Leve de provincie!

1999-02-05
  • Jaargang 43
  • nummer 3
Binnenkort, begin maart, zijn er weer verkiezingen voor de Provinciale Staten.
De provincie is voor velen een onbekende, ’vergeten’ bestuurslaag.
In de vaklitteratuur spreekt men wel van het ’verdriet van de provincie’.
Provinciale verkiezingen betitelt men in de kring van de politieke wetenschap als ’tweede rangs verkiezingen’.
Nu de nationale staat aan betekenis inboet, komt een herwaardering van deze bestuurslaag op gang.
Feitelijk vormen de provincies een eeuwenoude bestuursstructuur. Als reactie op de machtige positie van de gewesten ten tijde van de Republiek der Zeven provinciën werd Nederland na 1795 een eenheidsstaat. Daarin kregen de provincies een bescheiden plaats. In veel gevallen bleven burgers met hun eigen provincie echter een sterke verbondenheid voelen.
Soms kwam de provincie onverwacht in het nieuws. Wanneer de rivieren buiten hun oevers traden stond daar ineens de Commissaris van de Koningin.
Hij of zij belichaamt dan de provincie als gemeenschap. Zoals de Koningin een symbool is van de Nederlandse identiteit, is de Commissaris het symbool van de regionale identiteit. Terecht verwacht bijvoorbeeld Friesland dat hun Commissaris het Fries machtig is.

Regionaal gevoel
Nu de wereld globaliseert en internationaliseert krijgen we meer oog voor de betekenis van onze directe leefomgeving.
De groeiende grootschaligheid roept een soort tegenbeweging op. Zij versterkt de behoefte van mensen om in een zinvolle leefomgeving te wonen, te werken en te recreëren. Steeds meer komt de eigen regio met een herkenbaar woon- en werkklimaat in beeld.
Mensen willen ergens thuis zijn. In een traditie staan. Zeker in een tijd van open grenzen.
Als ik mij niet vergis, wordt de provincie daarom steeds meer drager van regionale identiteit en cultuur. Het regionale ’gevoel’ is een van de gevoelens van verbondenheid die mensen hebben, naast hun band met de religieuze gemeenschap, hun werkplek, hun verenigingsleven. Mensen hebben net als bomen wortels nodig.
Het is goed dat onze bestuurders met dat gevoel terdege rekening houden en dat gevoel zelfs voeden. Zeker in een tijd dat veranderingen steeds sneller gaan. De komende twintig jaar zal het beeld van ons land vermoedelijk nog ingrijpender veranderen dan de afgelopen vijftig jaar. Bestuurders en politici zien soms over het hoofd dat een karakteristieke en herkenbare leefomgeving voor het welbevinden van mensen en voor de sociale samenhang van ons land noodzakelijk is. Ik noem het landschap dat in de loop der eeuwen is ontstaan. De monumenten die kenmerkend zijn voor een dorp of stad. Laat bij voorbeeld in Groningen of Friesland het weidse landschap met zijn open horizonten in tact blijven. Dat landschap geeft de provincie kenmerken, waar haar inwoners trots op zijn.

Eigenheid
En zo kunnen we voor bijna elke provincie een eigen karakteristieke sfeerschets tekenen.
Natuurlijk hoeft de omgeving niet ’op slot’, maar naast het steeds verder ontwikkelen – vaak komt dit neer op verstening – van onze landschappen, mag het eigene en waardevolle beslist gekoesterd worden.
Als de provincie zo bezien aan betekenis wint, komen de Statenverkiezingen in een ander perspectief te staan.
De opkomst voor deze bestuurslaag is bij achtereenvolgende verkiezingen terug gezakt tot een niveau van circa 50%. De provincie verdient het niet dat de opkomst nog verder terugzakt.
Bij identiteit denken wij al gauw aan grondslag of christelijk karakter van een instelling.
Maar bij de provincie mogen we ook best aan de identiteit in de zin van culturele en landschappelijke eigenheid van deze bestuurslaag denken. Kijkt u daar de komende weken ook eens naar bij het bepalen van uw stemkeuze.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief