Van boven
1999-10-01
"Alles wat over God de ronde doet komt van beneden, is mensenwerk," zegt Kuitert (232/233). Dat motto past hij ook op de persoon van Jezus toe. God in Jezus aanwezig? Dat is menselijke interpretatie. Je kunt goede of minder goede redenen hebben voor zo'n interpretatie (Kuitert zelf vindt ze minder goed); daar moet het gesprek over gaan.- Jaargang 43
- nummer 20
Maar nooit ontsnappen wij mensen uit de cirkel van onze opvattingen, onze gedachten, onze ervaringen.
Of God ook echt in Jezus aanwezig is, of onze ideeën en opvattingen op werkelijkheid berusten - dat moeten we nog maar afwachten...
Geen stormvrije zone
Op deze manier haalt Kuitert voor veel christenen de grond onder hun voeten weg. Zo staat niets van het geloof meer vast.
Je kunt je nergens meer op beroepen. Iemand zegt: "Jezus heeft toch zelf verklaard dat God in Hem aanwezig is?!"
Kuitert antwoordt: "Hoe weet je dat? Er is Hem een heleboel in de mond gelegd door de bijbelschrijvers.
Ook zij geven alleen maar hun interpretatie."
Zijn gesprekspartner: "Ja maar, de bijbel is toch het geïnspireerde woord van God?!"Kuitert: "Dat wordt gezegd. Maar ook dat is een menselijke interpretatie." Is er dan volgens Kuitert helemaal niks in de wereld waarvan het absoluut zeker is dat het van God komt? Nee.
Er zijn wel dingen en mensen die we ervoor kunnen aanzien dat ze van God komen. Het is ook niet altijd zo, dat mensen het uit hun duim zuigen als ze iets interpreteren als van God afkomstig.
Er zijn nu eenmaal dingen en gebeurtenissen, die te denken geven, die je op het idee bréngen dat ze van God komen.
Maar pas op. We vergissen ons makkelijk. Hoe vaak niet hebben mensen gezegd: "Dat is van God!" en bleek later dat het helemaal niet van God was?... Met dat argument raakt Kuitert een gevoelige snaar. Inderdaad: de kerkgeschiedenis is vol van vergissingen. Er zijn in het verleden wat dingen over God gezegd waar we nu over glimlachen, of kribbig onze schouders over ophalen. "God wil het!" was het devies waarmee de eerste kruistocht gehouden werd (1096-1099). Wilde Hij het echt? Luther heeft met grote stelligheid verklaard dat de theorie van Copernicus ("de aarde draait om de zon") in strijd was met Gods Woord. Wie zou hem nog durven bijvallen? "Goed," zal iemand zeggen, "dan hebben we het over de kerkgeschiedenis. Het is waar: wat daarin de ronde doet over God, is niet zelden mensenwerk.
Maar dat is met de Heilige Schrift toch anders! Die is immers niet het woord van mensen over God, maar het woord van God zelf!" Toch is ook binnen de orthodoxe Schriftbeschouwing, die de bijbel inderdaad opvat als het geïnspireerde woord van God, geleidelijk ruimte gekomen voor de opvatting dat in de bijbel meer 'mensen-werk' voorkomt dan we vroeger dachten. Hoe onbekommerd bijvoorbeeld maakt het Oude Testament gebruik van voorstellingen die in de religieuze wereld(en) van het oude Oosten gangbaar waren.
Heeft de Here werkelijk 'koppen der draken in het water verbrijzeld' (psalm 74:13), of wordt hier iets over God gezegd met behulp van oeroude menselijke voorstellingen die voor ons niet meer gelden?
Maar aannemen dat in de bijbel 'mensenwerk' voorkomt - dat is griezelig.
Want waar is dan het eind? Laat er geen misverstand over bestaan: voor Kuitert is er geen eind. Hij laat geen 'stormvrije' zone over, waarbinnen niet gewrikt kan worden aan religieuze zekerheden.
Alles, maar dan ook alles staat ter discussie, omdat alles, maar dan ook alles mensenwerk is.
Zelfs de woorden en gedachten van Jezus zelf staan ter discussie: ook Hij kan zich vergist hebben over God...
De brandende braamstruik
Het is geen wonder dat Kuiterts boeken grote opschudding te weeg hebben gebracht. Hij ondergraaft fundamentele zekerheden; hij wrikt aan dingen die heilig zijn; hij laat zich in zijn kritisch vragen nergens tot staan brengen. Dat is ook waardoor hij irritatie en verontwaardiging oproept. Er zÌjn toch heilige dingen waar een mens met zijn vingers van af moet blijven?! Neem de braamstruik die tot Mozes' verbazing in brand stond maar niet verteerde, Exodus 3:2,3. In eerste instantie wilde hij dat wonderlijke verschijnsel gaan onderzoeken. Maar toen hield God hem tegen: "Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat is heilige grond!" (Exodus 3:5) Is Kuitert nu iemand die die stem hoort maar ongegeneerd doorloopt? Nee, zo kun je dat niet zeggen.
Veeleer zal hij opmerken, dat wij nu eenmaal nooit brandende braamstruiken zien die niet verteren, en nog minder een stem van God horen die ons tegenhoudt als wij op onderzoek uitgaan. En stel dat iemand ons kwam vertellen dat hij zoiets gehoord en gezien had - zouden wij dan niet denken dat die persoon niet goed bij zijn hoofd was? Zo is het ook met Kuiterts houding ten opzichte van de Here Jezus. De Zoon van God?
Ongelooflijke wonderen?
Opgestaan uit de doden?
Kuitert zal ogenblikkelijk door de knieën gaan op het moment dat kritisch onderzoek uitwijst dat dat inderdaad allemaal zo is.
Maar dat is het 'm nu juist: zo grijpbaar is Jezus niet. Welke reden hebben wij eigenlijk om dit alles van Jezus te geloven? De enige reden lijkt te zijn: dat het in de bijbel staat.
Maar waarom wel geloven wat in de bijbel staat en niet wat in de Koran staat? Tja, daar zijn we nu eenmaal christenen voor.
Maar waarom zijn we dan eigenlijk christenen?
Omdat de Heilige Geest ons ervan heeft overtuigd dat het christelijk geloof waar is. Maar hoe weet je dat de Heilige Geest op jou inwerkte? Het zou toch ook kunnen dat je gewoon een product van je christelijke opvoeding bent? En zo gaat het maar door. Heeft Kuitert dan toch gelijk als hij zegt dat alles wat over God de ronde doet van beneden komt? Komen we uiteindelijk niet altijd weer terecht bij onze menselijke interpretatie, waarin wij dingen aan God toeschrijven?
Jezus de Zoon van God volgens de interpretatie van zijn aanhangers; zijn aanhangers geïnspireerd door de Heilige Geest volgens de interpretatie van de kerk...
In-gegeven
Zo gezien geeft het menselijk oordeel de doorslag.
Dát het optreden van Jezus van Nazareth bijzonder was, staat vast; maar wát het precies betekent, dat maken mensen uit. Het frappante is, dat de verslagen in de evangeliën dat op het eerste gezicht lijken te bevestigen.
Het feit dat Jezus een bezetene genezen heeft is boven alle twijfel verheven. Maar de interpretaties ervan lopen zeer uiteen. De scharen gaan vermoeden dat Hij wel eens de beloofde Zoon van David zou kunnen zijn (Mattheüs 12:23). De Farizeeën daarentegen houden het erop, dat Hij duivelswerken doet (12:24). Merkwaardig genoeg heeft Hij volgens Mattheüs, Marcus en Lucas nooit van de daken geroepen "Ik ben de Messias!" Veeleer kaatste Hij de bal terug naar de mensen die zagen en hoorden wat Hij deed; Hij wilde uit hun mond horen wie Hij was: "Wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen is?" ... "Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?" (Mattheüs 16:13,15) Maar als dan Simon Petrus de belijdenis aflegt "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!" reageert de Here Jezus met de woorden: "Vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemelen is." (Mattheüs 16:16,17) Met andere woorden: de interpretatie van Petrus geldt niet als mensenwerk, maar als openbaring van boven. Daarmee stuiten we op iets zeer opvallends. Aan de ene kant maakt de bijbel duidelijk dat God een beroep doet op onze menselijke interpretatie als het gaat om de vaststelling of Jezus van God komt of niet. Dat Hij de Zoon van God was, lag er in zekere zin niet duimendik bovenop. De een zag het in Hem; de ander niet.
Dat is het gelijk van Kuitert: van een 'objectieve' openbaring waar iedereen voor moet zwichten, is geen sprake.
Aan de andere kant maakt de bijbel niet minder duidelijk dat er méér is dan onze menselijke interpretatie. Het waren niet Petrus' eigen inzichten op grond waarvan hij de conclusie trok: Jezus is de Christus. Er gebeurde iets met hem: God zette hem op het spoor. Hoe precies - daar krijgen wij de vinger niet achter. In elk geval had Petrus in dit proces niet de leiding.
Veeleer was hij de ontvangende partij: het werd hem 'in-gegeven'. Daarom is zijn belijdenis toch heel veel meer dan 'interpretatie'.
Bij interpretatie ben jij het als mens die, actief, een bepaalde betekenis hecht aan iets. Maar Petrus was zo actief niet.
Hij werd tot het inzicht gebrácht. De betekenis van Jezus werd hem onthuld.
Voor die veel passievere rol van de mens maakt Kuitert nauwelijks ruimte. Bij een goddelijke werkelijkheid die zich aan mensen opdringt heeft hij al gauw zijn twijfels; dominant is voor hem wat mensen in dingen en gebeurtenissen zien. Dat komt terug in de manier waarop hij de 'verhalen' over de opstanding van Jezus leest. Die verhalen geven volgens hem de betekenis van Jezus weer.
"Wat volgens christenen vaststaat, zijn betekenis voor mens en wereld, en zijn betekenis voor ons persoonlijk, nu en in het uur van onze dood, wordt ons via de verhalen uitgebeeld." (242) Wat houdt die betekenis in? "Christenen geloven dat God hem, speciaal hem, niet heeft laten vallen in het uur van zijn dood, en dus leeft hij." (241/42) Met andere woorden: de opstandingsverhalen zijn 'creaties' van de volgelingen van Jezus, waarmee zijn in het licht stellen welke betekenis Hij voor hen heeft. Maar let op de volgorde: "De betekenis was er eerst, en de verhalen kwamen daarna. Je moet ze lezen als aankleding van die betekenis." (239) Het woord 'aankleding' duidt weer op de actieve rol die de verhalers spelen. Ze geven geen feiten door; ze drukken hun stempel op hun boodschap van Jezus. Hoe anders is dat dan wat het Nieuwe Testament zelf suggereert. Daar zijn de vertellers van de verhalen juist mensen, aan wie het feit van de opstanding zich opdrong, ondanks zichzelf (vgl. Lucas 24:11).
Hun rol is niet actief maar passief. De verhalen over Jezus' opstanding volgen niet uit hun inzicht in Jezus' betekenis. Het is andersom: de opstanding van Jezus is een werkelijkheid waarvoor hun ogen allengs geopend worden.
De betekenis van Jezus lezen zij vervolgens aan dat overweldigende feit af.
Niet alles komt van beneden
Hoe komt dat toch, dat Kuitert zoveel nadruk legt op het menselijk interpreteren en niet wil weten van 'openbaring van boven'? Dat heeft te maken met het feit, dat zodra je over 'openbaring' spreekt, je er geen vinger meer achter kunt krijgen.
Dan worden de dingen oncontroleerbaar. Het beroep op 'openbaring' stuit bij Kuitert daarom op een fundamenteel wantrouwen. Immers, met een beroep op 'goddelijke ingeving' kunnen mensen de grootste nonsens beweren, en blokkeren ze de weg om die nonsens ter discussie te stellen.
Hier scoort Kuitert een punt. En ook hier weer geldt, dat hij zich op de bijbel kan beroepen. De bijbelschrijvers volstaan niet met machtswoorden: "Het is mij ingegeven en dus is het waar..." Nee, in het Nieuwe Testament wordt volop geargumenteerd als het gaat om het antwoord op de vraag wat Jezus' betekenis is.
Zie Handelingen 6:9,10; 9:22; 17:3; 28:23 enzovoorts.
Maar duidelijk is ook dat de uitwisseling van argumenten niet beslissend is. Op een geheimzinnige manier speelt iets anders een rol, iets dat te maken heeft met 'overweldigd worden'.
Zo spreekt Jeremia: "Gij hebt mij overreed, HERE, en ik heb mij laten overreden; Gij zijt mij te sterk geweest..." (Jeremia 20:7). 'Gij zijt mij te sterk geweest': dat geldt ook van Paulus (Handelingen 9). En hoe komt Lydia ertoe opmerkzaam te worden op Paulus' woorden?
"De Here opende haar hart," Handelingen 16:14. Kort en goed: volgens de bijbel is er een aanwezigheid en een werkzaamheid van God in deze wereld waar wij niet tegen opgewassen zijn.
Het zijn niet wìj, die tot de slotsom komen 'dat is God'. Het is God, die zich op een verborgen wijze zo aan ons opdringt dat we er niet aan ontkomen om met Jacob te zeggen "De HERE was aan deze plaats!" (Genesis 28:16) Naar mijn besef doet deze bijbelse benadering meer recht aan de werkelijkheid van ons geloof dan die van Kuitert. Bevestigt onze ervaring niet, dat als het erom gaat te onderkennen of iets van God komt, niet wij in ons interpreteren de doorslag geven, maar Hij Zélf het is die ons op zijn spoor zet?
Alles wat over God de ronde doet, komt van beneden? Nee, niet alles.
Wel veel. Meer misschien dan we wel eens gedacht hebben. Dat kunnen we ons door Kuitert voor gezegd laten houden.
Daarom is het nuttig om kritisch tegen het beroep op 'openbaring' aan te kijken. Maar om daarmee dat beroep helemaal te schrappen - dat vind ik onverdraaglijk. Dat je nooit zou kunnen ontsnappen uit de cirkel van ons ervaren en interpreteren als het gaat om de bepaling of iets van God komt - dat is te veel eer voor de mens en te weinig eer voor God. Laten we ons als mensen niets verbeelden. Of iets het waarmerk 'goddelijk' verdient - dat zouden wÌj bepalen? Nee, als God werkelijk God is, dan is het niet aan ons mensen om al dan niet zijn overweldigende aanwezigheid vast te stellen. Dan zal Hij vast en zeker zich aan ons openbaren, zodat wij niet anders meer kunnen dan - net als Mozes - ons gelaat voor Hem verbergen (Exodus 3:6)
Ontvankelijkheid
Zoals de bijbel het vertelt, is dat gebeurd toen mensen tot het inzicht kwamen dat Jezus meer was dan een mens. Zijn optreden en persoonlijkheid moeten verbijsterend zijn geweest. Hij paarde onvoorstelbare macht aan even onvoorstelbare kwetsbaarheid. Hij spreidde vorstelijk gezag ten toon, maar liet evengoed toe dat Hij als de eerste de beste onbesuisde revolutionair werd gearresteerd.
Zijn intimiteit met God was absoluut uniek.
Een verkeerd woord is uit zijn mond nooit gesignaleerd.
Tegelijk was Hij menselijk, menselijker dan wie ook. Door dat alles heeft Hij de mensen zeer aan het denken gezet.
Maar de slotsom dat ze in Hem te maken hadden met de Zoon van God, was allesbehalve onontkoombaar.
Daar was een keuze voor nodig, een zich gewonnen geven aan Hem. Die keuze heeft te maken met 'getrokken worden door de Vader' (Johannes 6:44) Daar krijgen we dus nooit onze vinger achter. Daarmee plaatsen we onszelf inderdaad buiten de discussie en het argumenteren ("toon maar eens aan dat het de Vader is die jou trok, en niet jouw eigen gevoel"). En toch heeft het zich gewonnen geven aan Jezus, waardoor wij in Hem Gods eigen Zoon gaan zien, niets te maken met willekeur. Als onze ogen eenmaal voor Hem zijn open gegaan, zien wij ook de redenen om in Hem te geloven. Dan vallen de dingen op hun plaats. Dan is het overduidelijk, dat niet onze keuze voor Jezus maakt dat we zoveel in Hem zien, maar precies andersom: dat we ons wel aan Hem gewonnen moesten geven, omdat Hij zo overtuigend de Heer blijkt te zijn. Die majesteit van Hem straalt af op de schrijvers van het Nieuwe Testament. Hier zijn mensen aan het woord die overweldigd zijn, getrokken, gegrepen - geïnspireerd. Als zodanig oefenen zij met hun getuigenis van Jezus een eigenaardig gezag uit, waarmee zij de lezer voor zich innemen. Maar ook hier weer geldt: niet onontkoombaar. Net als de Heer zelf, die zich liet kruisigen, kun je de bijbel zo analyseren dat er van dat gezag niets te speuren valt. Ook de bijbel laat gewillig met zich sollen.
En toch... Als God je op het spoor zet, ga je zien dat het een boek van Boven is, met geweldige overtuigingskracht, werkelijk heilige Schriften.
Daarom vind ik het zo teleurstellend dat de bijbel in het boek van Kuitert zo weinig opengaat.
Ik weet het: hij kiest een heel ander uitgangspunt.
Hij ziet in de bijbel geen goddelijke openbaring, maar menselijke interpretatie. Maar werkt juist dat uitgangspunt niet blokkerend om de bijbel werkelijk te verstaan?
Het is treffend, zo haastig als Kuitert is in zijn conclusies, zo slordig in zijn uitleg, zo selectief in zijn citeren. Op zo'n manier kúnnen bijbelschrijvers de lezer ook niet in hun greep krijgen.
Wreekt zich hier in Kuiterts eigen benadering van de bijbel dat zware accent op de menselijke interpretatie, en die geringe ruimte voor het ontvangen? Want één ding is zeker: de bijbel vraagt ontvankelijke lezers. Dat Hij Gods Woord is, heilige Schriftdat staat niet 'objectief' vast. Maar waar die ontvankelijkheid is, zal zijn gezag ervaren worden, het gezag waarmee de apostelen - ondanks zichzelf - betuigen dat Jezus van Boven is.