Licht

1998-05-29
  • Jaargang 42
  • nummer 11
Met een hart vol zorgen en een hoofd vol onrust ben ik op weg naar de middagdienst.
’Heb je koeien, heb je moeien’, zei mijn moeder altijd. Nu wij drie kleine koetjes hebben rondlopen, begrijp ik precies wat ze bedoelt. In de kerk zal het in ieder geval rustig zijn. Niet de meest goede motivatie om te gaan, maar toch een zeer stimulerende drijfveer. En als ik thuiskom zal de tafel gedekt en het eten klaar zijn. Hoewel de preek bijzonder boeiend is, raak ik mijn hoofdpijn niet kwijt. Dan maar lekker rustig naar huis fietsen, door de donkere avond. Ik kies de route door de hoofdstraat, lekker naar binnen kijken bij de mooie, ouderwetse huizen. Kamers en suite, glas-in-lood....
Het is prachtig allemaal, maar ik heb nog steeds hoofdpijn. Ik blijf mij vergapen aan de ruime kamers, de mooie meubels.
Vooral rustig fietsen, en natuurlijk niet vergeten op de weg te letten. Leuk is dat toch, als het buiten donker is en binnen licht. Je kan zo goed naar binnen gluren.
Mijn hoofdpijn gaat er niet van over. Ineens bedenk ik dat God bij mij net zo makkelijk naar binnen kijkt. Ook al kijkt Hij net andersom, van het licht naar het donker.
Hij weet precies van mijn zorgen, mijn vragen. Hij ziet de lijnen in mijn chaos, het licht in mijn duisternis. Of mijn hoofdpijn daarvan over ging? Nee. Maar het werd een stuk makkelijker te dragen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief