Van kracht-religie naar mensenrechten

1998-08-21
  • Jaargang 42
  • nummer 17
Het blijft je leven lang een moeilijke maar boeiende speurtocht om Afrika te leren aanvoelen. Wie eenmaal door de Afrika-mug gebeten is, komt er nooit meer van los en blijft gevangen door zijn vriendelijkheid en wreedheid, zijn sloomheid en felheid, liefde en haat, en is dankbaar voor elk die hem bij de hand neemt om het te leren verstaan.

Is één van die gidsen de milde zendingsman Johan Herman Bavinck (1895-1964) die eens genoemd werd ’geen vechtjas maar vechtjacquet’ en wiens voluit Bijbels standpunt over het rassenvraagstuk vandaag nog recht overeind staat, dan verzamel je voldoende moed om van de zogenaamde primitieve krachtenreligie eens iets te zeggen dat vandaag niet overal even goed valt. Voor een eigen leven met eigen ruimte, met eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatief is er nauwelijks plaats over in Afrika voor de door geheimzinnige krachten heen en weer gesmeten mens. Het ”innerlijk” is een realiteit die de krachten-religie nauwelijks kent. Omdat de horizon niet verder reikt dan het eigen uitgebreide familieleven of de stam, is het uiterst moeilijk te komen tot persoonlijke belijdenis van schuld tegenover God. Hij is er wel, ver weg maar jenseits von Gut und Bösen. De mens leeft er beneden de volle maat van het eigen mens-zijn naar Gods beeld. Daarom verliest hij zich, zegt Bavinck ergens, in klein egoïsme, in daden van kleinheid en zelfzucht. De rol van de mens zakt weg tot die van een slachtoffer, heen en weer gegooid in de maalstroom van krachten. Omdat de gemeenschap altijd eerst komt met zijn eisen, is er naast de vriendelijkheid en de mededeelzaamheid tegelijk tegenover wie uit de boot van de gemeenschap valt, de wreedheid van de ”godsdienst zonder naam”. ”Wee de ongelukkigen, de krankzinnigen, de blinden, de melaatsen, wee de weduwen of de vrouwen zonder kinderen, wee de mensen van andere stammen die ternauwernood als mensen worden beschouwd!”, zo zegt Bavinck.
Wie voor de Afrika-mens oog heeft gekregen, ontdekt al gauw dat het Westerse concept van de rechten van de mens die niet aan zijn trekken kwam maar slachtoffer is van vele -ismen, niet al te moeilijk valt in Afrika. Integendeel, Afrika zal de eerste zijn om het te beamen. Ja, wij zijn te kort gedaan in de wereld en hebben recht op hulp. Durf het eens te ontkennen! Dat is het deksel dat prachtig op het Afrika-potje past. En het is een onloochenbaar feit dat Afrika slachtoffer is geworden in onze moderne wereld, niet slachtoffer nu van zijn eigen levensbeschouwing maar stukvermaald tussen de machten van kolonialisme, materialisme en technocratie waar de religie van de krachten niet tegenop kan. Maar het directe paadje van kracht-religie naar mensenrechten gaat zo wel even erg kort door de bocht. Want daartussenin zit de lege plaats van de persoonlijke verantwoordelijkheid, de aanvaarding van het zelf-volle-mens-willen-zijn in rechten en plichten. Dat leer je in de democratie, zeggen we dan tegen elkaar. Maar dan moet je tussen de vele mislukte pogingen om democratieën van de grond te krijgen in Afrika door, toch ook wel even vragen waar het democratie-concept vandaan kwam. En hoe je het ook wendt of keert, dan kom je toch weer bij het oude Christendom terecht dat de mens eerst voor en dan naast zijn God plaatst, de mens in eigen aanspreekbaarheid en verantwoordelijkheid...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief