Bijbelstudie over Romeinen 3: 25 en 26 (2 - slot)

1998-04-03
  • Jaargang 42
  • nummer 7
Gods gerechtigheid is niet hetzelfde als Gods genade. Vanuit dat uitgangspunt eindigde ds.
De Jong zijn eerste artikel met de opmerking dat wij om des gewetens wil het beeld van "betalen' om het verzoeningsgebeuren uit te leggen niet kunnen missen. Christus heeft met zijn bloed betaald voor onze zonden betaald.

Rechtvaardigheid
God heeft zó zijn rechtvaardigheid willen tonen, zegt Paulus (in Rom. 3: 25 en 26). Vóórdat Christus zijn offer bracht, vóórdat de prijs voor de vergeving betaald werd, bleef die rechtvaardigheid van de Here wat in de schaduw. God zéi wel dat Hij rechtvaardig was, maar Hij dééd er nog niet naar.
Adam mocht na zijn zonde blijven leven, hoewel gezegd was: "Ten dage dat ge daarvan eet, zult gij voorzeker sterven" (Genesis 2: 17). De volken liet God op hun eigen wegen gaan en Hij liet zich, hoe verkeerd die eigen wegen ook waren, zelfs niet onbetuigd door wel te doen van de hemel (Handelingen 14: 16 en 17). God strafte wel, bijvoorbeeld Israël met de ballingschap, maar tegen het volk in Babel liet Hij zeggen: "Jullie hebben uit mijn hand dubbel ontvangen voor al je zonden"
(Jesaja 40:2) en "Ik was maar een beetje vertoornd, maar de volken hielpen mee ten kwade" (Zacharia 1:15). Met andere woorden: het was eigenlijk veel te erg wat jullie aan straf hebben ondervonden. Troostend hoor je God dat tegen Israël zeggen. Maar hoe kon zo gesproken worden als je toch profeten in de tijd vóór de ballingschap hoort fulmineren: "Verdelging is vastbesloten, overvloeiend van gerechtigheid" (Jesaja 10:22). Vloeide die straf wel zo van gerechtigheid over? Bereikte ze in de tijd vóór Christus wel haar maat? Of werd er in zulke termen als 'dubbel ontvangen' een voorschot op iets anders genomen?
Ligt het betalend offer van Christus eraan ten grondslag? Kon van de straf alleen maar een opvoedkundig doel overblijven, omdat de straf als vergelding de Plaatsvervanger zou treffen?

Inderdaad, zegt de apostel hier, het was toen nog de tijd van Gods 'verdraagzaamheid', van het maar 'laten geworden van de zonden', van er niet echt naar recht op ingaan. Daardoor kon de indruk ontstaan dat God met zijn eigen recht de hand lichtte. En nóg moet je zeggen dat zonder Christus en buiten Christus om de geschiedenis niet een duidelijke spiegel van Gods gerechtigheid is. Er gebeuren wel dingen die als straf van de wrekende gerechtigheid van God uitgelegd kunnen worden, maar bevredigen doet dat meestal niet. Ja, zeer in het algemeen kun je het wel zeggen, maar moeilijker is het dat op concrete gevallen toe te passen. Moest uitgerekend Zeeland met de watersnood gestraft worden? Moet uitgerekend Afrika voor straf met de ene ramp na de andere worden bezocht? Je kunt toch moeilijk volhouden dat in dit aardse bestel Gods gerechtigheid triomfeert. Als we Gods gerechtigheid uit het gebeuren zouden moeten opmaken, dan zouden we een eigenaardige, om niet te zeggen een willekeurige indruk van Hem krijgen. Het is dan ook met een zeker recht dat mensen, die naar niets anders dan de tv kijken, zeggen: Als er toch een God is, hoe kan Hij dat allemaal dan toelaten?

Christus
Maar nu heeft God in Christus zijn rechtvaardigheid getoond. Door Hem te straffen voor de zonden der wereld heeft Hij laten zien dat zonden Hem iets kunnen schelen, dat Hij niet onverschillig is voor wat wij mensen op aarde allemaal uitspoken. "Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt ..."
(11Corintiërs 5:21). God verlost ons, maar niet goedkoop, niets verdoezelend, niets wegpratend, niets gladstrijkend.
Hij heeft in Christus met de zonde afgerekend. Dat is het woord: afgerekend. Juist dat geeft onze geplaagde consciënties vrede. "Sion zal door recht verlost worden", zegt de profeet (Jesaja 1:27), "en wie uit Sion zich bekeren, door gerechtigheid". En daarmee heeft God een weg ter verlossing bewandeld die de toets der gerechtigheid glansrijk kan doorstaan.
U merkt wel, ik benadruk in deze bijbelstudie de gerechtigheid van God.
Niet de genade, maar de gerechtigheid geef ik accent. De genadekant die er ook aan Gods gerechtigheid zit, laat ik zo meteen zien. Ik doe dat zo omdat de tekst me daarin voorgaat. Die heeft immers tot twee keer toe de woorden 'om zijn rechtvaardigheid te tonen'. Daar gaat het hier om. God toonde in het offer van Christus zijn gerechtigheid, zijn wrekende toorn.
Daar sjoemel Ik niet mee, liet Hij zien. Maak ik mijn uitleg daardoor niet te somber? Ik heb al gezegd dat ik mij met deze bijbelstudie richt tot het sprekende geweten. Het sprekende geweten dat op de boodschap van de vergeving vraagt en doorvraagt. Ik weet wel dat het sprekende geweten in onze tijd een zeldzaamheid wordt. We leven immers in een tijd van het grote goedpraten. Voor alles is een excuus, voor elke misslag is een verklaring, voor elke fout een smoes, kortom, het is een sorry-cultuur. Wie zit er nu vandaag nog met zijn zonden? En wie vreest nog voor het rechtvaardige vonnis van God daarover? Wie beeft er voor Gods wraak?

Maar nu heeft God één keer zijn hand door de wolken gestoken om te laten zien hoe Hij eigenlijk over de zonde denkt. Zodat we met een schok kunnen zeggen: Daar is Hij, de rechtvaardige God! Zo is Hij en zo zal straks zijn gramschap gaan over alle onrecht in de wereld! Inderdaad om te beven!
Maar ...laat het nu precies door dit gerechtigheidsbetoon zijn dat Hij ons verlost! Daar heb je die genadekant aan de gerechtigheid van God. Want Gods toorn doodde Christus, maar doodde Christus als zoenoffer. Zodat Gods gericht over Christus zijn vrijspraak over ons is. "Zodat Hij zelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt die uit het geloof in Jezus is", zegt de tekst. Is dit somber? Helemaal niet! Het vragende geweten krijgt hier z'n antwoord. De vraag, nietwaar: Hoe kunt u mij de zonde om niet vergeven, Here God? Is dit wel echt? Word ik hier niet blij gemaakt met een dode mus? Kan ik hier wel op vertrouwen? En het antwoord: Ik heb de losprijs ontvangen, mijn kind; geloof me, je bent vrij!

Achterhaalde hulplijn
Niet elke keer dat de vergeving in de Schrift ter sprake komt, wordt van de prijs, die daarvoor betaald is, gerept.
In het verhaal van de verloren zoon accepteert de vader zijn kind zonder voldoening te eisen. Ook in de bekende tekst dat God de wereld alzo liefgehad heeft, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die gelooft, in Hem het eeuwige leven zou hebben (Johannes 3:16), ontbreekt het. En er zijn er die daar de conclusie uit trekken dat het voldoenende werk van Christus buiten de kern van de bijbelse boodschap zou vallen. Dat het een achterhaalde hulplijn van Paulus zou zijn. Maar dat is een treurige vergissing. U moet het zo zien dat het vanwege de gulheid van de Here is dat op de stroom van zijn liefde naar ons toe de grootste nadruk komt te liggen. Het licht van die liefde straalt in zulke teksten zo krachtig, dat het de prijs die ervoor betaald is overschijnt. Niet wegschijnt, maar overschijnt.
Maar als dan het geweten zijn vragen gaat stellen, dan is daar de Schrift met haar duidelijke antwoord, zoals in onze tekst en in enkele andere meer. Teksten waarin gezegd wordt dat wij op Golgota met gerechtigheidsopenbaring van God te maken hebben. En wel 'in de tegenwoordige tijd', zoals de tekst nog toevoegt. Dat wijst op het verschil met vroeger toen Gods gerechtigheid schuil ging achter zijn geduld en meegaandheid. Maar die verwijzing naar de tegenwoordige tijd wil ook zeggen dat het schitterende dat God voor ons gedaan heeft, niet heeft hoeven te wachten tot de tijd van het laatste oordeel. Dat die strenge en tegelijk heilbrengende gerechtigheid nu al zichtbaar is geworden in het kruis van Christus. En denk erom, dat hebben wij nodig, juist in de tegenwoordige tijd, in de tijd waarin zo vaak de vraag klinkt: Waar is God? Is Hij daarboven soms onverschillig voor het onrecht dat op aarde geschiedt? Nee, dat is Hij niet! Kijk naar Christus op wie de volheid van Gods toorn is neergekomen. Tóch recht op aarde!, kunnen we nu zeggen. Tóch weten wij hoe God over de zonde denkt. Dat Hij zich daar gruwelijk boos over maakt. En wat een verrassing dan dat die openbaring van zijn toorn tegelijk zijn genade aan het licht heeft doen komen. Want wat voor Christus het gericht was, is voor ons de vrijspraak.
Zodat God rechtvaardig is ook als hij hem rechtvaardigt die uit het geloof in Jezus is. Daarom: Zijn wij uit het geloof in Jezus? Dat is nu de vraaq waarop alles aankomt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief