Betrouwbaarheid
1999-02-19
„Wij geloven niet meer om wat gij zegt, want wij zelf hebben Hem gehoord en weten, dat deze waarlijk de Heiland der wereld is” - Jaargang 43
- nummer 4
Johannes 4:42
In een paar artikelen wil ik proberen wat te zeggen over een aantal dingen die voor mijn besef op ons als kerken aan het eind van de twintigste eeuw afkomen. Ik doe dat niet omdat ik me verbeeld dat ik daar nu zo’n bijzondere visie op heb, maar wel omdat ik denk dat het de moeite waard is om ons zo goed mogelijk te realiseren in wat voor wereld we staan, en hoe we in die wereld gestalte kunnen geven aan onze roeping om gemeente van de Here Jezus te zijn, een zoutend zout, een lichtend licht, een stad op een berg.
Daar een beetje een aanzet toe geven, dat is wat me voor ogen staat.
Betrouwbare getuigen...
Wanneer je als kind van God op aarde het Evangelie wilt doorgeven aan andere mensen, dan zul je in de allereerste plaats zélf een betrouwbare en levende getuige moeten zijn van de Here Jezus. Wij zijn gewend om daar meer nadruk op te leggen dan dat vroeger gebeurde, toen het veel vanzelfsprekender was dat je geloofde.
Ik denk dat iedere Christen in onze tijd wel doordrongen is van de noodzaak om niet alleen met woorden, maar met heel je leven te getuigen van je Heer en Heiland. Als je immers niet zelf een betrouwbare, levende getuige bent, hoe zul je dan ooit anderen voor Christus winnen? Dan is wat je gelooft wel goed, maar het zal niet gauw mensen overtuigen. Zo belangrijk is de betrouwbaarheid van de brenger van de boodschap.
... van een betrouwbare boodschap
Maar langzamerhand heb ik er behoefte aan gekregen om nu ook maar weer eens de andere kant te benadrukken: de betrouwbaarheid van de boodschap zélf. Nee, niet om daarmee afbreuk te doen aan wat ik net schreef: dat je als getuige betrouwbaar en overtuigend moet zijn, maar wel omdat dat toch ook niet het één en het al is. Alsof de vraag of iemand al dan niet zal geloven enkel afhankelijk is van die andere vraag: of er in zijn of haar omgeving iemand te vinden is die zó overtuigend is dat je in feite niet anders kunt dan geloven.
Die indruk wordt wel eens gewekt – onbedoeld, naar ik veronderstel. Als het je in een gesprek met een buitenkerkelijke niet is gelukt om enige opening voor het Evangelie te bewerken, dan kan je dat de vraag opleveren: ”Kon die ander wel aan je merken wat het voor jou zélf betekent?” Met andere woorden: ligt het niet aan jou zélf dat het niet is gelukt?
Erger nog – en waarschijnlijk vaker voorkomend – is diezelfde vraag, gesteld, of ook alleen maar gesuggereerd, in de richting van ouders van wie de kinderen niet meer naar de kerk gaan, of niet meer geloven: ”Maar heb jij zélf wel het goede voorbeeld gegeven? Ligt het niet mee aan jóú, als vader of moeder, dat je kind niet gelooft?” En wie zal ontkennen dat dat inderdaad mogelijk is? Sterker nog: elke vader en moeder vinden, als ze op een eerlijke manier terugkijken, heel wat punten waarop ze het verkeerd hebben gedaan, en waarvan ze achteraf heel goed weten hoe ze ’t hadden moeten doen – maar ze hébben het ánders gedaan...
Tot geloof komen
Is geloven een kwestie van een betrouwbare getuige tegen het lijf lopen, iemand die werkelijk helemaal overtuigend is, en dan komt het wel?
Nee. Zo simpel is het niet.
Zeker: om tot geloof te komen is het geweldig belangrijk dat je om je heen mensen hebt aan wie je kunt zien en horen en proeven dat ze zelf met huid en haar verbonden zijn met God; dat geloven maar niet een vrome theorie is voor de zondag, maar iets dat je hele leven doortrekt. Nou en of! „Kom, ga met ons en doe als wij”: dat wordt er een stuk makkelijker op wanneer dat gezegd wordt door mensen die zelf op een aanstekelijke manier geloven.
Daar zeg je tegen: „Ja zeker, ik doe mee!” En zo kun je, door het voorbeeld van een mens, op je knieën terechtkomen bij de God van die mens.
Blijven geloven
Maar om dan, op de langere termijn, ook bij Hem te blijven, daar is meer voor nodig. Je kunt tot geloof kómen omdat je in een ander mens iets van God ziet – maar om te blíjven geloven is dat te weinig; daarvoor moet je, blijvend, met God zelf verbonden zijn.
Het is prachtig als je betrouwbare getuigen om je heen hebt, maar uiteindelijk kun je op het getuigenis van een mens je geloof niet bouwen. Naar het oude woord uit Psalm 146: „Vest op prinsen geen betrouwen”; mensen kúnnen dat gewoon niet; en je moet dat ook niet van ze vragen.
Er is maar één getuige die zo sterk en zo betrouwbaar is dat Hij het geloof van een mens kan dragen, en dat is Jezus Christus zelf, „de getrouwe getuige” (Openbaring 1:5). De Getuige, die zelf ook de Betuigde is.
Twijfel
Waarom kom ik met deze dingen? Nu, omdat ik soms mensen tegenkom die met grote vragen zitten. Geen mensen die tegen God en kerk en geloof aanschoppen omdat ze daar zo graag vanaf willen en innerlijk allang afscheid genomen hebben; maar mensen die ooit enthousiast en vol overtuiging tot geloof gekomen zijn; maar die nu ingezakt zijn, en het allemaal niet meer weten. En dat dan niet omdat er geen enthousiaste en overtuigde gelovigen om hen heen zijn; die zijn er wel, maar het zegt ze niks. Ook niet omdat de kerkdiensten allemaal zo saai en voorspelbaar zijn; want er is genoeg leven in de kerkelijke brouwerij.
Nee, er zit iets heel anders achter: dat is die diepe vraag naar God zelf, naar de realiteit van het Evangelie, naar de betrouwbaarheid van de boodschap van de bijbel.
Op een korte formule gebracht: Vroeger was het: „Het staat in de bijbel, dus is het waar”; vandaag is het, voor sommige mensen: „Het staat in de bijbel, maar is het ook waar?” En nou kun je die verandering betreuren, je kunt ’m zelfs afwijzen – maar daarmee geef je natuurlijk geen antwoord op de vraag zelf.
Is er zo’n antwoord? Hebben wij als kerk argumenten om te laten zien, of in elk geval om aannemelijk te maken dat de bijbel waar is? Kun je ’bewijzen’ dat het Evangelie van de Here Jezus de betrouwbare boodschap is van een God die van mensen houdt?
Ontmoeting
Nu heb ik Johannes 4 nog helemaal niet genoemd. Toch – u zult het gemerkt hebben – speelde dat hoofdstuk al helemaal door het bovenstaande heen. Ja, ik heb mijn inzet gekozen bij wat ik vandaag tegenkom in m’n eigen omgeving, maar daar merk je dan weer aan dat de bijbel in elke tijd nieuw en actueel is. Want dit is namelijk precies het verhaal van Johannes 4. Het begint ermee dat Jezus die vrouw ontmoet, en haar leven open-pelt. Als een compleet ander mens stormt ze vervolgens naar haar volksgenoten toe, om hen het grote nieuws van de Verlosser te vertellen.
Ze doet dat zo overtuigend dat de mensen inderdaad met haar meegaan.
Prachtig effect van evangelisatie: mensen gaan naar Jezus toe.
En dan staat er in vers 39 dat er velen van de Samaritanen in Jezus geloofden „om het woord van de vrouw”, om wat zij getuigd heeft van Jezus. Ja zeker, zó belangrijk is haar getuigenis – maar dat is toch nog niet het laatste.
Want zoals het verhaal begínt bij Jezus, zo eindigt het ook weer bij Hem: de blijvende dragende grond onder het geloof van deze Samaritanen is niet het getuigenis van de vrouw, maar dat is de ontmoeting, de verbinding met Jezus zelf.
De vrouw was getuige – en ze was betrouwbaar – maar uiteindelijk kan alleen de inhoud van haar getuigenis, Jezus Christus, de Heiland der wereld, het gewicht van het menselijk bestaan dragen, een leven lang.
De wereldgodsdiensten
De hier gestelde vragen komen in onze tijd ook nog in een heel ander verband op ons af, namelijk in de ontmoeting met de (andere) wereldgodsdiensten.
Wij leven in een almaar kleiner wordende wereld (de zogenaamde ’global village’); en of we dat nou leuk vinden of niet, maar we komen daardoor steeds vaker in aanraking met aanhangers van andere godsdiensten.
En dat roept op een gegeven moment de onvermijdelijke vraag op waarom nu eigenlijk het christelijk geloof waar zou zijn, en die andere religies niet. In ons eigen land pretenderen we minder dan vroeger als kerk de (enige) hoeders te zijn van de waarheid – maar kunnen en durven we datzelfde op den duur op wereldschaal nog wel vol te houden? Is dat eigenlijk niet net zo arrogant als hier in Nederland pretenderen dat je de enige ware kerk bent?
Kortom: je zult er als kerk goeie argumenten voor moeten hebben om in de wereld van vandaag met overtuiging vol te houden dat het Evangelie van Jezus Christus de werkelijk en absoluut betrouwbare waarheid is.
Jezus zelf
De Samaritanen kwamen bij Jezus. En toen ze Hem hadden gevonden, hadden ze het getuigenis van die vrouw niet meer nodig. De betrouwbaarheid van de boodschap van God vonden zij in de rechtstreekse ontmoeting met Jezus zelf.
Ik denk dat wij hier veel energie in zullen moeten steken: in de ontmoeting met Jezus, en daarmee in de betrouwbaarheid van de boodschap zelf. Dat hebben wij, als ik het goed zie, eigenlijk nooit echt gedaan. De betrouwbaarheid van de boodschap hoefde ook niet aangetoond of aannemelijk gemaakt te worden; die was gewoon gegeven met het simpele feit dat de bijbel het Woord van God was. En daarom komen wij vandaag in een gesprek over deze dingen ook vaak niet verder dan: „Dit of dat is waar omdat het in de bijbel staat, en dat moet je gewoon geloven”.
Nu, daarmee kunnen wij niet meer toe. Je zult op z’n minst een poging moeten doen om te laten zien dat de boodschap van de Here Jezus in zichzelf betrouwbaar is. Het alternatief is immers: je terugtrekken in je eigen christelijke hoekje van de werkelijkheid, in het reservaat dat de wereld ons best wil gunnen – op voorwaarde dat we de rest van diezelfde werkelijkheid onder de beheersing laten van de wereld. Tegenover dát alternatief kies ik ervoor om de tijd waarin wij leven en de mens van vandaag werkelijk serieus te nemen, en het gesprek te voeren met die mens en met die wereld. Gemakkelijk? Nee; maar als je, ook vandaag, een zoutend zout en een lichtend licht wilt zijn, dan zal het zó moeten. Op een andere manier kán niet meer.