Praten tussen de symbolen - Ds J. Kiers en het Pastoraal Centrum
2000-03-31
Jezus ontmoeten op de grens van de gemeente. Misschien is dat mogelijk in het Pastoraal Centrum van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Den Helder. Ds. J. Kiers is sinds de herfst van 1998 beschikbaar 'voor alle mensen, jong of oud, gelovig of ongelovig, binnen of buiten de kerk, die willen praten over iets dat hen bezighoudt'. Ook een manier hoe het thema van de Ontmoetingsdag van 15 april praktisch gestalte kan krijgen in de gemeente. Onlangs had ik een gesprek met ds. Kiers in het Pastoraal Centrum.- Jaargang 44
- nummer 7
Terwijl ds. Kiers koffie zet, kijk ik even rond. Op tafel staan drie stenen poppetjes in een kring die samen een kaars vasthouden. Aan de muur hangt een Hugenotenkruis en een gedicht van Neeltje Maria Min: 'Mijn moeder is mijn naam vergeten'.
Ook zie ik de treurende Jeremia van Rembrandt en nog veel meer.
Hebben deze dingen een bedoeling?
‘Ja, zoals de meeste dingen hier een bedoeling hebben. Ik vind een huiselijke sfeer belangrijk. De mensen die hier aankloppen, moeten zich een beetje thuis kunnen voelen.
Dat begint al met het aanbieden van een kopje koffie of thee.
En terwijl ik wat met de koffie aan het rommelen ben, kan men even rondkijken en in de sfeer komen.
De symbolen in de kamer verwijzen naar wat er ter sprake kan komen en hoe we hier bezig kunnen zijn.
Het vriendenbeeldje met de kaars zegt ‘waar twee of drie in Zijn Naam bijeen zijn, is Hij in ons midden’.
Het Hugenotenkruis vertelt in stilte over de Heilige Geest en Jeremia plengt zijn tranen voor God. Soms bieden deze symbolen een aanknopingspunt voor het gesprek dat volgt. Eigenlijk vind ik de term 'pastoraal gesprek' iets te beperkt. Er gebeurt wel meer dan alleen praten’.
Wat betekent pastoraat dan voor u?
‘Pastoraat betekent voor mij vooral 'terreurvrije ruimte': een plek, een tijd, een omgeving waarin mensen niet veroordeeld worden. Soms zijn mensen ook een hele tijd stil. En dat is goed. Ook als je geen woorden hebt, ben je welkom. Immers, troost ontstaat wanneer je in je diepste zwakheid en verdriet gekend wordt. Ook in je diepste missers. En namens God mogen pastores dat doen: mensen kennen, hen niet alleen laten op de moeilijkste momenten, als alle anderen hen alleen laten. Wie dát doetmet of zonder scholing of bijzonder ambt -, is een waar pastor. Bij mij is de pastor is dan alleen een 'doorgeefluik' van Gods liefde. Zijn liefde is aan Gods liefde ontstaan. Zo heeft de pastor zelf de mensen lief.
Er onstaat iets van een authentieke relatie en zo worden mensen daadwerkelijk geholpen. Dit is, denk ik, een verschil met veel soorten hulpverlening, waar juist de afstand tot de cliënt belangrijk is. Hulpverleners proberen een cliënt zo snel mogelijk alleen verder te laten gaan. Dat is niet minder, maar wel anders: pastoraat duurt een leven lang.’
Verkondiging en pastoraat
Welke doelen heeft het Pastoraal Centrum?
‘De naam 'Pastoraal Centrum' is een mooi woord voor iets heel gewoons. Als gemeente willen we zeggen dat onze dominee ook voor niet-leden beschikbaar is. En dat je zelfs niet gelovig hoeft te zijn of te worden om eens een keer met die man te praten. Via gemeenteleden waren er ook al contacten met nietleden op gang gekomen, maar in de herfst van 1998 hebben we het een naam gegeven en op een folder gezet. De gemeente heeft dit ook ervaren als een roeping. Niet om zo mensen te 'vangen', maar om er voor de mensen te zijn. Wil men toch naar de kerk, graag natuurlijk. Maar daar is het niet om begonnen. Geen dubbele agenda's en ook geen koppelverkoop.
Het gaat allereerst om de mens zélf.
Jezus zegt: "ge zult uw naaste liefhebben als u zelf," en niet: "ge zult de mens de kerk in zien te krijgen".
Dit is misschien wat kort door de bocht uitgedrukt, maar ik denk dat het onderscheid binnenkerkelijkrandkerkelijk - buitenkerkelijk al gauw een drempel is voor het uitdelen van de liefde aan allen. Het gaat God om mensen en ieder mens is een kind van God. Of niet soms?’
Wat is volgens u dan de relatie tussen verkondiging en pastoraat?
‘Verkondiging en pastoraat hebben alles met elkaar te maken. De mooie dingen die je aan grote groepen mensen verkondigt, moeten vlees en bloed worden in het persoonlijk pastoraat. Via het pastoraat komt God - door de Geest die in ons woont - nog dichter bij. Zo kan tastbaar worden dat God van je houdt en dat Hij te vinden is, ook via
mensen. Dan blijkt dat christenen niet alleen een boodschap hebben, maar het ook zijn.’
E-mail pastoraat
Hoe wordt het bestaan van het Pastoraal Centrum bekend gemaakt?
‘Het is begonnen met contacten die via gemeenteleden gelegd werden.
Nog altijd heb ik op die manier pastorale contacten. Daarnaast is er nu ook een folder gemaakt en verspreid bij instanties van de marine, bij huisartsen en bij het RIAGG. Het RIAGG en het Pastoraal Centrum verwijzen ook wel naar elkaar. Toch werkt 'mond-tot-mondreclame' het best.
Er zijn nu zo'n 15 personen die gebruik maken van het Pastoraal Centrum. Dat is misschien niet zo veel, maar vind ik niet zo erg. Je moet het werk wel aankunnen.’
Uw e-mail adres staat ook in de folder.
Worden daarmee ook contacten gelegd?
‘Ja. Het e-mail pastoraat kan heel intensief zijn. Hierdoor kan ik ook voor mensen buiten Den Helder iets betekenen. Voor sommige mensen blijkt e-mail pastoraat, ondanks het onpersoonlijke van dit medium, goed te werken. Zij kunnen hun verhaal blijkbaar beter kwijt op 'papier' dan in een persoonlijk gesprek. Dit laatste kom ik ook in een andere vorm tegen: er zijn er die komen voor anderen. Het pastoraal contact krijgt dan wel meer een toerustende
functie. Je kunt dus ook toegerust worden tot pastoraat.’
Contacten met gemeenteleden
Hoe kan de gemeente ingeschakeld worden?
‘Als iemand meer wil weten van de bijbel, attendeer ik op een bijbelkring.
Als er behoefte is aan gezelligheid of als mensen eenzaam zijn, probeer ik iemand wel eens in contact te brengen met gemeenteleden.
Koffiedrinken voor of na de kerkdiensten is hierbij ook van belang. Dan kan er iets moois ontstaan.
Het moet natuurlijk wel klikken.
Een bijbelkring of samen koffiedrinken kun je wel organiseren, maar een ontmoeting niet. Kortom, in het pastoraat is de gemeente even belangrijk als de pastor.’
Hoe vindt uw persoonlijke toerusting plaats?
‘De studie theologie was slechts een eerste inhoudelijke aanzet. Van boeken lezen wordt je immers geen pastor. Het meeste heb ik geleerd van mensen die een pastor voor mij waren. Daarnaast volg ik nog vormingscursussen, binnen en buiten de kerk. Ook heb ik nu een pastoraal supervisor, van wie ik toerusting en ondersteuning krijg.’