De Schepping is goed
1998-05-29
Op mijn laatste catechisatie, zo’n 20 jaar geleden alweer, vroeg ik aan de hele groep wat de gemeenste leugen van de duivel is geweest. Ik zal het antwoord nooit meer vergeten en ik weet nog hoe blij ik er mee was. Het luidde: dat de schepping een flop is. Goed, het is wat jongensachtig uitgedrukt, maar toch een zeldzaam scherpe weergave van die leugen, die door een theoloog uit mijn tijd een duizendkoppig monster werd genoemd.- Jaargang 42
- nummer 11
Onuitroeibaar, overal weer de kop opstekend.
De eerste hoorders
Wat blijft het toch goed om bij het lezen van de Bijbel je altijd weer af te vragen wie de eerste lezers waren. Ds Vonk heeft ooit ergens gezegd: wij zijn meelezers van de Bijbel. Wij lezen de Bijbel ook eigenlijk alleen maar langs een omweg. We lezen mee over de schouders van de eerste lezers of hoorders.
Zeker bij het verhaal van de bruiloft in Kana is dat gewichtig. Wie niets van de eerste hoorders weet, gaat het vergeestelijken en beschadigt de boodschap. De eerste hoorders hebben het verhaal van dit teken als schokkend ervaren. Zoals het ook ons toch eigenlijk ook enige moeite kost. Jezus bij een zieke, desnoods Jezus bij een dode, dat past voor ons denken bij de Heiland. Maar Jezus op een bruiloft? Jezus bij die lege wijnvaten?
Wie waren nu die eersten? De apostel Johannes, oud geworden, heeft het beleefd dat het christelijk geloof werd aangetast door die leugen die de catechisant van zoeven zo helder weergaf.
Het leven van de mens speelt zich parterre af. Hier beneden, op het platte vlak van de aarde. Daar worden we geboren, eten en drinken we, daar werken we en vermeerderen we de mensheid. Maar gelukkig – zeiden veel christenen – als God in je leven komt , komt er een verdieping bij. Daar zijn we godsdienstig bezig: daar bidden we en denken we na over God en de eeuwigheid.
Daar speelt het eigenlijke leven met God zich af en een mens doet er goed aan, zich zoveel mogelijk af te wenden van alles wat zich parterre afspeelt. Achtergrond van dit denken is de leugen dat de schepping een flop is.
Een schokkend teken
Er is een bruiloft. De moeder van Jezus is er en ook Jezus zelf met Zijn discipelen.
De wijn raakt op en Maria wijst daar haar Zoon op. Dat is verrassend. Bij Maria leeft het vermoeden, of misschien mag ik wel zeggen leeft het geloof, dat Jezus bereid is Zich in te laten met zoiets aards als een bruiloft.
En zelfs door de eerste reactie van Jezus, die bij ons wat bot overkomt – u weet wel: „Vrouw, wat heb ik met u van node? Mijn uur is nog niet gekomen” – laat zij zich niet van dit geloof afhouden.
„Wat Hij u ook zegt, doet dat!” Daar heb je dat hardnekkige, dat bij het geloof hoort. Dat komen we ook tegen bij de Kananese vrouw, die Jezus vraagt om genezing van haar dochtertje. Hoewel Jezus eigenlijk zegt dat Hij voor haar niet gezonden is, en dat het niet goed is, brood voor de kinderen aan de honden te geven, houdt zij vol en reageert ze met dat vindingrijke woord dat ook honden eten van de kruimels.
En dat noemt de Heiland een groot geloof. Het geloof dat hardnekkig is, zich niet laat afschepen. Daarvoor zwicht Hij. Daarvoor zwicht onze God. Voor het geloof dat zich door geen leerstelling, door geen woord, al kwam het uit de hemel, laat afhouden van de hoop, de verwachting. De Geest Gods werkt een wonderlijk soort geloof in de mens. Zoiets gebeurt hier op de bruiloft in Kana. Jezus maakt wijn, veel wijn en goede wijn.
Het begin van zijn tekenen
Nadrukkelijk zegt Johannes dan dat het wonder op de bruiloft in Kana het begin geweest is van zijn tekenen in Kana in Gallilea. Een beetje vrijmoedig misschien, maar je zou in die uitdrukking: ’het begin’, iets kunnen horen van: ’het prototype’. De eerste auto komt van een lopende band en die dan volgen, zullen allemaal de trekken van die eerste hebben. Het wonder in Kana is prototype van Gods werk.
Alles wat de Here God in ons leven doet, draagt de trekken van het begin van de tekenen van Zijn Zoon.
Wat moeten de eerste lezers dit met verbazing gelezen hebben: dat Hij die van God komt zich in wil laten met zoiets door en door aards als een bruiloft en die weer op gang helpt.
Ik ben bang dat ons christelijk geloof vergezeld blijft gaan van een onderstroom: de neiging om, al is het maar voor een ogenblik, de aarde met zijn wel en wee los te laten en te vluchten naar een hoger gelegen etage. Die onderstroom kan ons christelijk leven verzieken. Ik illustreer dat.
In een kring jongeren sprak ik over het scheppingsverhaal. Een onderwerp dat vragen losmaakt.
Maar zodra er een vraag kwam die tot discussie voerde, zei de leider van de avond: „Kom, laten we wat zingen”.
Hier was het zingen iets hoger gelegen dan de schepping met al zijn vragen. Een jongen vertelde mij dat hij theologie ging studeren toen hij tot geloof kwam.
Hij doorzag spoedig dat hij daarmee bezweek voor deze leugen en vatte de oude studierichting weer op.
In deze tijd gaat de leugen in allerlei vormen opnieuw rond. Beware God ons bij het geloof dat wij niet worden weg-verlost uit de schepping, maar dat de schepping is verlost.