LV ’98 Doorn benoemt twee nieuwe studiebegeleiders op cruciaal moment
1998-05-29
De derde zitting van de landelijke Vergadering ’98 te Doorn stond in het teken van de predikantenopleiding.- Jaargang 42
- nummer 11
Er werden twee nieuwe studiebegeleiders benoemd en er werd lang en vooral breed gepraat over mogelijkheden meer
eenheid te krijgen in de opleiding. „Laten we de moed hebben om eindelijk een besluit te nemen.”
Unaniem heeft de LV ’98 te Doorn drs. J. Dekker (31) en dr. A. van der Dussen (46) per 1 juli 1998 benoemd als nieuwe begeleiders van de TSB. Ds. Van der Dussen, predikant in Eindhoven, volgt drs H. Smit op en neemt de dogmatologische vakken voor zijn rekening. Ds. Dekker uit Nijverdal neemt het stokje over van ds. De Jong wat betreft de bijbelse vakken. Ds. Van der Dussen en ds. Dekker gaan samenwerken met de zittende drs.J.C. Schaeffer die ambtelijke vakken doceert. Het begeleiden van de studenten neemt voor ieder ongeveer eenderde van een werkweek in beslag. Voorzitter van de vergadering A. Wattèl uit Hoofddorp feliciteerde de twee studiebegeleiders op de derde zittingsbijeenkomst van de Landelijke Vergadering 1998 zaterdag 9 mei. Wattèl sprak van een cruciaal moment in een ’toch wat onzekere toekomst’ van de TSB. Hij doelde daarmee op de discussie die later die dag aan de orde zou komen met als doel meer eenheid te krijgen in de opleiding van Nederlands Gereformeerde theologiestudenten.
Wattèl: „Een nieuwe fase is aangebroken. De laatste werkers van het eerste uur treden terug; de jongeren nemen het over. Begeleiden worden begeleiders; leerlingen worden leraars.” Ds. Van der Dussen sprak na zijn benoeming een dankwoord uit waarin hij vooral zijn erkentelijkheid uitsprak aan het adres van de kerkenraad en de gemeente van Eindhoven. „Zij brengen een offer. Dankzij hun bereidheid daartoe is het mij mogelijk deze benoeming te accepteren.” De gemeente Eindhoven is per 1 juli gesplits in Eindhoven-Noord en Eindhoven-Zuid. Ds. Van der Dussen wordt verbonden aan Noord. Voor wijk Zuid die nog vacant is, is het beroepingswerk inmiddels gestart. Ook ds. Dekker bedankte zijn kerkenraad. Hij zei het werk voor de TSB met ’veel liefde en inzet’ ter hand te zullen nemen.
Predikantenopleiding
De derde zittingsbijeenkomst van de LV ’98 stond verder in het teken van de discussie over de toekomst van de opleiding van Nederlands Gereformeerde predikanten. Opvallend was het besluit van de vergadering om aan de taak van de Raad van Toezicht en Advies TSB meer gewicht te geven wat betreft het ’wegen’ van aanstaande predikanten op hun geschiktheid.
Ds. J.D. Smit diende daartoe een voorstel in na de bespreking van het verslag van de Raad. Hij vroeg de LV om aan de Raad te verzoeken „zich uitdrukkelijk bezig te houden met de geschiktheid van kandidaten voor het ambt van predikant”, en daarbij „meer aandacht te geven aan (a): de begeleiding van studenten in andere dan theologische vaardigheden, en (b): aan hulp aan de kerkelijke vergaderingen bij het beoordelen van de geschiktheid van kandidaten”. Smits voorstel werd na een spannende stemming aangenomen. Het eerste deel van zijn voorstel werd met 22 stemmen vóór, 18 tegen en zes onthoudingen aangenomen; het tweede deel met 31 stemmen vóór, zeven tegen en acht onthoudingen.
Tijdens de discussie die voorafging aan de stemming braken de ouderlingen C. van der Kerk (Maasland) en T.J. Tjerkstra (Amsterdam) een bewogen lans voor meer maatschappelijke vorming van de huidige theologie-studenten. Broeder Van der Kerk wilde meer ’MSB’ (maatschappelijke studiebegeleiding) in de TSB. Broeder Tjerkstra signaleerde grote multiculturele en transculturele omwentelingen in zijn gemeente. Daarop moet volgens hem tijdens de predikantenopleiding beter en uitgebreider worden ingehaakt.
Maar ds. J. Bouma antwoordde op de suggesties van de ouderlingen Van der Kerk en Tjerkstra dat „een goede praxis niet zonder goede theorie kan”. Hij stelde dat de aandacht voor maatschappelijke en psychologische vakken nooit ten koste mag gaan van de theologische vakken. Met het Stagg (christelijke stichting voor geestelijke gezondheidszorg) worden momenteel overigens gesprekken gevoerd over een betere invulling van deze kant van de opleiding. Bouma was verder weinig ingenomen met het voorstel van collega Smit.
„Wat wordt er nu concreet van ons als Raad verwacht? En hoever moeten wij gaan in het informeren van de kerkelijke vergaderingen over de geschiktheid van kandidaten? Wij kunnen met dit voorstel niet uit de voeten.” Ds. Smit antwoordde daarop dat hij hoopte dat met dit voorstel de verantwoordelijkheid voor de geschiktheid van een kandidaat „mede het pakkiean is van de de Raad”.
Opleidingseis
Na een feitelijke vraag van de regio Arnhem of het examen DII voor theologiestudenten in Apeldoorn verplicht is, sprak de vergadering zich hierover uit. Zij besloot, mede op advies van de de Raad van Toezicht en Advies TSB, „dat voor Apeldoornse studenten als regel D II verplicht is met dien verstande dat op deze regel in bijzondere omstandigheden een uitzondering mogelijk is”. Van de leden stemden er 28 vóór dit voorstel en achttien tegen.
Toekomst
De verdere discussie ging over de toekomst van de predikantenopleidingen. Doel van de discussie is meer eenheid te krijgen in de opleiding. Momenteel geldt een ’Apeldoorn-advies’ (studeren aan de christelijk gereformeerde universiteit aldaar), maar steeds minder studenten volgen dat op. Andere mogelijkheden waarvoor wordt gekozen, zijn een studie aan het Nederlands Gereformeerde Seminarie (een particuliere instelling waaraan een aantal kerken zich heeft verbonden), de Rijksuniversiteit in Utrecht of de Theologische Universiteit in Kampen. Om de discussie zaterdagmiddag in gestructureerde en heldere banen te leiden, waren drie mogelijkheden geformuleerd: (a) de huidige situatie continueren, hetgeen wil zeggen dat het Nederlands Gereformeerd Seminarie en de Theologische Studie Begeleiding naast elkaar blijven staan; (b) huidige situatie uitbouwen en aanvullen, en (c) een eigen predikantenopleiding starten. Het was de bedoeling om in een aantal rondes meningen te inventariseren, ideeën te uiten en voorstellen te formuleren, op basis waarvan het moderamen na afronding van de discussie een of meerdere voorstellen kan formuleren. Dat het moderamen zich daarmee geen eenvoudig doel heeft gesteld, bleek tijdens het debat.
Hoewel geen enkele regio zich uitsprak voor optie (a), bleken de meningen en ideeën over de mogelijkheden (b) en (c) uiteen te lopen. Zo liet broeder W.A.C. Vos uit Veenendaal weten een uitgebreider onderzoek te willen hebben naar de mogelijkheid van een eigen opleiding op academisch niveau. „Nu reeds van een eigen opleiding af te zien, lijkt me te prematuur”. En: „Staan alle neuzen dezelfde kant op, dan is zoiets financieel mogelijk”. Ds. Rietkerk uit Utrecht hield op zijn beurt een vlammend betoog voor samensmelting van de Theologische Studie Begeleiding en het Nederlands Gereformeerd Seminarie tot één hbo-opleiding. Hij noemde het in stand houden van de twee instanties „een foute ontwikkeling”. Was samengaan van beide in het verleden niet mogelijk vanwege personen, „nu de bezetting wisselt, mag het moment niet worden gemist”, aldus Rietkerk. „De tijd is rijp. We moeten de moed hebben om te zeggen dat deze situatie niet kán en dat er gekozen moet worden.” Hoewel een aantal zijn betoog inspirerend vond, hadden anderen bezwaren tegen genoemd hbo-niveau. Ds. K. Muller was voor een basisopleiding in Apeldoorn, aangevuld met een eigen afronding op doctoraal II niveau. Collega K. Holwerda pleitte op zijn beurt weer voor ’aanleunen’ tegen ’Utrecht’.
Onacceptabel
Ds. W. Smouter deed vervolgens een urgente oproep aan de vergadering om een eind te maken aan het ’onaanvaardbare’ verschil in niveau van de diverse opleidingen. „Alle ideeën die zijn geuit, hebben met elkaar gemeen dat ze tijd kosten. Maar welk besluit er ook wordt genomen, we moeten ons heel dringend één vraag stellen: zijn we op korte termijn bereid om eindtermen te formuleren waaraan àlle Nederlands Gereformeerde theologiestudenten moeten voldoen?” De vraag was volgens Smouter zo belangrijk omdat eerder die middag het DII-examen voor Apeldoornse studenten verplicht was gesteld. Theologiestudenten zouden in de toekomst bijvoorbeeld voor een studie aan het Seminarie kunnen kiezen omdat deze opleiding een jaar korter is dan de studie in Apeldoorn en relatief minder zwaar.
„Een onacceptabele ontwikkeling”, aldus ds. Smouter. Neemt de LV hierover niet snel een besluit, dan „komen we terecht in een moeras van problemen terwijl commissies maar vergaderen”, aldus Smouter.
Tijdens de zittingsbijeenkomst van 27 juni zal het moderamen aan de vergadering een of meerdere conceptbesluiten presenteren, gebaseerd op de „opbouwende discussie zoals die vandaag is gevoerd”, aldus voorzitter Wattèl. Waarop een der aanwezigen opmerkte dat het moderamen daar „nog een zware dobber aan zal hebben”. Een buurman: „En wij, als wij hierover moeten gaan stemmen.” Door de uitvoerige bespreking van de toekomst van de predikantenopleiding kwam de vergadering niet toe aan de bespreking van de brieven van Arnhem en Zoetermeer over de vrouw in het ambt. Dit agendapunt is daarom vooruitgeschoven naar een volgende zitting.