De E.O. en de kerken (Opbouw 42e jaargang nr. 16)
1998-08-21
Met groeiende interesse heb ik het stuk als hierboven genoemd van de hand van ds. Kurpershoek in Opbouw gelezen Terecht werd daarin gesproken over de „Oecumene van het hárt”. Deze uitspraak voerde mij weer terug naar het Pinksterfeest in Handelingen. Hoe machtig werkt daar de Geest in de harten der mensen, (Hfdst. 2:41-47). Eén en ál beeld van saamhorigheid en samenbinding. Zo óók in Hand. 4:32-37. Eénheid van hárt en zíel, vol zorg en oog voor elkaar, een voorbeeld voor de wereld, tot verheerlijking van Gods Naam en tot groei van de gemeenschap. Dáár begint het toch? Eén in Geest en Léven. Géén verdachtmakingen meer van elkaar. Geen vasthouden aan eigen gelijk. Eén gerichtheid van het hart, en allen geleid door die éne Géést: Jézus Christus en Die gekruisigd!- Jaargang 42
- nummer 17
Bídden én wérken!
Ik wil de vraag van ds. Van der Veer overnemen: Wat kunnen wíj daaraan doen? Die vraag stelt ds. Van der Veer zich, wanneer hij het heeft over de oecumene van het hart, die zo merkbaar is in de diverse ontmoetingsdagen, zangavonden en andere gelegenheidssamenkomsten van de E.O. Ja, wát kunnen wíj daaraan doen? Bídden én wérken! Maar bidden, dát doen we toch wel? Maar bidden is iets van het hárt! Daar moet het hart dan ook volledig áchter staan, anders bidden wij verkéérd! En als het hart er achter staat, en van liefde voor de Kerk én dus voor haar Koning vól is, dan hebben wij óók Zijn volk lief.
Dan vertrouwen wij ook in elkaars oprechtheid, en zijn de dingen die wij nu nog als een struikelblok zien of ervaren, zoals onze dogma’s, liturgische invulling van de eredienst enz. enz., maar bijzaak geworden. Hoe machtig zou het zijn, wanneer de Geest op het waarachtig gebed van Gods volk, de puntjes op de i’s van óns gelijk zou wégblazen. En wélk een ruimte creëert Hij dan daarmee voor een heerlijk samengaan van allen die God in waarheid zoeken en liefhebben! En wat een zégen zou dat wezen in een tijd – waarin wij met onze kinderen leven – waar het verzoeningswerk van Jezus Christus wordt geloochend.
Laten wij als kerken van Jezus Christus elkaar niet alleen hérkennen, maar óók als zodanig érkennen in een God-
verheerlijkend samengaan!
Mogelijkheden voor de toekomst
Ik schrijf hier mogelijkheden voor de toekomst; en waarom?
Zoals ik in ’t kort reeds opmerkte, wordt in vele kerken het verzoeningswerk van onze Heer en Heiland geweld aangedaan en geloochend. Vele schapen en veel herders voelen zich daarom in die kerken niet meer thuis. En óók dáárin hebben de kerken van de heilige oecumene, de bijbelgetrouwe kerken, aangevuld mét de ger. bonders een taak van Godswege. Een taak niet alleen in het zoeken van elkaar en een voorbeeld in het samengaan, maar misschien ook een taak in het openstellen van de kansels voor herders die in gewetensnood gekomen zijn door de moderne theologie. Ik bedoel nu niet te vissen in het troebele water van de dwaalleer, maar gehoorzaam aan Gods gebod allen te zoeken die mét ons Die ene Heer belijden. Of deze laatste gedachte iets zou zijn voor de Land. Verg., óf dat dit van onder uit, d.i. de plaatselijke kerk moet beginnen weet ik niet, het is in elk geval het overdenken waard. Wanneer op deze wijze de geestelijke nood van kerkleden én voorgangers gelenigd kan worden, zou het predikanten-tekort door openstelling van de kansels wat kleiner kunnen worden?