Aards slijk (1)

1998-08-21
  • Jaargang 42
  • nummer 17
Voor zover ik weet kun je tegenwoordig niet zeggen dat er in de pastorie armoede wordt geleden. De dominees hebben het, ook in onze kerken, best beter dan vroeger.
Maar kom je bij een pasbeginnend domineesstel binnen, dan denk ik toch dat er niet zo heel veel veranderd is. Of het moet zijn dat er nu meestal al een paar kinderen zijn. Dat was zo’n dertig jaar geleden ondenkbaar: je trouwde niet vóór je een beroep had. Je komt dus in je eerste gemeente met een gezinnetje dat al aardig wat kost. De pastorie moet ingericht met de spullen die je bij elkaar hebt gescharreld en de vloerbedekking is voor rekening van de kerk. Natuurlijk helpen ze je want anders red je het niet. Studieschuld en een lening drukken nog jaren op je budget. Na verloop van een lange tijd krabbel je er een beetje bovenop.
Dan heb je ervaren dat je van het evangelie kunt leven.
Dat zei ik laatst heel vroom tegen een mede-domineesvrouw. ’Ja, dat is waar’, antwoordde ze enigszins recalcitrant, en keek er zuinig bij. ’Soms báál ik daarvan, weet je dat? Gisteren had ik mijn buurvrouw op bezoek. Aardige meid hoor, niks mis mee. Vertelt me dat ze tegen haar man heeft gezegd: ’Piet, ik ben uitgekeken op de inrichting van ons huis. Ik wil een andere keuken en nieuwe meubels’.
En hoe reageert Piet? Piet vindt het prima. Geld speelt geen rol. En daar kreeg ik me toch een verschrikkelijke aanval van jaloezie! Ik had even iets van: waarom kan dat bij ons nou nooit. Moet je onze meubels zien, een zootje, bàh. En mijn keuken.’ ’Ja, ’t ziet er verschrikkelijk uit bij je’, zei ik somber, ’en zo ongezellig, hoe kun je er in leven?’ Ze begon te lachen, want ze weet best dat iedereen het reuze gezellig bij haar vindt. En bovendien is ze zelf een warm mens.
’Maar zou jij dat nou niet ’es een keer willen zeggen: ’ik ben die oude troep zat, laten we even alles vernieuwen?’ En dan zegt jouw man, net als Piet-vanhiernaast: ’maar natuurlijk, meisje, waar wacht je nog op, dat doen we toch?’ Ja, hou maar op, ik weet het, we moeten tevreden zijn als we kleding en onderdak hebben, enzovoort. En er zijn mensen die het véél, véél minder hebben. Wij zijn rijk, rijk, rijk.En toch wil ik gewoon eens hardop zeggen: ’Ik wil dat ook best allemaal hebben. Slecht hè? Wees nou’es eerlijk, denk jij dat dan nooit? Ja toch?’ Nou, dat ga ik hier natuurlijk niet bevestigen.
Ik denk maar aan wat ik daar iemand anders ooit van heb horen zeggen: ’Heeft de gemeente het goed, dan mag de dominee het ook goed hebben. Is de gemeente arm, dan hij ook.’ Lisa, de vrouw waar ik een paar weken geleden over schreef, zei enigszins verontschuldigend tegen me, met een gebaar naar haar pover huisraad: ’We hebben altijd van de geef geleefd en ik ben gezegend, dat ik daar nooit moeite mee heb gehad.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief