De kleine oecumene

1998-05-29
  • Jaargang 42
  • nummer 11
Laten we eerlijk zijn: het was toch een schok en een teleurstelling, toen we zaterdag 16 mei j.l. merkten, hoezeer de samenwerking met onze Chr. Geref. en Geref. Vrijg. zusterkerken landelijk gezien in het slop zit. De Chr. Geref. deputaten gaan voorstellen de samenspreking te beëindigen en de Vrijgemaakten zien geen ruimte om er echt aan te beginnen. Elders in dit nummer leest u er meer over.
Ik vond het heel moeilijk om de goede toon te vinden bij de reactie op deze opstelling. Al te lang en te vaak hebben wij in zulke situaties gereageerd vanuit de rol van het slachtoffer: vriendelijk, maar pijnlijk geslagen. Maar goed, wat bereiken we ermee om gepikeerd en zelfverzekerd te reageren? Dat is voor God niet verantwoord en voor de mensen levert het niets op.
Maar kunnen we dan niet gewoon doen wat de broeders vragen: ons duidelijker binden aan de confessie en de kerkorde? Ik geloof zó vast in de eenheid van onze kerken, dat ik er veel voor over zou hebben. Maar echt: het wèrkt niet. Op onze vorige Landelijke Vergadering hebben we dat geprobeerd, door een ondertekenings-formulier voor predikanten aan te nemen. Het was duidelijk een uitgestoken hand naar de zusterkerken die het ontbreken van dit formulier zo ernstig vonden. Vanaf het moment dat dit formulier werd aanvaard, richtte de kritiek zich op de details waarin het van andermans formulier verschilt en op het feit, dat ons formulier niet bindend genoeg is. En vanuit hun optiek kan ik dit best begrijpen. Maar ik zie niet in, hoe we het vandaag beter kunnen doen.

Handtekening gezet
Bovendien: de oproep van de broeders is niet, dat we dichter bij Gods woord en bij de belijdenis moeten leven, maar dat onze binding strakker moet zijn. Zou dat nu echt iets oplossen? Ik weet, dat er vandaag veel in discussie is en dat is niet eenvoudig. Maar dat hebben we als kerken gemeenschappelijk en de karikatuur dat de NGK zo los zijn in de leer, vergeleken bij de anderen, klopt gewoon niet. Een jaargang Opbouw ziet er op dit punt tegenwoordig tam uit, vergeleken bij een jaargang van De Reformatie. En ieder die kan lezen, merkt dat het bij onze Vrijgemaakte broeders ook niet meer zo werkt van: je hebt je handtekening gezet, dus je moet je mond houden. Wel te verstaan: ik zeg niet dat ze bezig zijn de gereformeerde leer te verkwanselen of zo! Maar, net als wij, moeten onze zusterkerken het steeds meer hebben van „helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt”. Dan lijkt me dit niet het moment om bij ons de teugels van het kerkrecht eens wat aan te trekken.
En, ik zeg het eerlijk, het lijkt me ook niet het meest geëigende moment om dat van ons te gaan eisen. Laten we liever samen zoeken, hoe we verder kunnen. Hoe we het geloof doorgeven aan een volgende generatie, hoe we reageren op secularisatie aan de ene kant en de evangelische beweging aan de andere kant. Hoe de kerk woorden kan spreken, die voor deze wereld relevant zijn.

Isolement
Allemaal best, maar we komen wèl in het isolement als de zusterkerken niet meer met ons willen praten, zal iemand zeggen. Dat is waar op landelijk vlak en ik praat de pijn daarvan niet weg. Het is wel waar, maar het is de halve waarheid. De echte werkelijkheid is wat er op plaatselijk vlak gebeurt en daar vindt herkenning nog steeds plaats. Ter illustratie: op het Samenwerkingsoverleg, dat precies een maand vóór de Landelijke Vergadering samenkwam, waren afgevaardigden aanwezig uit zeven nieuwe plaatsen waar kerkelijk contact is tussen NGK en CGK. Unaniem waren de 45 afgevaardigden zeer bemoedigd door de rapportages, die soms verrassende verhalen over voortgang omvatten. En er gebeurt meer, ook in de contacten met de GKV. Ik geloof nog steeds, dat God bezig is om de gebeden voor meer eenheid te verhoren. Sinds de Pinksterdag heeft Christus door zijn Heilige Geest deuren geopend, en maar zelden deed Hij dat door middel van de hoogste leiders. Zelfs de apostelen hebben eerder achteraf gemerkt dat God de deuren opende naar Jeruzalem, naar Judea en Samaria en naar de uitersten der aarde, dan dat ze er leiding aan gaven.
Ze krijgen daar in de Bijbel geen verwijt over, als ze maar bereid zijn om het goede dat God doet achteraf te herkennen en te erkennen. Zou het zo ook vandaag niet kunnen gaan? Er wordt nu jaren lang gebeden om openingen in de kerkelijke muren. Die openingen komen er, waar broeders en zusters elkaar als gemeenten van Christus herkennen. We mogen wel een dringend beroep op de zusterkerken doen, om die herkenning in geloof en liefde niet te blokkeren, ondanks de bezwaren die men tegen ons mag hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief