Persschouw

1999-01-22
  • Jaargang 43
  • nummer 2
Nog eens het spiegeltje van de buurvrouw
Vier weken geleden liet ik in deze rubriek professor Selderhuis aan het woord, over het boek van dr. J.E.
Post, Gereformeerd zijn en blijven, een wankel evenwicht?! Ook ditmaal maak ik ruimte voor een reactie op dit belangrijke boek; nu van de hand van de voorganger van Selderhuis in Apeldoorn, professor Van ’t Spijker; hij heeft er in De Wekker een serie artikelen aan gewijd. Kern van het betoog van Post m.b.t. de CG kerken is dat ’de leiding’ zich de laatste (tientallen) jaren genoodzaakt heeft gezien het daarvóór ingezette proces van veranderingen een halt toe te roepen of zelfs terug te draaien.
Opvallend genoeg levert Van ’t Spijker nauwelijks commentaar of kritiek op Post; hij beperkt zich grotendeels tot het doorgeven van wat Post heeft geschreven. In een afsluitend artikel in De Wekker van 1 januari spreekt hij ook openlijk uit dat we kunnen ”constateren dat het beeld, door hem getekend in hoofdlijnen, juist is”.
Terzijde: ’t is wel aardig dat Van ’t Spijker dit juist in De Wekker schrijft.
Over dat blad heeft Post namelijk in zijn boek ook het een en ander gezegd:

Het blad () beoogde een ’leidinggevende’ rol te vervullen en trachtte, door het bewaren van het midden, de rust in de kerken te handhaven. () De Wekker wilde geen partij kiezen maar ’geestelijke leiding’ geven. Daarbij werd onderkend dat het ontzien van zoveel mogelijk gevoeligheden in de kerkelijke pers zou kunnen leiden tot het blijven steken in ”het vage en nietszeggende” (Post, blz 231-232).
Dan een aantal passages uit het (slot)artikel in De Wekker. Van ’t Spijker: Als we de terminologie overnemen die dr. Post hanteert, kunnen we in onze kerken spreken over rechts en links.
Dat gebeurt ook. Het is een politiek spraakgebruik. () Men kan dan ook spreken over regering en oppositie.
De terminologie is niet gebruikelijk onder ons. Maar er zijn situaties waarbij het er soms iets van heeft. Er is een leidinggevende instantie. En er wordt oppositie gevoerd. Als daarvan sprake is in de kerk zitten we volop in de politiek met alle diskwalificaties ervan. Het laat zich verstaan dat dr.
Post, van buitenaf onze kerken waar nemend, in zulke termen denkt. Wij doen dat zelf niet, althans niet hardop.
Vervolgens komt Van ’t Spijker op voor die mensen in de CG kerken, die op een wat andere manier dan gebruikelijk omgaan met datgene wat vanuit het verleden wordt aangereikt. Tegenover de stilstand in kerk en theologie pleit hij ervoor dat iedere nieuwe generatie op haar eigen wijze zich de traditie toe-eigent; en hij schrijft dan: Het is de vraag of wij hebben verstaan dat deze ”toe-eigening van Gods heil” óók te geschieden heeft door hen die het wagen om te denken aan de hand van Gods Woord, en gericht op de vragen van onze tijd. Hebben wij hun voldoende de helpende hand geboden?
Is er getracht om te luisteren naar de intenties, en te letten op déze behoefte om hetgeen de traditie biedt, zélf te verstaan? () ”In dat spoor vérder”, zegt de apostel.
Men kan de nadruk leggen op: in dat spoor. Dat moet ook. Maar vergeet niet dat er ook voortgang moet zijn.
Calvijn weet geen antwoord op alle vragen van nu en de Nadere Reformatie staat in sommige opzichten ook verlegen.
En dan, kijkend naar de eigen kerken, de verzuchting: De zaak staat soms zo stil. En als er wat beweging komt, soms onder jongeren, zeggen we: voorzichtig asjeblieft!
Tenslotte komt Van ’t Spijker te spreken over de vraag wie nu eigenlijk de leiding heeft in de kerk (Post heeft het regelmatig over ’de leiding’). Dat is er maar Eén, zegt hij, en dat is geen bisschop, paus of synode, maar alleen Christus is de Koning van zijn kerk.
Daartegenover stelt hij de manier waarop in de kerk vaak met macht wordt omgegaan: Wie registreert die ongezonde nieuwsgierigheid van: welke afgevaardigden zijn er gekozen naar de PS, en vervolgens naar de GS? Is dat Christusregering?
Wie weet niet dat in feite daarmee alle zaken al beslist zijn, namelijk in de optelsom van afgevaardigden van deze en van die groep. () Het probleem () begint op de classes. Het verplaatst zich naar de PS-en het strandt op de synode. Wat de representatie van de kerken () in de meest algemene zin zou moeten zijn, () is in deze loop naar de synode geworden tot een wedstrijd over de vraag, welke partij zal het sterkst zijn. Het sterkst, niet in argument of wederhoor en broederlijk oordeel, maar het sterkst in getal en macht. En daarmee is dan een kerkelijke vergadering geworden tot een speelplaats waarvan men in de politiek spreekt in termen van links en rechts, sociologisch op de manier van elke willekeurige sociale groepering, terwijl het gaat om het Lichaam van Christus. Bloedend uit zo veel wonden.
() Ik geloof de vergeving der zonden. En waar hebben we die meer nodig, dan in de kerk. Nee, waar hebben we die meer nodig dan in déze kerk, waaraan we ons zo verbonden weten.

Nu ik toch aan het citeren ben uit dit Nieuwjaarsnummer van De Wekker, kan ik het niet laten ook nog een passage mee te nemen uit het jaaroverzicht, geschreven door ds. J. Jonkman.
Zoals te verwachten besteedt ook hij aandacht aan de onlangs gehouden synode; maar de toonsoort is voor mijn gevoel toch een iets andere dan die van Van ’t Spijker: In veel opzichten beleefde de synode goede vergaderingen. Toch zal het effect op de kerken gering zijn. Sommige besluiten van de synode zijn geheel verkeerd gevallen in een deel van de kerken. Te denken is aan het ingrijpende besluit om de landelijke contacten met de Nederlands Gereformeerde Kerken te beëindigen. Of dat ook maar iets zal uitwerken voor kerken die samenwerken en die zelfs samenwerkingsgemeenten vormen, is zeer de vraag. Zo goed als zeker niet.
Dat proces is niet terug te draaien, of de Nederlands Gereformeerde Kerken moeten al verder wegglijden.
Voor Jonkman is het dus de vraag of het synodebesluit iets zal uitwerken voor kerken die samenwerken. Het is me niet recht duidelijk wat hij daarmee bedoelt, en welke uitwerking dit besluit dan zou moeten hebben.
Hoe dat ook zij: Jonkman verwacht niet dat er veel uitwerking zal zijn. Zo optimistisch kan ik er niet over zijn (maar misschien bedoelt hij het ook helemaal niet optimistisch). Ik vrees dat dit besluit op de langere termijn wel degelijk effect zal hebben; niet zozeer voor de echte samenwerkingsgemeenten (daar is meer voor nodig), wél voor de (minder intensief) samenwerkende gemeenten. De tegenbeweging op plaatselijk niveau heeft de wind in de zeilen gekregen. En als ik het betoog van Post goed heb begrepen, dan is dat ook precies de bedoeling van ’de leiding’...

Wie intussen mocht menen dat in de Christelijke Gereformeerde kerken de rust kan weerkeren nu de relatie met ons is verbroken, zal die mening beslist moeten herzien. Daarvoor is er, ook door dit boek van Post, te veel ter discussie gesteld. Als Nederlands Gereformeerden doen we er overigens goed aan ons daarbij niet in de handen te wrijven, maar die handen voor iets anders te gebruiken: om te bidden voor de vrede van (buurvrouws wijk in) Jeruzalem.

M.H.T. Biewenga, Emmeloord

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief