van Zoeloe naar Latijn, van ’ukubuyisa’ naar ’possessio’
1999-08-06
Een Snipper of wat geleden kwam ik op het heikele onderwerp terecht of en in hoeverre de Christelijke Kerk zich mag aanpassen aan niet-Christelijke ceremoniën in Afrika. Als voorbeeld koos ik het plechtig terugbrengen van de geest van de gestorvene zo`n jaar na diens dood naar het familiehuis om van dat moment af samen met de andere gestorven familieleden over de nog levenden te waken. Ik dacht dat de lezers van Opbouw na al die Snippers best wel een enkel Zoeloe-woordje mochten leren. Laat het eerste dan ukubuyisa zijn dat die hele terugbreng-ceremonie bekend in heel Zuidelijk Afrika, helemaal opvangt. Dan verstaan we elkaar meteen in dat ene woord wanneer ik zeg dat het hele ukubuyisaonderwerp een heikele zaak is. Er zijn er onder de zendingsmensen die er ver vandaan wensen te blijven. Er zijn er -waaronder ik mijzelf schaar- die zeggen: zodra er Christenen in de familie zijn moet het Evangelie daar ondersteunend èn corrigerend present zijn. Ondersteunend de Christenen in hun nieuwe, vaak nog wat wankele Christelijke perspectief dat Jezus Christus Here is en corrigerend-antithetisch tegenover hen die deze belijdenis afwijzen. Ik noemde dat hierboven "zich aanpassen aan". J.H. Bavinck zei terecht dat het eigenlijk niet om aanpassen gaat maar om wat hij noemde possessio, het in bezit nemen van heidense gebruiken.Daar werkt het Evangelie uiteindelijk op aan. Ik dacht dat ik hiervoor een Bijbels voorbeeld heb in de niet zo makkelijke zaak van het offeren op de hoogten in het Oude Testament.- Jaargang 43
- nummer 16
Dat mocht niet. Dat was Kanaänitisch-heidens. De Israëliet offerde bij de tabernakel en later bij de tempel.
Maar toen de tempel er eenmaal was, bleven Israeliëten op de hoogten offeren. Er waren ervan gezuiverd van heidense smet. C. van Gelderen zegt in zijn Korte Verklaring die op Koningen nogal lang is uitgevallen: "toen er de tempel eenmaal was hadden, hadden de bama`s (offerhoogten) eigenlijk moeten verdwijnen. Maar ze verdwenen toch niet".
Zelfs al in de tijd van Samuel waren er zulke zuiver Jahwistische offerhoogten.
"Anders zou deze trouwe en strenge Godsman geen deel hebben genomen aan de offerfeesten op de hoogten.
Ook onder de meest gunstige omstandigheden liep het offeren op zulke plaatsen gevaar in natuurdienst te ontaarden. Evenwel verdwenen ze niet". Het mocht en kon eigenlijk niet, zo ontdekt iemand die al die plaatsen over de hoogten eens naleest bij Van Gelderen. Maar langzamerhand nam de dienst van de Here verscheidene van die offerhoogten in bezit (possessio) zodat zelfs de oude Kanaänitische offerhoogte op de Karmel-berg het altaar des Heeren wordt genoemd. Het was door koningin Izebel voor Baäl terugveroverd van de Heere en vernield. Maar Elia herstelt in I Kon 18 het omvergehaalde altaar des Heren alsof het altijd al aan de dienst van de Here gewijd was geweest. Toch was het oorspronkelijk als Baäls altaar opgericht, daarna door trouwe profeten in bezit genomen voor de Here, door Izebel omvergehaald en nu weer resoluut als het oude altaar van de Here door Elia heropgericht.Wat een risico`s, misverstanden, onbegrip, verdriet en blijdschap liggen er achter het verhaal van zo`n altaar begraven.
Hebben we hier niet een boeiend voorbeeld hoe het Evangelie met het ukubuyisa kan omgaan? Niet schuw maar aanvallend met het oog op volledige possessio. Natuurlijk is het een riskant avontuur waarbij je dikwijls ontstellend onbegrip en nare misverstanden zult tegenkomen.
Maar wie alleen al het woord God in de mond neemt op het zendingsveld of Heilige Geest, roept misverstanden op. Dat is eigen aan de gang van het Evangelie. Men stare zich niet ook blind op een paar dekades. Tussen Samuel en Elia liggen een paar eeuwen.
Anderen zullen na mij weer verder met het Evangelie gaan. En wie het soms niet precies weet temidden van de problematiek rond possessio en ukubuyisa, voele zich niet slecht. Even verder in het Koningen-boek vind ik ook het verhaal van de profeet die het antwoord niet wist. U kent toch die vreemde vraag van Naäman aan Elisa waarop deze geen antwoord had? (II Kon 5:17-19).
Dat ging ook over iets als ukubuyisa en possessio!