Waarheid en verzoening (2)
1999-01-22
Verzoening staat theologisch in het middelpunt van de belangstelling.- Jaargang 43
- nummer 2
Maar politiek is het ook een onderwerp, dat de gemoederen in beweging brengt. In landen als Duitsland en Zuid-Afrika - maar waar eigenlijk niet in de wereld?wordt er geworsteld om verzoening tussen volken, rassen en naties met als inzet de verwerking van het publieke kwaad uit het verleden met het oog op een gemeenschappelijke toekomst.
Daders en slachtoffers van het verleden kwaad moeten samen verder, maar hoe? Kan vanuit de bijbel hier hulp geboden worden aan het realiseren van politieke verzoening niet maar tussen personen maar tussen collectiviteiten als volkeren en rassen? De vraag stellen is nog niet haar beantwoorden, zoals uit dit laatste artikel uit een serie van twee blijkt.
Verzoening als bijbels begrip.
Het woord verzoening dient met onderscheiding gebruikt te worden.
Het heeft niet op alle taalvelden dezelfde betekenis. Verwarring van taalvelden leidt tot begripsverwarring, die de discussie over waarheid en verzoening alleen maar bemoeilijkt. Verzoening is een centraal bijbelse notie, maar ze kan niet zo maar zonder vertaalslag in de politiek worden toegepast.
In het Oude Testament is er sprake van verzoening tussen God en de zondaar persoonlijk, maar ook tussen God en het hele volk Israël, in de weg van een uitgebreid offer-ceremonieel.
In het Nieuwe Testament krijgen we veel minder aanduidingen hoe de verzoening tussen God en het volk als geheel plaatsvindt, laat staan tussen God en willekeurig welk volk dat Gods wet met de voeten getreden heeft, zoals in Duitsland of Zuid-Afrika is gebeurd. Dat verzoening tussen God en mensen ook gevolgen moet hebben voor verzoening tussen mensen, tussen volken en rassen, lijkt bijbels heel verdedigbaar. Maar hoe dat in de praktijk moet worden gerealiseerd, is een heel ander verhaal. Publieke verzoening is een goed politiek doel; maar of de bijbelse verzoeningsleer er een goed model voor aanreikt, betwijfel ik. De verzoening met God wordt door het kruis en de opstanding van Christus tot stand gebracht en wordt in de weg van persoonlijke toe-eigening in het leven van mensen effectief en krijgt zo doorwerking in het publieke domein. Maar de bijbelse verzoeningsleer kan niet direct politiek operationeel worden gemaakt. Dat hier te weinig van te voren over nagedacht is, blijkt uit het optreden van de voorzitter van de waarheids- en verzoeningscommissie, de onnavolgbare aartsbisschop Desmond Tutu. Hij heeft de procedures van de commissie in duidelijk christelijk herkenbare rituelen gewikkeld - het aansteken van kaarsen en het inlassen van momenten van stilte en voor gebed. Vanuit een duidelijk christelijk geïnspireerde motivatie heeft hij leiding gegeven aan dit hartverscheurende proces van het bloot leggen van het kwaad in het gedeelde verleden. Hierdoor zijn er kortsluitingen ontstaan. Er werden dingen verwacht, die gewoon niet realiseerbaar zijn: verzoening tussen zwart en blank op korte termijn en dat als goddelijke opdracht. Vergeving werd verwacht zonder dat het kwaad ook nog maar kans had gekregen verwerkt te worden. De wonden werden soms christelijk dicht gesmeerd zonder dat ze de tijd kregen om te helen. Wat in de persoonlijke sfeer realiseerbaar is, kan niet zo maar verwacht worden in de publieke sfeer van de politiek.
Verzoening als politiek proces.
Ik zou dan ook het optreden van de waarheids- en verzoeningscommissie niet theologisch maar vooral politiek willen duiden. Het ging niet om een bijbels-christelijk gefundeerd proces, gemodelleerd naar wat de bijbel over verzoening leert. Een seculiere interpretatie is mijns inziens op zijn plaats.
In het kader van nationale eenheid moest men klaar zien te komen met wat er in het verleden gebeurd was.
Verdringing en ontkenning, vergeven en vergeten van het verleden was politiek niet haalbaar. De zwarte wrok zou als een politieke donderwolk boven de toekomst zijn blijven hangen.
De blanke verdringing zou een te zware hypotheek geplaatst hebben op de gewenste nationale eenheid. In dit verband werd het begrip verzoening als politieke term ingevoerd, die dan ook vooral politiek en niet theologisch moet worden uitgelegd. Het gaat niet om een waterdichte afgrendeling tussen theologie en politiek bij de uitleg van de term verzoening. Maar mijns inziens is de waarheids- en verzoenings- commissie ingesteld om een publiek platform te scheppen voor nationale eenheid met het oog op de gemeenschappelijke toekomst die zwart en blank in Zuid-Afrika samen zullen moeten gaan delen. Daarvoor werd een juridisch proces op gang gebracht om het politieke kwaad boven water te krijgen, dat publieke verzoening op het oog had. Juristen, en niet theologen, werden ingespannen om dit proces tot een goed einde te brengen. Het draait in politieke verzoening tussen volken of groepen om het doen van recht en gerechtigheid in de weg van een erkende rechtsgang.
Dat de normen en waarden, die hierbij een rol spelen, in Zuid-Afrika veelal christelijk van herkomst zijn, is duidelijk.
Verzoening met God en onderling houdt niet in dat de rechtbank wel kan sluiten, omdat het rechts-proces er door wordt opgeheven. In Israël vernietigde het zond- en schuld-offer de rechtsgang niet. Misdaad werd publiek bestraft, ook al was de verzoening met God en onderling tot stand gebracht.
Verzoening en straf sluiten elkaar niet uit. Het kwaad dient in het publieke domein benoemd te worden en de slachtoffers ervan gehoord. Daders behoren op hun verantwoordelijkheid te worden aangesproken. Rechtspraak is er om verantwoordelijkheid en schuld en straf vast te stellen of om amnestie te verlenen. In een proces van publieke verzoening hoort de rechtsgang haar vrije loop, zonder politieke of theologische inmenging, te hebben. De ruimte voor amnestie, de juridische equivalent van vergeving, was bijzonder breed uitgemeten door de commissie. Juist op dit punt is er bijbelse motivatie genoeg om deel te hebben kunnen nemen aan het verzoenings- proces in Zuid-Afrika in de weg van het doen van recht en gerechtigheid. Voorbede voor het werk van de commissie had van de kerk uit kunnen plaats vinden; pastorale zorg voor slachtoffers maar niet minder voor de daders van geweld mag van haar verwacht worden. Maar in het proces van politieke verzoening is het doen van recht en gerechtigheid de harde kern. In deze weg kan de geschonden rechtsorde, die ten diepste verankerd is in Gods scheppingsbedoelingen, worden hersteld en een proces van heling op gang worden gebracht.
Verzoening: samen het verleden gedenken.
Het eindrapport van de waarheids- en verzoenings-commissie is niet het einde maar het begin van het publieke verzoenings-proces. Verzoening is een proces dat gevoed moet worden vanuit allerlei bronnen. Een bijbels gemotiveerde bijdrage daaraan zou kunnen zijn het samen gedenken van wat er gebeurd is, van wat er samen doorgemaakt is, van wat er samen gehoopt wordt. Juist de gedachtenis is een bij uitstek bijbelse gedachte, die christenen in het verzoenings-proces kunnen invoeren. Slachtoffers en daders gedenken samen. Dat lijkt me een krachtige impuls voor publieke verzoening in het kader van nationale eenheid. De komende generaties, die zelf geen aandeel hebben gehad in wat er heeft plaats gevonden en die daar ook geen persoonlijke schuld aan kunnen bekennen, zullen samen moeten gedenken. Het gevoel van persoonlijke schuld zal uitslijten. Het besef van een bovenpersoonlijke schuld, dat een volk aankleeft, moet gevoed worden vooral door middel van gedenkdagen. Het gaat op zulke gedenkdagen niet om collectief masochisme aan te wakkeren. Gedenken is niet verdoemen. Vanuit een christelijk perspectief betekent gedenken herinneren om te voorkomen, herinneren om samen verder te komen. Dus vergeten van het verleden kwaad moet juist voorkomen worden. Laten zwarten en blanken het verleden samen gedenken juist ter wille van de gemeenschappelijke toekomst. De kerken zouden hier zeker een voorbeeld van kunnen geven. Niet vergeten dus, maar in het proces van gedenken kan heling van de geslagen wonden op gang komen, wat tot vergeving kan leiden. Vergeven en vergeven worden is het einddoel waar bewust op wordt aangewerkt. Zo kan het gedeelde verleden tot een gemeenschappelijk verleden worden.
Maar daar gaat meer dan een generatie overheen. Publieke verzoening zal in Zuid-Afrika tot diep in de 21ste eeuw op de politieke agenda blijven staan.
Juist kerk en zending zullen zich hier bewust van moeten zijn.