God zoeken
1999-03-05
God zoeken wil in de taal van de bijbel zeggen: zijn getuigenissen bewaren, doen wat Hij gezegd heeft. Dat is een heel andere manier van zoeken dan we bij de moderne mens vinden. Diens zoeken is door Nietzsche gekenschetst. Hij vertelt het verhaal van een man die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, daarmee rondliep op de markt en, tot grote hilariteit van de mensen, onophoudelijk schreeuwde: ik zoek God! Maar na een tijdje hield hij ermee op. Hij blies zijn lantaarn uit en riep: God is dood.- Jaargang 43
- nummer 5
Op die manier zoeken veel mensen. Ze rennen met hun lantaarn overal rond.
Maar ze vinden Hem niet. En tenslotte gooien ze de lantaarn erbij neer. Ze geven het zoeken op en zeggen: God is nergens te vinden. Hij is dood.
Het is geen wonder dat ze daartoe komen. Want bij het licht dat de mens zelf ontsteekt, kán God niet gevonden worden. Bij het licht van zijn eigen lantaarn blijft hij rondtasten als een blinde.
Dat beeld komt bij Paulus vandaan. Hij gebruikt het als hij in Athene op de Areopagus de filosofen en de behoeders van de godsdienst toespreekt.
Athene was het toenmalige cultuurcentrum.
Daar bevond zich de denktank van heel de hellenistische wereld en verzamelden zich de trendsetters van de filosofie en van het godsdienstige leven. Tot die figuren zegt Paulus: jullie zijn wel godsdienstig en jullie zoeken God wel, maar als blinden. Al tastend proberen jullie Hem te ontdekken. Maar het lukt jullie niet, hoewel Hij toch zo vlakbij ons is.
Die woorden moeten bij die mensen hard aangekomen zijn. Zij golden als de verlichters der mensheid. Maar als het op het zoeken van God aankomt, is jullie licht ontoereikend en zijn jullie blind, zegt Paulus. God kan alleen gevonden worden in zijn Woord, in Christus, zijn Woord-bij-uitstek.