Plaatjes vertellen een verhaal

1999-02-05
  • Jaargang 43
  • nummer 3
U kunt het bijna niet gemist hebben: rond de Kerst verscheen er een tekenfilm in de bioscopen over de exodus. We zijn nu al weer wat verder in het jaar, dus dit artikel is een verlate recensie van de film of een vroege recensie van de video.

De verantwoordelijken van deze film zijn Jeremy Katzenberg en Steven Spielberg, samen goed voor films als The Lion King, ET, en nog een heleboel andere grootschalige projecten. Nu is dit niet de eerste film over een gedeelte uit de bijbel; in de jaren ’50 konden we genieten van The Ten Commandments en Ben Hur, films waarnaar overigens een aantal keer verwezen wordt in deze film. Maar The Prince of Egypt is dus een tekenfilm. Van oudsher hebben mensen hun toevlucht gezocht tot beeldmateriaal om een geschiedenis te vertellen.
Zoals wij, zo ook de Egyptenaren: ergens halverwege de film loopt Mozes, die net van Mirjam te horen heeft gekregen dat hij een Hebreeër is (iets wat hij in het verhaal zoals de film het vertelt niet wist), naar een tempel, waar op de muren in hiëroglyfenschrift het verhaal van de kindermoord verteld wordt. En – film in de film! – terwijl Mozes slaapt en droomt over deze geschiedenis, komen de muurschilderingen tot leven en vertellen nogmaals het verhaal van de baby’s die in de Nijl gegooid worden. De droom markeert de ommekeer in het tot dan toe gemakkelijke leven van Mozes, en is bovendien een hoogtepunt in de film zelf, een feest om naar te kijken.

Niet blasfemisch
Beelden zijn soms zo veel krachtiger dan woorden; je hoopt eigenlijk dat deze film dezelfde impact op ons, toeschouwers zal hebben als die droom op Mozes. De film heeft zijn context wel tegen: een tekenfilm over de bijbel, en dan ook nog eens uit Amerika. Zal een groot, commercieel bedrijf nog iets heel laten van het heilige (en de Heilige) van deze geschiedenis? En daarbij, een tekenfilm, maakt die het verhaal niet net zo plat als die Egyptische hiëroglyfen?
Bedenkingen genoeg, zou je zeggen.
Toch is in zoverre de huiver ongegrond, dat de film niet blasfemisch of spottend is. Niet dat er niets op de film is aan te merken (daarover straks nog het een en ander), maar de makers zijn er in geslaagd een boeiende, vooral ook mooie film te maken die voor ieder, behalve voor de kleinsten, iets te bieden heeft. Ze zijn zich gedurende het project bewust geweest van de gevoeligheden rondom dit onderwerp. Theologen van verschillende richtingen (joods, islamitisch en christelijk) hebben hun zegje mogen doen over de film. Alles wat aanstoot zou kunnen geven, is er uit gelaten.
De sprekende kameel van Zippora bijvoorbeeld kon niet door de beugel.
Dat is toch wel sympathiek; dat er bij het maken van een film zozeer op de wensen en voorkeur van het publiek wordt gelet wat betreft geweld en ethiek, verdient waardering. Deze strenge, religieus correcte insteek maakt de film wel een beetje humorloos. Maar dit is ook geen sprookje, laten de makers ons weten, het gaat in de eerste plaats niet om leuk of lachen. Expliciet wordt aan het begin vermeld dat het om een echt gebeurd verhaal gaat. Dit keer geen Lion King, Bambi of Hercules, maar God die in de geschiedenis ingrijpt.

Egypte
In grote lijnen volgt de film het verhaal in Exodus. De shots van het land zijn erg sprekend, misschien doordat er zo veel beeldmateriaal van Egypte bewaard is gebleven. Wie zich wel eens heeft afgevraagd hoe het moet zijn geweest om in het oude Egypte rond te lopen, die grijpe nu zijn kans. Verschillende gezichtspunten worden getoond: bovenop de steigers bij een sfinx, met uitzicht over de stad; met het rieten mandje mee de Nijl over, langs nijlpaarden en ibissen in de papyrusvelden; en tenslotte tussen de watermuren door over de bodem van de schelfzee. Dit is zondermeer het sterkste punt van de film.
Maar de makers leggen daarnaast nog eens hun eigen accenten: ze houden erg van sterke contrasten: de grootse wereld van de Egyptenaren die in felle kleuren wordt getekend tegenover de hutjes van de Hebreeën in de kleuren grijs, zwart en donkerbruin; het uitbundige hofleven van Mozes vóór zijn vlucht en het sobere leven in dienst van God; het verhaaltempo dat hoog is in de beschrijving van de uittocht (het grote verhaal) en laag in dat van de menselijke verhoudingen (het kleine verhaal); en als voornaamste contrast: de verhouding tussen Mozes en de farao, geïdentificeerd met Ramses II. Dit is het punt waarop de makers zich de grootste vrijheid hebben gepermitteerd. Gezien de omvang van de hele geschiedenis wordt er ook erg veel energie gestoken in deze fictieve verhouding. Alle contrasten ballen zich als het ware samen als het om deze twee personen gaat. Het is opvallend dat er veel meer ruimte wordt vrijgemaakt voor de verhouding tussen Mozes en Ramses dan voor de geschiedenis van het volk als geheel. Duurt de periode van Mozes bij de Midianieten ongeveer een liedje, de verhouding met stiefbroer Ramses verschillende lange scènes. Het is zinvol om hier wat langer bij stil te staan.
Na zijn adoptie (door de koningin en niet door de prinses!) groeit Mozes op aan het hof. Hij weet niet beter of Ramses is zijn broer. De twee kunnen erg goed met elkaar overweg. Over zijn eigenlijke achtergrond komt hij niets te weten, tot Mirjam hem vertelt wie hij is en bij wie hij hoort. Vanaf dat moment is het gedaan met het onbezorgde leven en met de warme band met Ramses. Zijn broer is zijn broer niet, hij is geen prins maar één van de slaven die er alleen maar zijn om de steden te bouwen. Na de moord (per ongeluk!) op de opzichter vlucht hij de woestijn in en komt terecht bij Jetro. Als hij na al die tijd terugkomt uit Midian is de begroeting tussen de twee ’broers’ erg hartelijk, maar dat verandert als Mozes het doel van zijn bezoek vertelt.
Na aanvankelijk ongeloof van Ramses slaat de liefde om in haat. Het is duidelijk: ze zitten voor altijd aan elkaar vast.
Gedurende de tijd dat Egypte lijdt onder de plagen zien ze elkaar regelmatig, waarbij Mozes tot het einde toe Ramses ervan probeert te overtuigen dat zijn rijk niet ineen zal storten als hij de Hebreeën laat gaan. Deze confrontaties zijn het psychologische hoogtepunt van de film. Eigenlijk gaat de film over deze twee broers. Tot het einde blijft farao in beeld en in al zijn hardheid wekt hij toch sympathie. Mozes’ eigenlijke broer Aäron is daarbij een kleurloze, saaie piet. De gevoelens van Mozes naar deze twee ’broers’ zijn dienovereenkomstig: naar Ramses bewogen, naar Aäron neutraal.
Mozes heeft het knap moeilijk met zijn gevoelens. Hij kan maar niet wennen aan zijn nieuwe bestaan als leider en als karakter in de film vervlakt hij. Bijna verontschuldigend komt hij om de verlossing van het volk vragen! Er is weinig aantrekkelijks in Mozes’ nieuwe bestaan en dat lijkt hij zelf ook te vinden. De leuke, levenslustige figuur die hij in zijn jeugd aan het hof was, is verschraald tot een magere verschijning met wijze ogen. Niet direct iemand die de kinderen aanspreekt.

Kinderfilm?
Maar is dit wel een kinderfilm? Voor de allerkleinsten is de film wat te overweldigend.
De onderdrukking van het volk komt erg realistisch over en ook sommige plagen zijn behoorlijk heftig. En nog zo’n sterk contrast: de brute kindermoord tegenover de huiveringwekkende verstilde dood van de eerstgeborenen.
Niet echt voor de tere kinderziel. Voor de wat oudere kinderen wordt nog vrij veel bekend verondersteld. Je mag hopen dat die in ieder geval Asterix en Cleopatra gelezen hebben. Voor volwassenen is de film weer duidelijk te vlak. In een film – en niet alleen in een tekenfilm – ontkom je weliswaar niet aan abstracties, maar bepaalde zaken zijn wel erg verwaterd of gepolijst. Geloof bijvoorbeeld wordt als abstract, psychologisch gegeven gepresenteerd, als een soort optimisme, en niet als een relationeel begrip. Maar voor mij de grootste uitglijder is hoe het volk getekend wordt.
Op drie momenten komt het er duidelijk veel beter van af dan hoe wij het uit de bijbel kennen. De film begint met een schets van de onderdrukking. De scherpe kanten daarvan worden wat verzacht met een lied dat het volk zingt, een gebed tot God: „Verlos ons, breng ons naar het beloofde land”. Niets over de verslagenheid, het cynisme en de afgoderij die onder het volk opgeld deed. Dan: midden in de film slaat Mozes een slavendrijver die dan van de steiger valt. Over de ruzie die hij later met een van zijn volksgenoten krijgt, weer niets. Tenslotte, aan het eind: als Mozes met de twee stenen tafels de berg afkomt, ligt het volk vredig in de vlakte. Het gouden kalf is weggepoetst.
Als het nu echt een kinderfilm is, kun je je dat enigszins voorstellen, maar als volwassene voel je je nauwelijks serieus genomen. Het is dus ook niet specifiek een film voor volwassenen. Al met al is de aanvankelijke vrees niet bewaarheid: de film is niet aanstootgevend op een manier die we zouden verwachten, namelijk onheilig, spottend of typisch werelds; wel erg vlak. De strenge censuur die de producenten zich opgelegd hebben aan de ene kant en het ontbreken van een duidelijke doelgroep aan de andere kant breken de film op. De eerste indruk is sterk, en de film heeft beslist mooie momenten en beelden, maar hij beklijft niet. Als inleiding voor de kindernevendienst is hij zonder meer geschikt, maar de film is meer een demonstratie van wat er allemaal met de nieuwste digitale technieken in films mogelijk is, dan wat er met God mogelijk is. Die kant van de geschiedenis ontbreekt niet, maar God legt het wel af tegen de special effects; evenzo zijn boodschap tegen de te correcte positive values, waar de film voor staat. Niet om flauw te doen, maar het boek is beter.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief