Shiob, een islamitisch jongetje en Jezus
1999-10-01
In de tijd dat we in Rwanda woonden gaf ik godsdienstles aan de Internationale School in Butare, de stad waar we woonden. In het Belgische schoolsysteem kan men, in alle klassen van de lagere school, kiezen tussen twee uur per week katholieke godsdienst, wat toeleidt naar communie, "moraal" een soort maatschappijleer en protestantse godsdienst.- Jaargang 43
- nummer 20
Ik had kleine klasjes.
Op de hele school was, naast ons, nog één actief protestants christelijk gezin, Engelse zendelingen.
Voor de andere leerlingen waren de bijbelse verhalen die ik vertelde grotendeels nieuw. Er gaven zich ook twee moslimkinderen op voor mijn lessen, Shiob en Shaheen. Pakistaanse kinderen. Hun ouders hadden een apotheek in Butare. Ik was verbaasd en vroeg me af of ze wel hadden begrepen dat ik over Jezus zou vertellen.
In hoeverre zou ik kunnen zeggen wat ik geloof zonder de kinderen te verwarren?
Ik zocht de ouders op en kreeg mierzoete thee met melk en gember en griesmeelkoekjes terwijl we over geloof praatten. Ze wisten heel goed dat ik christen was, ze hadden heel duidelijk gekozen. Op zaterdag gingen de kinderen de hele dag naar de koranschool en leerden er Arabisch. Ze wilden dat de kinderen van mij les kregen omdat het geloof voor ons ook serieus was en dáár kwam het op neer, zeker op een school met zoveel Europeanen die dachten te kunnen leven zonder geloof. Drie jaar lang zag ik Shiob en Shaheen twee keer in de week, samen met één van onze kinderen en een paar blanke "agnostjes", zes kinderen in totaal. Ze vierden hun eerste Ramadan toen ze tien waren. Ze straalden er bij.
Onze zoon hoorde het bekommerd aan. "Ook niks drinken vroeg hij?
Maar als je nou naar de wc gaat en je drinkt stiekem een slokje?" Shaheen kwam van haar stoel omhoog. "Jij snapt het niet!”, riep ze ramadan is niet: niet eten en drinken, ramadan is: je ogen sturen dat ze het goede zien, je oren sturen dat ze horen wat van God is, je mond sturen dat ze goede dingen zeggen en goede dingen denken, alleen goede dingen denken." "Dat kan niet." vonden de nietmoslims, dat lukt je nooit.
"Wat gebeurt er als het mis gaat?" "Er zijn twee engelen, één op deze schouder en één op de andere (ze wees aan) en de één schrijft al het goede op en de ander al het kwade en als je dood gaat gaan ze tellen. Als het kwade meer is dan het goede dan ga je naar de hemel, en als het kwade meer is....dan niet." We waren allemaal zeer onder de indruk.
Ik vertelde de verhalen van oude en nieuwe testament.
Het verhaal van goede vrijdag heel summier.
De kruisiging is voor de moslims een aanstoot.
Ze geloven niet dat Christus zelf heeft geleden en is gestorven, maar iemand in zijn plaats.
Plaatjes waren er niet over en als iemand me vroeg of er ook geen spijkers aan te pas kwamen zei ik: "Ja, het was vreselijk, gelukkig dat we er niet naar hoefden te kijken, zoals de vrienden van Jezus." (Ik kan me dingen nogal snel voorstellen en hoef niet te veel details.) Op een keer wilde ik weten wat voor voorstellingen de kinderen in hun hoofd hadden gekregen. Ze kwamen van zulke verschillende achtergronden.
Aan wat voor beelden waren de verhalen vastgemaakt? "Leg je hoofd op je armen, zei ik, en denk aan God.
Misschien moet je aan een verhaal denken, of misschien helpt het als je iets tegen Hem zegt. We zijn een tijd lang stil en dan onthoud je goed waar je aan moest denken en dat vertellen we elkaar." Na de stilte vertelden de kinderen wat ze hadden gezien, eigenlijk zagen ze allemaal een beeld: "Lieve ogen" "Een hele lieve oude man die zijn armen wijd open houdt."
"Handen." Ze zagen allemaal een vaderfiguur.
Shiob zweeg. Hij was nooit zo snel. "Shiob, zag jij ook iets?" Hij knikte en begon aarzelend te praten: "Ik zag Jezus... aan het kruis. Hij was helemaal kapot. Helemaal, helemaal. Bloed en kapot en dood...(Iedereen hield de adem in) Ik hoorde God die zei: Jou maak ik nieuw. En dat deed Hij."
Shiob deed die les geen mond meer open, zo was hij aangedaan. Het klaslokaaltje voelde als een tempel. Shiob richtte zich op God en Jezus liet zich zien.