Hij leidt mij in de rechte sporen

1999-02-19
  • Jaargang 43
  • nummer 4
Ik begon aan ’Vrouwen op een zij-spoor?’ in de trein. Toen er een meneer tegenover me kwam zitten, legde ik het boek op mijn schoot en las met enige moeite van die afstand verder, tot ik me realiseerde wat ik deed. Waarom verberg ik de titel van een boek?
Een opvallend mooi boekje om te zien nog wel? Waarom begin ik nu pas, nu anderen mij vragen er iets over te zeggen en te schrijven, boeken te lezen over de plek van de vrouw in de kerk, hoewel ik vanaf mijn geboorte vrouw in de kerk ben? Waarom staat het onderwerp mij zo geweldig tegen en wil ik er niet op aangesproken worden?

Ik denk zoals ik ben (m-v)
Om ergens over na te denken, is afstand plezierig. Ik heb die afstand niet. Niemand trouwens. Wie er ook over schrijft, het is altijd óf een man óf een vrouw. We worden bepaald door ons man of vrouw zijn en we kunnen er ook door bepaald worden. Niet serieus genomen b.v.: „Dat zeg je omdat je man bent” of „Typisch vrouwelijk.” Als iemand van mening is dat een vrouw geen les mag geven in de gemeente, hoe luistert hij of zij dan naar de mening van een vrouw over die zaken? Worden mensen niet bij voorbaat in hun positie versterkt?
Onze mening wordt gevormd door de omgeving waaruit we komen en de keuzes die we maken. Veel is onbewust.
We lopen met een bril op. Ik ben opgegroeid in de Nederlands Hervormde kerk en daar ook opgeleid tot dominee.
Het was nooit echt een vraag of dat kon. Natuurlijk kon dat. Er waren Gereformeerde Bonders die bezwaren hadden, maar dat was een heel andere cultuur.
Toen ik Dick leerde kennen (een vreemde eend in de bijt aan de Rijksuniversiteit van Groningen) ontmoette ik weer een heel andere cultuur. Toen we vele jaren later trouwden, sprong ik over de kloof en werd Nederlands Gereformeerd.
En weer kwam de vraag naar vrouwelijke predikanten niet aan de orde, maar nu omdat het natuurlijk níet kon. We vonden samen vrij gemakkelijk een weg in l’Abri en daarna in Afrika.
Daar kon ik les geven, ook aan aankomende predikanten en ook preken als dat te pas kwam.
Nu Dick predikant is in Houten, is het weer niet aan de orde. Waarschijnlijk omdat zoveel vrouwen, ik zelf ook, een verantwoordelijke en gewaardeerde taak in de kerk hebben, samen met, maar niet in de kerkenraad. En wie heeft er zin in discussies als er zoveel is wat gedaan kan worden?
Ergens serieus over nadenken heeft gevaren. Je kunt er door veranderen, zeker als het om iets existentieels gaat.
Dat is hier het geval. Het gaat om de belangrijkste relaties in mijn leven: Mijn relatie met God, die met mijn man, die met de kerk waar ik lid van ben. Het is, enkele boeken en wat tijd later, meegevallen.
Toch wil ik het niet onvermeld laten omdat ook de lezer, bewust of onbewust positie kiest en dingen wel of niet toe laat. Misschien ook omdat het des vrouws schijnt te zijn: wat je schrijft persoonlijk maken.

De plek waarop ik recht heb?
Allereerst de, wat mij betreft, grootste valkuil. Er gaat iets mis zodra we in discussie gaan over onze positie en onze rechten. Het ging nooit goed als de discipelen Jezus vroeg naar hun positie.
„Wie staat vooraan?” „Mogen mijn zonen naast U aan tafel?” De eersten worden de laatsten. Dienen en niet heersen. Kracht is zwakheid en zwakheid is kracht. Worden als een kind en zien dat de arme weduwe meer geeft dan de leiders van het volk. Ik verwacht niet veel van een gesprek dat zich richt op kerkstructuren omdat de focus dan is: wie heeft welke plek? De vraag naar de positie van de vrouw in de kerk zal vaak tot een verharding van standpunten leiden, vrees ik, en tot gekwetstheid.
Ik zie meer in praten over de plaats van de Levende Heer in de Kerk en die van de Heilige Geest in onze gemeenten.
Onze vaste kaders en structuren zullen misschien omver waaien, we zullen niet de plek krijgen waar we recht op hebben, maar we zullen allemaal de plaats krijgen die heilzaam is voor ons zelf en voor de gemeente.
Hoe richten we onze aandacht op Christus, Heer van de kerk, en op het levende Woord van God? Bepaalde invloeden zoals traditionalisme en emancipatiedwang kunnen ons zicht verduisteren. Om echt te kunnen luisteren is nederigheid nodig. Heel wat meer nederigheid dan die van ons gevraagd wordt ten opzichte van elkaar. En de wil om eventueel onze mening te herzien.
In ons leven als christenen zijn niet onze meningen van het hoogste belang maar gehoorzaamheid en fijngevoeligheid om te weten waar het op aan komt.

Een aantal recente boeken
In een paar artikelen wil wat voor-lezen uit een aantal boeken:
– ’Vrouwen op een zij-spoor?’ met als ondertitel ’Emancipatie van de vrouw en het verstaan van de Schrift in gereformeerd perspectief’ met bijdragen van 7 auteurs.
– ’Sekse als antwoord’ van Maarten J. Verkerk
met achter de hand:
– ’Vrouwen in de gemeente van Christus’ van George en Dora Winston
– ’Vrouwen, ambt en dienst – Gesprek tussen verschillende visies op basis van de Schrift’ met bijdragen van Dr. A.N. Hendriks, Drs. Van Veen-Vrolijk, Mw. G. Velema-Drent en Dr. W.J. Ouweneel.
In die boeken gaat het over de vragen:
– Wat staat er in de Bijbel over dit onderwerp? We gaan ervan uit dat God spreekt, nog steeds. Hoe verstaan we Zijn spreken voor onze eigen situatie?
– Wat is het ambt?
– Hoe is de situatie nu eigenlijk? Hoe verhouden mannen en vrouwen zich, in hun huwelijk, in de maatschappij, in de gemeente? Hoe is dat geweest?
Welke gevaren dreigen en welke kansen hebben we om te zijn zoals God ons bedoelt?

Bijbel lezen in de Geest (van de tijd?)
’Vrouwen op een zij-spoor’, met als ondertitel: ’Emancipatie van de vrouw en het verstaan van de Schrift in gereformeerd perspectief’ bevat bijdragen van drs. J.M. Aarnoudse, ds. H. Folkers, dr. G.C. den Hertog, dr. S. Meijers, drs. J. Mudde, drs. M.C. Mulder, dr. M.J. Verkerk.
De helft van het aantal pagina’s wordt gevuld door drs. Aarnoudse, Christelijk Gereformeerd predikant en dr. S. Meijers (N.H.) Zij stellen een aantal belangrijke vragen bij het lezen van de Bijbel.
Het is duidelijk dat de schrijvers de Bijbel op Zijn Woord willen geloven. Maar is het altijd zo duidelijk wat er staat en wat wij er dan mee kunnen? De kern wel ja: Christus, de Gekruisigde en Opgestane b.v. maar geldt hetzelfde voor allerlei aanwijzingen en geldt het ook voor b.v. Paulus’ manier van uitleg van het Oude Testament? Moeten we ons eigen denken proberen te filteren van eigentijdse invloeden? Kan dat?
Wat is dan de goede manier van kijken?
„In dit verband wijzen wij op een kant van de zaak die vaak onderbelicht blijft, namelijk de stimulerende werking die op het lezen en de uitleg van de Bijbel kan uitgaan van de maatschappelijke ontwikkelingen” citeert hij uit het Eindrapport van de Commissie ’openstelling diakenambt voor de zusters der gemeente’ van de NG-Kerken in 1988.
Het wordt nog mooier gezegd: „Vanuit het Woord dat vlees is geworden kan de tijdbetrokkenheid van de Schrift niet als een nood worden gezien, maar klopt er het hart van het wonder, van Gods ontferming, namelijk dat Hij ingaat in onze concrete, historische werkelijkheid.” Meijers haalt Prof. Herman Bavinck aan die o.a. schreef: „Er bestaat geen onfeilbare exegese”.
Het vervelende hiervan is natuurlijk dat we zo geen discussies kunnen beslissen op grond van een paar duidelijke teksten. Bij elke uitleg hebben we de Heilige Geest nodig. Weten we hoe we de Geest de ruimte laten in ons Bijbellezen?
De Bijbel blijft het laatste woord.
Hoe dan? George en Dora Winston (theologen in Heverlee en het Bijbelseminarie Brussel) suggereren dat de verhalende gedeelten ons wellicht meer houvast geven dan de theologische. Ze zijn makkelijker te begrijpen. Ze geven voorbeelden van hoe b.v. de wet gebruikt wordt. De vier evangeliën laten zien hoe verschillende schrijvers het zelfde verhaal beschrijven, zonder dat iemand moeite heeft gedaan uit te zoeken wie de exacte beschrijving had. Het treft me hoe Paulus en de Apostelen overleggen over eisen die aan de niet-Joden gesteld worden (Hand. 12). Het gaat op de zelfde manier als die waarop Petrus bij een Romein binnenkwam: de Heilige Geest overtuigt ín de situatie.
Op grond van hun kennis van de Schriften en van Christus en van de Heilige Geest herkennen de apostelen Hem: Ja, het is van de Heer.
In het volgende artikel bekijken we, aan de hand van het boek ”Vrouwen op een zij-spoor?” een aantal van de bekende teksten van Paulus over de vrouw in de gemeente over de vrouw in het scheppingsverhaal en de vrouw in Spreuken.

Boek en studiedagen
’Vrouwen op een zij-spoor?’ Emancipatie van de vrouw en het verstaan van de Schrift in gereformeerd perspectief; door: drs. J.M. Aarnoudse, ds. H. Folkers, dr. G.C. den Hertog, dr. S. Meijers, drs. J.M. Mudde, drs. M.C. Mulder, dr. M.J. Verkerk; Buijten en Schipperheijn – Amsterdam 1998; 269 ƒ 38,90.
De Studie- en Bezinningsgroep van Chr. Geref. Predikanten en Theologen (SBG) organiseert in samenwerking met de uitgeverij Buijten en Schipperheijn een studiedag op maandag 1 maart in de Chr. Geref. Ichtuskerk te Amersfoort, waarbij vier sprekers hun reactie geven op de thematiek uit het boek, o.a. A. v.d. Dussen. ’s Middags is er discussie.
De schrijvers zullen ook aanwezig zijn. Kosten zijn ƒ 30.00. Opgeven bij drs. W.C. Moerdijk, tel. 0182-518385.
Op zaterdag 6 maart organiseert het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte (tel. 033-4657078; reform.philos@wxs.nl) een studiedag onder de titel ’Godsbeelden m/v’ n.a.v. het boek van dr. M.J. Verkerk ’Sekse als antwoord’ met twee sprekers: dr. Atie Th. Brüggemann-Kruijf (filosofe VU) en dr. Anneke de Vries (theologe); plaats: EH-gebouw in Amersfoort, 10.00-17.00 uur, kosten ƒ 30.00

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief