Tot een volkomen verzoening van al onze zonden
1999-10-01
'... een 'dubbele Jezus' is als persoon even onmogelijk als onvoorstelbaar.- Jaargang 43
- nummer 20
Ook niet aantrekkelijk trouwens, het menselijke is er helemaal af. Wat is een mens die geen zonde kent?'
H.M. Kuitert, Jezus: nalatenschap van het christendom, pg. 206
'Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem'
Paulus van Tarsus, 2 Korintiërs 5 vers 21
Ooit - ik woonde nog in Breukelen - was ik op weg naar de Reformatorische Bijbelschool de Wittenberg, om les te geven. Voorwaar een schone taak. Ik had weer eens haast en reed door Maarssen. Vanuit m'n ooghoek zag ik bij een bushalte een bejaarde man staan, ondersteund door twee oudere vrouwen. Hij zag er buitengewoon beroerd uit. Ik dacht: Dat is mis - en reed door. Ik had haast ... Honderd meter verder zei een Stem in mijn hoofd: 'Jij mag nooit meer over de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan preken.' Toen heb ik gauw rechtsomkeert gemaakt. Er stond overigens een ziekenwagen toen ik aankwam.
Waarom ik dit pijnlijke stukje binnenkamer publiek maak? Allereerst om iets aan te geven van het verschrikkelijk dubbele dat in me - en misschien ook wel in u - zit. Aan de ene kant ben ik de vrome mens die zingt van de liefde van Christus en elke zondag van de daken predikt dat je God lief moeten hebben boven alles en je naaste als jezelf. Aan de andere kant ben ik die mens in wie die mooie woorden trouw, liefde, goedheid, barmhartigheid en noem maar op nog maar mondjesmaat gestalte hebben gekregen. Tot mijn spijt constateer ik keer op keer dat ik niet in een permanente staat van zuivere goedheid, liefde en reinheid verkeer. Mijn willen, voelen, denken en spreken zijn bepaald niet geheel doortrokken van liefde en trouw. Steeds sluimert de vulkaan, is daar onderhuids de beerput die borrelt, de dreiging van dat wat de boel verziekt, verstikt en vervuilt: de zonde.
Eigenbelang, eerzucht, ongeduld en gebrek aan zelfbeheersing, gemakzucht en verkeerd gerichte wellust, hardvochtigheid, eigenwijsheid, angst voor gezichtsverlies en, ach wat al niet.
Het goede dat ik zou kunnen doen laat ik maar al te vaak na, terwijl in het goede dat ik doe het kwade steeds aanwezig is.
En voordat je het weet ben je weer een medemens ontrouw geworden...
Een fijn gebedsleven
Nog sterker ervaar ik dit dubbele in mijn gebed.
Ooit verliep een gebed aldus. Ik moest God om vergeving vragen. Het betrof bepaald geen poppenzonde, maar iets waarmee ik werkelijk iemand rechtstreeks en ernstig had bezeerd en gekwetst - te persoonlijk om over te schrijven.
Tijdens dit gebed moest ik huilen van berouw. Die tranen waren gemeend.
Maar terwijl ik dat deed, dacht ik: 'Huilen van berouw... best wel bijzonder.' 'Stommeling', dacht ik vervolgens, 'nu is je hele gebed bedorven. Doe dat eens over.' Zo bad ik een tweede keer om vergeving.
Maar terwijl ik dat deed dacht ik: 'Tjonge, iemand die tot twee keer toe om vergeving bidt, omdat-ie met de eerste poging niet tevreden was.
Dat zal toch niet vaak voorkomen.' Toen ik merkte wat ik dacht, ben ik maar gestopt met bidden.
Iets, of liever Iemand zei me: ''t Zit wel goed.' 'Ik ben vlees, verkocht onder de zonde.', zegt Paulus, doelend op die sluimerende vulkaan, die borrelende beerput in hem. Ik vrees dat hij voor miljarden mensen spreekt.
Je wilt God het middelpunt laten zijn van je wereld. Tegelijk ben je de mens waarin alles nog lijkt te draaien om jou.
Alsof je het kleine cafeetje in Sneek - van drs. P. - bent, dat op geheimzinnige wijze het geheel der wereldgeschiedenis bepaalt.
Hopeloze zondaren
Dat het er zo met ons mensen voorstaat is bar beroerd. Zonde is niet leuk. De wereld wordt er ziek van, stikt van benauwdheid om wie wij zijn en wat wij doen. Het leven van miljarden mensen wordt vergald door eigen of andermans zonde. Maar er is nog een reden.
Geen mens zal Mij zien en leven
Als ik uit de Bijbel iets geleerd heb over God, dan is het dat het bij Hem heel nauw luistert. Hij is de liefde, de reinheid, de waarheid, de gerechtigheid en de trouw in eigen persoon. En dat alles op heilige wijze. D.w.z. Hij blijft zichzelf, blijft liefde, blijft trouw, blijft rein, ook als Hij met andermans liefdeloosheid en onreinheid in aanraking komt.
En daarom kan geen mens Hem zien en blijven leven.
Alleen volkomen mensen die volkomen beantwoorden aan zijn volkomenheden kunnen Hem zien en leven...
Soms bepaalt de Bijbel daar op uiterst hardhandige wijze bij. Ruw, bij het wrede af. In Leviticus 10 lezen we van Gods gericht over de twee zonen van Aäron, Nadab en Abihu.
Ze zijn nog maar kort op feestelijke en indrukwekkende wijze als priester geïnstalleerd.
Tijdens hun eerste(?) optreden maken ze echter een foutje. Ze gebruiken het verkeerde vuur om het reukwerk mee aan te steken. Een kleine afwijking van het voorgeschreven protocol, maar God straft onmiddellijk. Een vuur gaat van Hem uit, dat beide mannen verteert.
'Dit is het, wat de HERE gesproken heeft: aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik mij de Heilige betonen.', licht Mozes toe. Aäron wordt vervolgens gelast gewoon zijn werk als priester te blijven doen. Het volk zal in zijn plaats wel rouwen.
Ruw, niet?, wreed zelfs en onmenselijk.
Was dit voorval nu een incident, dan kon je het misschien afdoen als een slip of the pen...
Maar herhaaldelijk worden menselijke fouten in de omgang met God onmiddellijk bestraft, zowel in het Oude als Nieuwe Testament. Om er slechts een paar te noemen: Achan (Joz.7), de mannen van Bet-Semes (1 Sam. 7:19vv), Uzza (2 Sam. 6), Gehazi (2 Kon. 5:20vv)en Ananias en Saffira (Hand. 5:1-11). De Here Jezus - nee, het ligt bij Hem niet anders - zegt het zo: 'Ik zeg u: Een ieder die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht.
Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.' (Mat. 5:21,22) ' Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk mijn hemelse Vader volmaakt is.'Gij dan zult volmaakt zijn...
Toch blij zijn dat God zo is
Sommige mensen kunnen er niet goed tegen als ze dit lezen. Ze worden boos, giftig zelfs, vinden God een tiran en christenen masochisten. Laat ik niet doen alsof ik die gevoelens nooit gehad heb.
Alleen wordt het me steeds duidelijker wat een zegen het is dat God zo is.
Even terug naar Nadab en Abihu. Hoe klein hun ongehoorzaamheid ook lijkt, er sprak uit dat ze God niet volstrekt serieus namen. Ze sjoemelden een beetje met God.
Ogenblikkelijk en voor eens en altijd maakt de heilige God dan duidelijk, dat met Hem volstrekt niet te sjoemelen valt. Hij is de Heilige; Hij handhaaft zijn zichzelf. Hoe dichter je bij Hem komt, hoe gevaarlijker het is om ook maar de geringste onzuiverheid en ongehoorzaamheid in je om te dragen. Hoe beangstigend dit ook mag zijn, we moeten daar eigenlijk heel blij mee zijn. Mensen sjoemelen al zoveel. We sjoemelen met elkaar. We sjoemelen met ons geweten.
En dat alles leidt tot ...
Ach, lees zelf al die vervloekte berichten over moord zus en verkrachting zo maar. En dan Iemand die niet sjoemelt.
Iemand die zelf niet sjoemelt, Iemand die niet met zich laat sjoemelen en Iemand die niet duldt dat er met anderen gesjoemeld wordt. Hij eist voor zichzelf het hoogste respect op, en leert ons zo ook voor al zijn schepselen respect te hebben.
Dat gaat ruw toe, maar dat zegt zeker zoveel over ons als over Hem. Hij heeft een harde hand, omdat wij harde koppen hebben en een keihard hart.
God is heilig. Het lijkt me goed dat te aanvaarden.
Niet berustend, zo van 'we hebben geen keus', nee, laten we ons daarin verheugen. Er is alle reden om Hem te loven en te prijzen juist omdat Hij zo heel anders is dan wij. Er is er één, er is er tenminste één in dit universum, die niet sjoemelt, die volstrekt integer is. Zijn wezen is geen gistende beerput, waardoor uit zijn handelen zoveel ellende voortvloeit. Hij is anders.
Geprezen zijn heilige naam.
Schaduwzijde
Er zit voor ons alleen wel een schaduwzijde aan: enig uitzicht op een verblijf in zijn nabijheid lijkt er voor ons niet te zijn. Die prachtige gedachte moeten we maar uit ons hoofd zetten.
Uzza bedoelde het goed, raakte de ark slechts even aan en kreeg toch een doodklap alsof hij een hoogspanningskabel had gegrepen. En Jesaja roept, als Hij God in zijn heerlijkheid ziet: 'Wee mij, want ik ga ten onder, want ik ben een mens onrein van lippen en woon te midden van een volk dat onrein van lippen is - en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen gezien!' 'Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God', aldus Paulus. En dat is van alles het ergste. Als Hij immers deze aarde zou vervullen met zijn heerlijkheid, luisterrijke liefde, zijn zuivere goedheid dan zou het hier nog wel eens wat kunnen worden...
Zonder Hem blijft het hongeren naar gerechtigheid en geluk zonder ooit verzadigd te worden.
Snakken naar vrede en altijd dorst houden.
Eindelijk, een mens!
Maar dan komt Jezus op het wereldtoneel. Een mens als wij, van vlees en bloed. Geen robot. Geen halfgod. Geboren uit een vrouw, een luier om z'n billetjes, een snotneus en een buil op zijn hoofd. In alles aan ons gelijk geworden.
Een echt mens, maar zonder zonde. Een mens die geen borrelende beerput, een bron van rottigheid is. Positief gezegd: één en al liefde was Hij. 'Ik doe altijd wat God behaagt', zegt Jezus zelf (Joh. 8:29). Volkomen afgestemd op Gods liefde, trouw en goedheid.
Een mens met erbarming bewogen om het lijden.
Een mens die liefhad tot in de dood. Een mens wiens woede zelfs heilig was. Een mens 'die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die als Hij gescholden werd niet terugschold en als Hij leed niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt.' (1 Pet. 2:22,23) Een mens, zoals eigenlijk alle mensen zouden moeten zijn.
Want als alle mensen zo zouden zijn, zou ieder mens veilig bij de ander wezen. Zou niemand bang hoeven te zijn door een medemens vernederd te worden, of verkracht, of uitgelachen, of in de steek gelaten of stomweg vermoord. Niet aantrekkelijk, zo'n mens...?! Ach, Kuitert, kom.
Een echt mens
Een mens zonder zonde.
En om die reden heeft Hij alles voor de wereld kunnen betekenen.
Deze mens heeft God onnoemelijk veel gedaan.
God houdt van Hem. Hij noemt Hem - bij zijn doop - 'de geliefde'. Nooit eerder heeft God een mens zo genoemd. Hier is eindelijk de ware Adam, die niet voor de boze zwicht(Mat. 4; Luk. 4). Hier is een Rechtvaardige, wiens gerechtigheid niet diep in Gods genade ondergedompeld hoeft te worden, om zo te mogen heten. Hij is pas echt mens! Zoon des Mensen...
En, Hij is een echt mens, nogmaals, geen robot en geen halfgod, maar mens als wij. Hij bloedde als Hij op zijn knie viel, Hij had koorts als Hij ziek was, Hij lachte om een grap, ging gewoon naar de wc, genoot van een goed glas wijn en huilde om de rottigheid in de wereld. En ook daarom kon Hij alles voor ons gaan betekenen.
Omdat Hij een echt mens en omdat Hij pas echt mens was.
Hogepriester Jezus
Op de één of andere wijze heeft God dankzij Hem een koppeling aangebracht tussen Hem en de wereld, tussen Hem en mij. Hoe dat precies zit, dat legt de Bijbel niet in één woord uit. Verschillende beelden worden daarvoor gebruikt en ieder beeld heeft een eigen accent. Samen zijn ze nodig om er iets van te begrijpen. Een belangrijk beeld is dat van de hogepriester.
Zoals de hogepriester in het Oude Testament tot God mocht naderen voor het volkeen nadering omgeven door talloze voorzorgsmaatregelen, want de hogepriester was een zondaar als ieder ander - en verzoening doen van de zonden, zo is Hij dankzij zijn volkomen liefde op veel effectievere wijze voor de wereld tot God genaderd. Een ander beeld is dat van het offer.
Zoals op de offers in het Oude Testament de schuld werd overgedragen, zo is alle schuld op Hem overgedragen.
Hij is de Middelaar die bidt voor ons. Het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt.
Maar al die beelden veronderstellen in Hem een volkomen reinheid en liefde die het mogelijk maken, dát Hij voor ons tot God nadert.
Hier is een mens, een mens die God hart voor de mensheid doet smelten.
Hier is een mens, die God zo liefheeft, dat Hij de mantel der liefde kan worden die alle zonden bedekt. Tenminste, als je dat graag wilt. Zijn liefde stilt Gods toorn over mijn liefdeloosheid. Via Hem kijkt God mij aan, zodat Hij mijn zonde niet meer ziet. Hij gaat met mij om, alsof ik Christus ben, omdat Hij met Christus omging, alsof Hij mij was.
Ik hoef alleen maar als Christus te willen zijn. In geloof en gebed met Hem mee af te sterven aan de zonde in mij en met Hem mee op te staan in een nieuw bestaan. De toekomst ligt weer open. We mogen uitzien naar een eeuwig samenzijn met God, op een wereld waar gerechtigheid woont.
Hallelujah, lof zij het Lam, Die onze zonden op zich nam, Wiens bloed ons heeft geheiligd!
Maar stel dat Jezus een zondaar was, net als ik?
Laat dan het doek maar vallen.