Water dat leven geeft, komt niet uit de bron van het eigen gelijk
1999-02-05
Wat raakt me nou zo diep in Jezus’ gesprek met de Samaritaanse?- Jaargang 43
- nummer 3
(Johannes 4:4-26) Hoe komt het dat ik dit verhaal ervaar als olie op mijn ziel?
De ware ontmoeting tussen deze twee mensen is het levende water dat door dit verhaal heen stroomt. Twee mensen laten zich aan elkaar zien, zoals ze zijn: De Samaritaanse als verschoppeling met maar liefst zes mannen op rij. En Jezus, die zich laat kennen als de Messias. Zich voor haar opent en zich door haar laat vinden.
Iets wat Jezus slechts zelden doet.
En als die ontmoeting plaats grijpt, als die twee elkaar vinden, begint de liefde te stromen. En beginnen de dingen te veranderen.
Bij de vrouw net zo goed als bij Jezus: zij komt tot geloof, tot bekering tot een nieuw leven. En Jezus besluit nog enkele dagen hier in het Samaritaanse te blijven. Beiden verheugen zich in elkaar: kenmerk van de ware ontmoeting.
Kenmerk van het levende water, dat liefde heet.
Troost
Dat grote wonder, deze ontmoeting, geeft me troost en uitdaging.
Troost, omdat dat dus kan: de ander vinden en je door de ander laten vinden...
Sterker nog: een ware ontmoeting tussen de Zoon van God en een verschopt mensenkind. Hij, die zich verborg voor de hooggeleerde Nicodemus, Hij geeft zich prijs aan deze vrouw van wie niemand weten wil.
Hier komt het bedoelen van God openbaar. Zijn wil wordt hier vlees en bloed. Het uitdelen van levend water, om niet.
Niets staat in de weg om dit levende water, deze liefde van God te ontvangen.
Ja zelfs loopt de weg niet via belijdenis van zonden of schuldbesef naar de Messias. De prijs van het levende water is niet het berouw over de zonden of kennis van de eigen ellende. Dit levende water wordt gratis en royaal uitgedeeld, aan allen die dorsten. De eerste stap op de weg naar Jezus is niet altijd berouw en vergeving; soms gaat de weg eerst langs aanvaarding, ontferming, barmhartigheid.
Etiketten weg
Hoe liep die weg dan? De eerste stap van die weg vind ik de meest opzienbarende.
Het is het verzoek van Jezus: „Geef mij te drinken.” Hoe opzienbarend die vraag was, blijkt uit de botte reactie: „Hoe kunt gij, een Jood, mij, een Samaritaanse, te drinken vragen?” En dat nog wel uit de put van Jakob! Want de Joden gaan dan wel prat op Jeruzalem en de tempel als bewijs dat zij het ware volk van God zijn. Maar veel eerder dan de tempel sloeg Jacob deze put, namelijk toen hij terug kwam van zijn oom Laban. Deze put is teken en zegel dat God Samaria heeft uitverkoren als het heilige land. En wil Jezus nu drinken uit deze put van het Samaritaanse gelijk? Nog wel uit handen van een vrouw? Wil hij de goedertierenheid van God, die ons door het water in leven houdt, aannemen uit handen van deze verwerpelijke Samaritaanse?
Ja. Dat wil hij.
Omdat hij haar niet ziet als iemand met welk etiket dan ook (’Samaritaanse, overspelige, verschoppeling,...’) maar als mens Gods. Hij stelt zich ontvankelijk op. En stapt af van al het gelijk van de wereld wat Hij heeft.
Juist omdat Hij alle gelijk van de wereld heeft, kan Hij er ook van afzien. En zo opent hij het gesprek.
De eerste stap naar een ware ontmoeting.
Ik wil wel water van jou. Maar wil jij wel levend water van mij?
De tweede stap van de weg is niet minder opzienbarend. Immers: de liefde moet van twee kanten komen.
De vraag waar Jezus haar voor stelt is nu: wil jij wel levend water van deze Jood ontvangen? Jezus van zijn kant schuift zijn eigen afkomst niet onder tafel. Is niet bescheiden of verontschuldigend.
Maar heel scherp to the point: Ik wil wel water van jou. Maar wil jij wel levend water van mij? De ontmoeting met Jezus vraagt ook van haar alle vooroordelen opzij te zetten. En zich te begeven in het ongewisse. Zich aan Jezus te laten zien.
En als dat niet lukt raakt Jezus wel haar leven met al haar mannen aan.
Maar dan zo, dat het lijntje niet knapt.
Om het eens anders te zeggen: Jezus verwijt haar niet een slecht, zondig leven, maar laat haar wel voelen waar haar pijn zit: ze heeft geen rust, geen vrede kunnen vinden. Dat is niet gemakkelijk om aan te horen. Maar het brengt haar wel tot de kern waar het om gaat: het vinden van de waarheid, het vinden van Jezus, die de waarheid is.
Bekering niet als voorwaarde, maar als vrucht van de liefde van God
Zo is dit gesprek een grote troost: doordat Jezus zich volkomen geeft. En omdat Hij alle etiketten naast zich neerlegt, komt het tot het die onvoorwaardelijke aanvaarding. Niet om alles bij het oude te laten, maar om vanuit die aanvaarding tot bekering, tot een nieuw leven te komen: bekering niet als voorwaarde, maar als vrucht van de liefde van God.
Uitdaging
Zo is de ontmoeting ook een geweldige uitdaging. Hoe kunnen wij ons eeuwige eigen gelijk opzij zetten. Hoe kunnen we aan de ander, welke ander dan ook, vragen: ’geef mij te drinken’.
Heen stappen over ons eigen gelijk, om de ander te kunnen ontmoeten.
Zien, wie hij of zij is.
En misschien zelfs de nood van de ander zien en lenigen: als er rouw is, troosten. Als er eenzaamheid is, nabij zijn; en als er vreugde is, die delen.
En zo komen tot het uitdelen van de liefde van God, die we in Christus ontvangen hebben. Een ieder levend water te drinken te geven uit die bron, die niemand anders is dan Jezus Christus.