Genoeg vrijwilligers?

1999-03-05
  • Jaargang 43
  • nummer 5
Vrijwilligerswerk is in hoge mate een zaak van kerkgangers.
Deze conclusie werd onlangs getrokken in een rapport over vrijwilligerswerk van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Van de mensen die regelmatig naar de kerk gaan, is de helft actief als vrijwilliger, tegen een kwart van de buitenkerkelijken.
Wel steken kerkgangers hun energie vooral in vrijwilligersactiviteiten in de kerk zelf.

Niet minder
Het SCP-rapport rekent af met de veronderstelling dat Nederlanders minder in zijn voor vrijwilligerswerk dan vroeger.
Tussen een kwart en een derde van de volwassen bevolking besteedt zo’n vijf uur per week aan vrijwilligerswerk.
Dat is veel in vergelijking met andere landen, maar niet méér dan zo’n tien tot vijftien jaar geleden.
Ook het áántal vrijwilligers in Nederland is volgens het SCP de afgelopen jaren vrij constant gebleven. Ze houden zich bezig met uiteenlopende werkzaamheden als wandelen met ouderen, scheidsrechter zijn bij de voetbalclub, boodschappenhulp, ziekenbezoek in de kerkelijke gemeente, voorlezen op school en waken bij stervenden.
Alleen bij jongeren constateert het SCP een achteruitgang. Sinds 1985 is hun aandeel in het vrijwilligerswerk afgenomen.
Nederlanders lopen niet alleen warm voor eigen ontspanning en eigen belangen, concludeert het SCP. Het planbureau wijst erop dat juist ideële organisaties als pro-life-organisaties, solidariteitsverenigingen en milieuorganisaties de afgelopen jaren sterk groeiden. Ook werden mensen vrijgeviger: tussen 1974 en 1996 steeg de financiële bijdrage aan goede doelen van 319 miljoen naar 1,3 miljard gulden.
Ook die vrijgevigheid blijkt bij regelmatige kerkgangers overigens relatief groot te zijn.

Offers
Het door het SCP geschetste beeld van vrijwilligerswerk is derhalve overwegend positief. Voor de kerken is het zelfs zeer positief. En dat is goed: de kerk moet het hebben van vrijwilligers in clubleiding, als koster, in de kerkenraad, voor evangelisatie-activiteiten of voor diaconale taken. Dat is haar kracht.
Maar hoe komt het dan toch, dat er steeds vaker onvoldoende handen zijn om het kerkenwerk te doen? Is dit tekort aan werkers alleen een gevolg van toegenomen drukte, waardoor het SCP de teruggang van vrijwilligerswerk door jongeren verklaart? Of werkt ook de tijdgeest door in de keuzen die wij kerkmensen maken, in de prioriteiten die wij stellen?
„We zullen meer offers moeten brengen”, aldus ds. Bram Krol onlangs in het blad ’Uitdaging’. En daarmee bedoelde hij niet de ’vrijgevigheid’ van kerkmensen nog verder te stimuleren.
Nee, hij schreef over „deeltijdarbeid, om tijd voor de kerk over te houden.
Geen vakantiehuisje. Een diplomaatje of cursus minder, als dat ten koste gaat van het werk van de Heer. Of af en toe enkele maanden onbetaald verlof nemen. Een goedkoper huis. Geen auto of TV. Dat vermindert de noodzaak van een goede baan. Het is mogelijk duizenden guldens per jaar te besparen, althans voor wie een goede maatschappelijke positie heeft.” Komen dit soort overwegingen nog wel bij ons op? Of klinkt het ons als klinkklare onzin in de oren? Wie is bereid zijn economische en sociale ambities te temperen? Moet je niet meedoen aan de race naar de top?...
Maar waarom eigenlijk? Wat is de kerk ons waard?

Liefdedienst
Vrijwilligerswerk is een liefdedienst aan mensen om ons heen. Het wekt daarom wellicht geen verbazing dat veel vrijwilligers uit de kerk komen. De kerk is immers bij uitstek een gemeenschap waarin liefde en aandacht voor de medemens centraal staan. Laten we ons niet op de borst kloppen, maar ervoor waken dat dit ook zo blijft, zowel in kerkelijk werk als in het vrijwilligerswerk daarbuiten. Laten we elkaar dienen door de liefde, omdat God ons eerst heeft liefgehad. Laten we zo in het bijzonder de jongeren in de kerk op het goede spoor houden van dienst aan God en aan elkaar!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief