje, terwijl het meisje zelf verwacht dat ze het in haar volgende leven zal bereiken.
Alleen door je gevoelens uit te schakelen ontkom [e'aan de ellende, maakt Krieg duidelijk.

Populaire schrijver
Grunberg mag zich momenteel in een geweldige populariteit verheugen. Van zijn eerste boek, Blauwe maandagen, zijn al meer dan 12 drukken verschenen. Met gelijkgerichten als Giphart en Zwagerman komt hij op veel literatuurlijsten van middelbare scholieren voor. Omdat jongeren het wereldbeeld herkennen? Ik hoop van niet, maar vrees van wel. Schrijvers hebben vaak een fijne antenne voor de tijdgeest, het denken en doen van de mensen. Wat Grunberg daarmee opgevangen heeft, is geen opwekkend beeld. Het toont het lege leven van mensen die nauwelijks andere belangstelling hebben dan geld en seks. En die in die wereld tevergeefs naar geluk zoeken.

Handelsmerk
De beschrijving die van Krieg gegeven wordt, beantwoordt precies aan die van de schrijver Grunberg zelf. In zijn vorige roman, Figuranten, kwam hij onder dezelfde naam voor als hoofdpersoon.
Hier is hij maar een bijfiguur, die je via de broers leren kennen als een oplichter, een bedrieger. Toch!
Het 'handelsmerk' van Grunberg is zijn grappigheid, zijn humor. Hij kan heel hilarische situaties beschrijven, met de meest onverwachte details, waarbij typerend is dat zijn verhaalfiguren tussen alle onnozele dingen die ze doen en zeggen, zo maar ineens geweldige levenswijsheden debiteren. Vooral uit de mond van Raffaella komen veel wijsheden.

Heiligschennis
Maar in de grappigheid wordt alles meegesleurd, ook de dingen die je dierbaar zijn. Of heilig.
Want de schrijver heeft de broers naïef genoeg gemaakt om ze gelovig te laten zijn; net als de Kroatische die ook niet al te slim is. Op hun manier bidden ze tot God en spreken ze over Hem. Dat is dan niet meer God zoals we Hem uit de bijbel kennen, hij is meer een soort uitvergroting van de twintigsteeeuwse mens. Hij heeft dezelfde belangstelling als de mensen, tot de seksuele toe. Met name daar haak je volledig af. Met zo'n god. is de normloosheid natuurlijk volledig geaccepteerd.
De meest afschuwelijke dingen worden verteld alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, niet grof, maar volledig geaccepteerd! Je pleegt abortus zoals Je een verrotte vis wegwerkt. Om de vele onsmakelijkheden die je voorgeschoteld krijgt maar niet te noemen. Het boekje tekent de wereld waarin we leven. Dat wel. Ruim 700.000 exemplaren worden ervan verspreid.

Christelijk alternatief
Dat een aantal christelijke boeken en uitgevers zich van het officiële boekenweekgeschenk distantiëren zal niemand verbazen. Ze hebben zich verenigd in het Christelijk Lektuur Kontakt dat al enkele jaren een eigen / alternatief geschenk uitgeeft. Dit jaar voor het eerst van literair niveau: de novelle Kaj van Ronaid Westerbeek. Ook in Kaj speelt de tijdgeest een rol, heel nadrukkelijk zelfs. Je krijgt die te zien door de ogen van Kaj, een mislukte Utrechtse student, die met zijn auto, een rode lelijke eend, is blijven steken in de woestijn van Marokko, waar Berbers hem gevonden hebben en meegenomen naar hun oasedorp Merzouga. Tot grote vreugde van de jonge Mustapha overigens, die vriendschap met Kaj sluit en daarmee wat afwisseling in zijn saaie bestaan brengt. Uit de verhalen die Kaj aan Mustapha vertelt leer je zijn verleden kennen en kom je er langzaam aan achter hoe Kaj hier terechtgekomen is en blijf je nieuwsgierig naar de afloop. Op nog een andere manier is de novelle boeiend: je leert het leven in een woestijnoase van binnenuit kennen. En dat van de moslimbewoners met hun fatalistische levensbeschouwing; zoals van Rasoul, de minstreel, en vooral van Yassr, de herbergier.

Verloren zoon
Kaj komt uit een christelijk nest, maar hij heeft heel bewust afscheid van het geloof genomen. Hij is een verloren zoon, maar niet één die teruggaat naar zijn vader. Wel één die de leegheid van het leven zonder God doorziet. Hij kent het moderne leven goed, want als leider van een popgroep heeft hij er voor 100% aan deelgenomen. Kaj heeft de leegte en eenzaamheid ervan ervaren, maar hij ziet geen alternatief. "Er is geen liefde mee;' heeft hij op zijn auto geschilderd.

Geen bekeringsroman
Toch een christelijke roman? Ja, maar niet in de zin van bekeringsroman. Gelukkig maar, want daarmee zou een zware claim op de geloofwaardigheid gelegd zijn. Het boek is wel christelijk 'tussen de regels door', in zijn beschrijving van situaties en mensen. Van Kajs broer Huib bijvoorbeeld die laat zien dat liefde wèl bestaat. Of in de tekening van andere milieus, die er ook zijn. Je ziet het in de liefde waarmee Kaj geportretteerd wordt in zijn zoeken van God. Hij vindt hem niet, maar het verlangen is er wel. "Zie je wel, denkt Kaj. Er is geen relatie mogelijk. Niet met mensen en niet met God. Er is geen verzoening. Hoe kan ik Hem bereiken?" Op het dak knielt Kaj neer naast zijn deken en huilt. Verhaaltechnisch zit de novelle goed in elkaar.
De personen zijn herkenbaar, de beschrijvingen knap. Westerbeek gebruikt prachtige beelden, bijvoorbeeld in de volgehouden vergelijking van Tamara's stem met een tropische zee. (blz. 35) Kaj speelt zich af in dezelfde tijd als De heilige Antonia. Het is hetzelfde tijdsbeeld dat getekend wordt. En ook hier staan de mensen er middenin. Maar wat een verschillende boekjes heeft het opgeleverd! Kaj is een fijne, goed leesbare, christelijke novelle. Tussen 11 maart en 18 april kunt u hem voor f 3,95 krijgen bij christelijke boekhandels (en de meeste andere). Daarna kost hij f 14,90

Ronald Westerbeek (1970) studeerde geschiedenis. Hij is freelance journalist en eindredacteur van het christelijk literair-cultureel tijdschrift Icarus. Hij publiceerde verhalen in Woordwerk en Bloknoot. Op punt van verschijnen staat zijn roman "De val van de pelikaan".

Het ontsnapte land
Naast het echte geschenk verschijnt er elk jaar een boekje dat nauw aansluit bij het boekenweekthema. Dit jaar over het Hollandse landschap dus. Het is van de hand van Geert Mak, die vooral bekend geworden is door het vorig jaar verschenen Hoe God verdween uit Jorwerd. Het is niet gratis, het kost f 4,95, maar het is het bedrag zeker waard.
Het is een soort reisverslag van een tocht die Mak per boot gemaakt heeft van Schiedam via Leiden en Haarlem naar de Beemster en terug. Hij kwam op het idee voor de reis door een verhaal van zijn vader, die als beginnende puber in 1912 een keer mee mocht met zijn Oom Jacob, een beurtschipper.

Stafkaarten
De omstandigheden zijn in 1997 natuurlijk totaal anders. Mak reist niet met een vrachtzeilboot, maar met een klein motorbootje. Wel heeft hij geprobeerd met ogen uit 1912 te kijken naar het Nederland van nu. Wat is er veranderd; wat is gelijk gebleven? Met stafkaarten uit 1909 en een scheepsalmanak van 1911 is hij op reis gegaan. Het ontsnapte land heet het boekje dat er de neerslag van is. Het is een soort reisverslag, een logboek, aangevuld met bespiegelingen en ontdekkingen.

Stilte
Van de veranderingen zijn hem vooral twee dingen opgevallen: In de eerste plaats dat de stilte van 1912 zoals zijn vader die beschreef (het gekabbel van het water, de geluiden van landbouwwerktuigen) plaats gemaakt heeft voor het geruis van wielen dat alomtegenwoordig is, 24 uur per etmaal. Stilte vind je tegenwoordig alleen nog op bepaalde tijden in de winkelcentra van de stad. En in de tweede plaats dat de Nederlanders niet meer ergens lijken te wonen, maar zich permanent aan het verplaatsen zijn van de ene ervaring naar de andere. Vormden vroeger stad en platteland nog absolute tegenstellingen, waarbij iedere stad zijn eigen identiteit had, tegenwoordig gaan ze ongemerkt in elkaar over.

Georganiseerde natuur
Hij ontdekt onderweg dat wat wij natuur noemen helemaal geen natuur is. Bij natuur denkt een Nederlander aan een bosaanplant van voor de oorlog of een stuk verwilderd boerenland, terwijl dat wel degelijk in cultuur gebrachte landschappen zijn. Elk tegenwoordig stukje natuur hebben we georganiseerd: in het journaal wordt zelfs vermeld dat een natuurgebied 'geopend' wordt of 'verplaatst'! Verder doet Mak de merkwaardige ervaring op dat je in Nederland, in tegenstelling tot andere landen, nergens sporen van verval ziet. Echte ruïnes komt hij niet tegen. Zodra in ons land iets van vroeger in verval geraakt is, moet het of tegen de vlakte, of het wordt in de 'oorspronkelijke staat' hersteld.
Volkomen gaaf en mooi. Wij weigeren kennelijk met vergankelijkheid geconfronteerd te worden, maar daardoor ontbreekt ook de band met het verleden en zien we geen continuïteit meer ... Een leuk boekje. Met veel onverwachte ontdekkingen en bevindingen. Over het groene hart bijvoorbeeld. Wat mij betreft hadden er wat meer bijzonderheden over de reis in mogen staan, maar ik heb het met plezier gelezen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief