Ieder zal zijn eigen last dragen
1998-10-16
In de gemeente ontmoeten we vermoeide mensen, gebukt onder verantwoordelijkheidsgevoel voor hun naaste. Mensen die afknappen. Hun liefde verkeert in ergernis. ”Waarom moet ik altijd helpen?” ”Wie zorgt er voor mij?” Als ze het niet zeggen, lees je het in hun ogen. Liefhebben is blijkbaar niet eenvoudig. Is de belofte niet dat stromen van levend water uit ons binnenste zullen vloeien? Waarom is liefde zo vaak een opgave? Of zien we misschien voor liefde aan wat dat helemaal niet is?- Jaargang 42
- nummer 21
Verdraagt elkanders moeilijkheden
Paulus schrijft in Galaten 6 vers 2: ”Verdraagt elkanders moeilijkheden” en in vers 5: ”Want ieder zal zijn eigen last dragen.” Wij hebben de neiging dit precies om te draaien.
X gaat gebukt onder een last en vertrouwt me dat toe. Ik ga onmiddellijk helpen dragen. Raad geven, dingen organiseren. Ik ga op bezoek als X klaagt over eenzaamheid, ik probeer werk uit handen te nemen als het X allemaal te veel wordt. Dat is voor mij vermoeiend maar ook dankbaar werk als... X daarvan opknapt. Maar vaak gebeurt dat helemaal niet. Wie ik ook op het spoor zet van de klager over eenzaamheid, het lijkt nooit genoeg.
Hoe vaak ik ook aanbied op de kinderen van de vrouw te passen die zo graag eens vrij wil, ze gaat er nooit op in. Hoeveel goede raad ik ook geef aan de tobber, hij volgt het nooit eens op. Het blijft tobben. Dan word ik moe en, als ik niet oppas, geïrriteerd en onverdraagzaam. Ik droeg zijn last, maar de zijne werd er niet minder van, en nu verdraag ik zijn moeilijkheden niet meer. Wat gebeurt er toch?
Een hulpverlener hing een bordje in zijn kamer met de woorden ”Helpen is de zonzijde van macht uitoefenen”.
Het hielp hem zich te realiseren dat het een plezierig gevoel kan zijn om mensen te helpen omdat we zo, op een bepaalde manier, macht over ze hebben. Ze zijn immers op dat moment van mij afhankelijk. Helpen kan zomaar regeren worden in plaats van dienen. Als ik de last van iemand afneem, kan dat gemakkelijk gebeuren.
Ik ben sterk en zij is zwak, ik versterk mijn ego en zwak het hare af. Dat is geen helpen. Wat dan wel?
Het probleem van een ander is het mijne niet
Het klinkt zo hard, bijna onchristelijk: ”Ieder zal zijn eigen last dragen”. Mijn probleem is het mijne, jouw probleem is het jouwe. Ik kan het niet voor je oplossen, ik kan het niet van je afnemen, maar... ik wil wel naast je staan en naar je luisteren en je bemoedigen en voor en met je bidden.
Dat is echt helpen. Het is onvoorstelbaar wat voor lasten sommige mensen moeten dragen. Het is ongelofelijk hoe ze dat vaak aankunnen, bewust of onbewust, met Gods hulp. Als we blijven beseffen dat het hun probleem is en dat God bij machte is oneindig veel meer te doen dan wat wij kunnen bidden of bedenken, dan kunnen we lijden en moeite aanzien en aanhoren zonder al bij voorbaat moe te worden.
Dan kunnen we echt luisteren en mensen ruimte geven om onder woorden te brengen wat ze voelen en denken.
Dan kunnen we ze aanmoedigen om zelf te bedenken wat ze kunnen doen en waar ze hulp nodig hebben om problemen op te lossen of draagbaar te maken. Het is juist omdat het ons probleem niet is, dat we kunnen meeleven. Mensen die het heel zwaar hebben, kunnen vaak niet huilen. Bewust of onbewust zijn ze bang dat er dan geen eind aan komt, dat ze dan afknappen. Wij kunnen wel huilen en ruimte geven aan hun tranen omdat het hun verdriet is, en ze zo vertrouwen geven dat het verdriet ze niet vernietigen zal. Wat we zo ook doen, is mensen hoop geven dat ze er echt zelf iets mee kunnen met Gods hulp.
Het helpt ons zelf om staande te blijven en niet verbitterd en ongeduldig te raken in een wereld waar we lijden niet weg kunnen nemen en mensen er soms zelfs voor kiezen.
Jezus was niet lief
Jezus ging soms wonderlijk hard met mensen om als we het van dichtbij bekijken. Hij vertrok, ook als mensen Hem nodig hadden. Soms met uitleg (Lucas 4:43), soms zonder (Lucas 5: 15,16). Wie nog niet aan de beurt was geweest, had pech gehad. Als je de evangeliën in één ruk uitleest valt het op hoe Jezus voor de schare uit loopt, telkens naar een eenzame plaats zoekt en die soms ook verdedigt tegen de mensen, die Hem toch echt oprecht zoeken en nodig hebben. Hij kan blijkbaar niet functioneren zonder zelf telkens rust te vinden bij zijn Vader. Jezus laat zijn agenda niet bepalen door de nood van de mensen, maar door God zelf. Soms levert Hem dat conflicten op. Hij kan niet op bevel van zijn moeder water in wijn veranderen, pas als de Vader zegt dat het tijd is, dan kan Hij dat. Hij komt niet op de smeekbede van zijn vrienden om Lazarus beter te maken, Hij komt als het de tijd is en wekt een dode op. Hij laat zich niet door zijn discipelen tegenhouden om naar Jeruzalem te gaan, ondanks de gevaren, Hij brengt ze mee in gevaar. Hij maakt het niet gemakkelijk voor zijn volgelingen, spreekt in gelijkenissen en lijkt ook voor intimi niet al te toegankelijk, want de discipelen durven Hem soms niks te vragen. Als een hele schare wegloopt, zegt Hij: ”Willen jullie soms ook gaan?” ”Nee,” zegt Petrus, ”waar moeten we anders heen?” Een schitterende minimum-belijdenis!
Jezus’ manier van helpen
Jezus gaat een weg die zijn vrienden en familie tot radeloosheid en verloochening zal brengen. Daarvoor moet Hij goed weten naar wie Hij luistert en niet weekhartig zijn. Ook bij genezingen zien we verbazingwekkende dingen. Bartimeüs die voor Hem staat. Jezus vraagt: ”Wat wil je dat ik doen zal?” Zag Hij dan niet wat Bartimeüs nodig had? Een andere blinde moet zijn gezicht gaan wassen in een bron. Een blinde man moet de bron gaan zoeken! Een vrouw die stiekempjes Jezus’ mantel wilde aanraken, incognito met haar beschamende ziekte, werd en plein public aangesproken en voor het voetlicht gehaald tot wanhoop van Jaïrus ongetwijfeld, die stond te trappelen om op tijd bij zijn stervende dochter te zijn met Jezus. Wie er op gaat letten, vindt voorbeelden te over. Jezus was niet lief, niet volgzaam. Zo gaf Hij mensen wat ze echt nodig hadden. Sterker nog, anders had het niet gekund.
Denk eens aan al die vrouwen die hun heil zochten bij mannen, alle schaamte voorbij, die in Jezus eindelijk de man vonden die hun de liefde gaf die ze nodig hadden. Het heeft ongetwijfeld tot misverstanden geleid en Jezus kon juist dankzij zijn grenzen en duidelijke doel dichter bij hun hart komen dan ooit iemand anders. Hoe vaak gaat het bij ons mensen niet fout in het pastoraat en andere hulp, waar juist wel grenzen worden overschreden omdat de hulpvragers in hun hunkering naar liefde niet precies weten wat ze zoeken en de hulpverlener dat ook uit het oog begint te verliezen. Wat worden er veel brokken gemaakt in naam van de liefde.
Mensen niet afhankelijk maken van onszelf.
Liefhebben met door God gevoede liefde is moeilijk en het vraagt om een hechte en regelmatige relatie met God zelf. Het is de enige manier om werkelijk tot een zegen zijn. Woorden van God spreken. Onder ogen zien dat we zelf zwakke mensen zijn en dat onze liefde gevoed moet worden door Gods liefde. Mensen naar de bron verwijzen en ze niet afhankelijk maken van onze lekkende waterkruiken, waardoor zij tekort zouden komen en wijzelf ook. Pas als we onszelf voortdurend vol drinken bij Christus zullen stromen van levend water uit ons binnenste vloeien (Johannes 7:37,38) Als we ons voelen als een uitgeknepen citroen, waar we nog een laatste druppel liefde uit proberen te persen omdat anderen het zo nodig hebben, misschien moeten we dan eens controleren of we onze eigen last dragen of die van een ander. Niet mopperen dat anderen onze last niet dragen, maar die zelf opnemen en de anderen, met hun last en al, opdragen aan God. Zo zullen we samen een stuk lichter en sneller onze weg met God gaan.