Op weg een gesettelde kerk te worden?
1998-10-16
Het meest tijdrovende en gevoelige agendapunt dat onze Landelijke Vergadering de afgelopen maanden moest behandelen, is dat van de opleiding tot predikant geweest. 5 September jl. is de bezinning afgesloten met de instelling van een commissie die gaat onderzoeken of een eigen, door de overheid erkende basisopleiding financieel haalbaar is. Gedacht wordt in de richting van een integratie van de Theologische Studie Begeleiding (TSB) en het Nederlands Gereformeerd Seminarie (NGS). Dit besluit is het eindpunt van een langdurige bezinning, tegelijk zou het wel eens het beginpunt van een nieuwe fase in het bestaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken kunnen zijn. Ik vrees, dat we een gesettelde kerk gaan worden.- Jaargang 42
- nummer 21
Geen onzin
Laat ik om te beginnen zeggen, dat ik de argumenten die tot deze beslissing geleid hebben niet helemaal uit de lucht gegrepen vind. De situatie rond de opleiding heeft inderdaad iets verwarrends.
Door onze aanstaande predikanten wordt -en werd- aan heel verschillende opleidingen gestudeerd. Het loopt van Heverlee tot Groningen en van Amsterdam tot Apeldoorn. A.s. predikanten volgen dus niet hetzelfde studieprogramma en het is maar de vraag of de kerken in staat zijn te toetsen of al die verschillende opleidingen aan de eisen voldoen, die nodig zijn om iemand voor te bereiden op het predikant-schap binnen onze kerken.
Verder, sommige van die instellingen zijn niet gezond in de leer en de vraag rijst of via het kanaal van de opleiding geen aan het evangelie vreemde visies onze kerken kunnen binnensluipen.
Dan bestaat er over ’Apeldoorn’ onduidelijkheid. Enige mogelijkheid tot nauwere samenwerking blijkt er niet te zijn. En verder valt niet uit te sluiten, dat de koers die de Christelijke Gereformeerde synode vaart op den duur tot gevolg zal hebben dat Nederlands Gereformeerde studenten meer getolereerd dan van harte geaccepteerd gaan worden. Complicerend is ook het bestaan van het NGS. Inmiddels zijn er heel wat fijne predikanten aan het Seminarie opgeleid. Wordt het geen tijd de waardering hiervoor te onderstrepen door het Seminarie een meer officieel-kerkelijke plek te geven? Verder, gelet op hetgeen onze kerken aan (Schrift)geleerdheid en financiële middelen in huis hebben zou zo’n opleiding ook best haalbaar kunnen zijn.
Dat de besluitvorming van onze Landelijke Vergadering in deze richting gegaan is, kan ik daarom wel enigszins begrijpen.
Katholieke Gereformeerde Kerk
Dat ik het genomen besluit desondanks betreur, heeft allereerst te maken met het karakter van de NGK zoals ik dat tot op heden gezien en beleefd heb. Enerzijds zijn de NGK altijd heel gewone gereformeerde kerken geweest, in die zin, dat we ons gebonden weten aan de drie formulieren van enigheid en dat we kerkverbandelijk op gereformeerde wijze willen samenleven, omdat we menen zó op de meest verantwoorde en bijbelse manier Kerk van Christus te kunnen zijn. Anderzijds hebben de NGK altijd geprobeerd zo katholiek mogelijk gereformeerd te zijn. Dit katholieke besef vinden we al terug in ’de Open Brief’, waarin terecht de vraag gesteld werd of ’het historisch fundament van de Nederlandse Gereformeerde Kerken ook samenvalt met het fundament van de heilige, algemene Christelijke Kerk.’ Dit katholieke besef vinden we ook terug in de wijze waarop ruimte gelaten wordt voor niet-fundamentele verschillen.
We vinden het ook terug in de wijze waarop omgegaan wordt met verschillen tussen plaatselijke gemeenten onderling en in onze kijk op andere kerken. Wij zijn de enige kerk van Christus niet, ook via heel andere dan specifiek-gereformeerde kanalen vergadert de HERE de zijnen. Was het niet ds. G. van den Brink, die droomde van een Katholieke Gereformeerde Kerk? 1 Hoewel geen enkele kerk zich met deze mooie naam kan tooien, en zeker de NGK niet, geeft zo’n naam wel aan waarvoor de NGK willen staan.
Intermezzo-karakter
In het verlengde van dit katholieke streven, zag ik het volgende. Van de NGK vond ik altijd, dat ze zo’n sterk intermezzo-karakter hadden. Nu heeft elke kerk een intermezzo-karakter, maar van de NGK lag het er zo dik bovenop. Ik bedoel dat de NGK zich nooit hebben willen zien als een kerkverband dat z’n bestaan als een definitief gegeven zag, maar als een kerkverband dat niets liever wilde dan het eigen bestaan opheffen, zodra dat mogelijk was, door het samengaan met andere kerken van Christus.
Nederlands Gereformeerd-zijn heb ik eigenlijk altijd meer beleefd als kamperen in een tent, dan als wonen in een huis. De haringen goed in de grond en toch open en flexibel. Onvermijdelijk stuitend op de nodige ongemakken die het kamperen met zich meebrengt, tegelijk overtuigd voor deze tijdelijke behuizing kiezend.
Betekenis voor opleiding
Nu kan ik me voorstellen dat iemand zich afvraagt wat dit met de opleiding tot het predikant-schap te maken heeft. Wel, in de wijze waarop onze kerken met deze kwestie omgingen kwamen zowel dat katholieke besef als dat intermezzo-karakter zo sterk tot uitdrukking.
Vanuit het besef van diepe eenheid met de CGK kon ’Apeldoorn’ aanbevolen worden. Ook vanuit de gedachte dat er een proces van kerkelijke eenwording gaande was. Tegelijk was er een bepaalde vrijheid van studiekeuze.
’Apeldoorn’ werd aanbevolen, maar niet verplicht gesteld. Zich bewegend in kerkelijk Nederland als een werkelijk gereformeerde kerk, en daarom heel beslist kiezend voor de gereformeerde orthodoxie, in concreto voor ’Apeldoorn’, werd/wordt door onze kerken de mogelijkheid niet geblokkeerd dat ook via heel andere wegen a.s. predikanten hun weg binnen onze kerken zouden kunnen vinden. Binnen deze overtuiging viel ook aan het NGS een plaats te geven. Hoewel velen -waaronder ik- op zich niet gelukkig waren en zijn met het bestaan van het NGS, omdat de argumentatie voor de oprichting van het Seminarie meer sektarisch dan katholiek van aard is2, werd ook het NGS de plaats binnen onze kerken niet misgund.
Van de keuze niet een eigen opleiding te beginnen ging ook een appèl uit, m.n. op de CGK en de GKV. Wij gaan zover in het besef mét jullie Kerk van Christus te zijn, dat we júllie onze studenten laten opleiden, ook al zouden we het zelf kunnen. En al kunnen jullie, GKV, ons niet als kerken van Christus aanvaarden, omgekeerd wij jullie wel.
TSB
Dit betekent niet, dat aan het ontbreken van een eigen opleiding geen schaduwzijden zaten/zitten. Zoals ik al zei, kamperen heeft z’n ongemakken.
Grotendeels werden en worden die echter ondervangen door de instelling van de TSB en de verplichting de TSB te volgen. Zelf heb ik de TSB altijd een heel goed instrument gevonden om de latere dienaren des Woords voor te bereiden op hun taak binnen de NGK. In een bedankbrief aan de begeleiders schreef ik in 1987: ’Voor mij persoonlijk is de TSB zo wezenlijk geweest, dat ik me afvraag hoe ik me zonder de TSB ontwikkeld zou hebben! Te wijzen valt dan ook op de opzet van de TSB: een heel goed evenwicht tussen informatieoverdracht en samenspraak, tussen consumeren en produceren, tussen homiletische en algemeen theologische vorming. ...’ En ook schreef ik: ’Inderdaad is de TSB geen opleiding, kán dat ook niet zijn. Maar m.i. heeft de TSB zo’n groot en belangrijk aandeel in de vorming van de studenten, dat het rendement van de TSB naar verhouding veel groter is dan dat van de gemiddelde opleiding. .... Dat heeft te maken met het kaliber van de begeleiders, met de opzet, maar toch zeker ook met de uiterst principiële materie waarmee zich de begeleiding meestal bezighoudt. Heeft een opleiding een belangrijk deel van de tijd te steken in kennisoverdracht, de begeleiding bepaalt zich bij die themata, die een spilfunctie binnen het geheel van de theologie hebben. De begeleiders staan daar, waar de wissels worden omgezet. Het gevolg is dat de TSB uiterst effectief opereert.’ Verder was en is de TSB ook een ontmoetingspunt van studenten die heel verschillende opleidingen volgen. Samenbindend en tegelijk door de uitwisseling van kennis en ervaringen verrijkend. Tevens een middel om de vinger aan de pols van de ontwikkeling van de studenten te houden. Wat mij betreft dus een goede oplossing, die ons kerkelijke kamperen verantwoord hield en houdt. Zonder de TSB te willen idealiseren, meen ik, dat er in deze zwakheid toch wel geroemd kan worden.
Geen dwingende redenen
Houd ik nu het besluit van de Landelijke Vergadering tegen het licht van de wijze waarop ik de NGK zie, dan kan ik er niet vrolijk van worden. zie ik er de noodzaak niet van in. Zeker, er zijn argumenten voor, maar die zijn bepaald niet dwingend. Inderdaad, er is geen éénheid van opleiding, maar is dat zo’n ramp voor onze kerken gebleken? Zijn de jongens die van Apeldoorn komen aantoonbaar orthodoxer dan die van Utrecht komen? En zijn de jongens die van het Seminarie komen profetischer predikers dan die van Kampen komen? Niemand zal hierover een uitspraak durven of kunnen doen, hetgeen laat zien dat het om een geconstrueerd probleem gaat. Verder, ook al zijn de kerken op zich niet in staat de kwaliteit van de diverse opleidingen te toetsen, via de TSB moet het toch mogelijk zijn op dit punt de vinger aan de pols te houden? Tenslotte, zat er aan deze spreiding van opleiding ook geen goede kanten? Laat de kerkgeschiedenis niet zien dat uitgerekend jongens als Abraham Kuyper en Herman Bavinck die beiden in Leiden bij Scholten een vrijzinnige opleiding volgden mede daardoor tot zegen voor de kerken in Nederland zijn geweest? Wie in het klimaat van de liberale theologie gereformeerd en in het klimaat van een starre orthodoxie Nederlands Gereformeerd is gebleven, heeft door zijn vorming een plus meegekregen die van betekenis kán zijn voor heel het kerkverband.
Wissel om?
Wat echter belangrijker is, ik heb de indruk, dat er een wissel is omgegaan.
Achter het besluit proef ik berusting in de huidige situatie van kerkelijke verdeeldheid.
De GKV hebben ons afgewezen, de CGK lijken ons te gaan afwijzen, en nu moeten we de opleiding maar in eigen handen nemen. Gelet op ons ’katholieke besef’ had een andere gedachtegang echter meer voor de hand gelegen. Krijgt de appèlfunctie die we hebben, door simpel onderwijs bij de anderen te blijven volgen, juist nu we de moeite van de kerkelijke samensprekingen ervaren, niet des te krachtiger stem? Niet omdat de kerkelijke eenheid binnen handbereik is, maar omdat we geloven dat we één zijn, beginnen we ook nu geen eigen opleiding, vertrouwen we ’jullie’ een groot aandeel in dit belangrijke werk toe. En ondertussen begeleiden wij het studie-proces van a.s. predikanten zo zorgvuldig mogelijk.
Mocht er een basisopleiding komen, dan zullen we op langere termijn ook als kerkelijk instituut logger worden. Van een kerk met een sterk intermezzokarakter, een ’kamperende kerk’, zie ik ons een gesettelde kerk worden. Dat gaat niet bewust, dat is niet gewild, maar zo werkt het nu eenmaal. Om te beginnen zullen a.s. predikanten verplicht worden de basisopleiding te volgen. Vervolgens zal de interne gerichtheid voorlopig sterker worden, omdat veel geld en veel energie in de opleiding geïnvesteerd zullen moeten worden. Net als in andere kerken zal de opleiding iets van een centrum van het kerkelijke leven worden. Mogelijk datals het gelukt is een basisopleiding van de grond te krijgen- de volgende stap een hele opleiding zal zijn.
Begrijp me goed, ik geloof oprecht dat -mocht de basisopleiding er komen- dit alles tot zegen voor onze kerken kan zijn, zoals ook het Seminarie momenteel tot zegen is. Maar de charme is wat mij betreft dan wel van onze kerken af. Binnen een sterk verdeeld kerkelijk Nederland, waarvan ook de orthodoxe gereformeerde kerken een hoog sektarisch gehalte hebben, vond ik de NGK zo’n aardige katholieke variant. Het ontbreken van een eigen opleiding was daarvan een symbool. Jammer dat we dat zullen kwijtraken..
Noten
1 In G. van den Brink/H.J. van der Kwast, Een kerk ging stuk, Amsterdam 1992, ’Wij dromen van een kerk die waarachtig gereformeerd is én waarachtig katholiek. Beter gezegd: van een kerk die waarachtig gereformeerd is en dáárom waarachtig katholiek ...’, pg.228.
2 Voor wie niet weten wat ik daarmee bedoel: één van de overtuigingen die aan de oprichting van het Seminarie ten grondslag ligt, is de gedachte dat de HERE middels de kerkscheuringen van o.a. ’44 en ’67-’68 de opleiding tot de dienst des Woords door de oprichting van het Seminarie uit de kluisters van de wetenschappelijke theologie heeft geleid. Hierover valt te lezen in de brochure ’Waarom een nieuwe opleiding?’ Deze duiding van de geschiedenis -die gelijkenis vertoond met de wijze waarop in de GKV ooit de Vrijmaking geduid werd- vind ik niet profetisch, maar eerder sektarisch. Toch zie ik tegelijkertijd dat het NGS wel degelijk door de HERE gebruikt wordt.