Bekering

1998-10-16
  • Jaargang 42
  • nummer 21
Bekering is een zaak van heel het hart. Het is een radicaal gebeuren. Een halfbakken bekering is geen bekering. Je kunt het vergelijken met een schip of een vliegtuig dat op een verkeerde koers ligt. Om op de bestemming aan te kunnen komen, moet de koers gewijzigd worden. Maar als de koerscorrectie niet volledig wordt uitgevoerd, doch slechts gedeeltelijk, wordt de bestemming, ondanks het feit dat de oude koers verlaten is, toch niet bereikt. Daarom zegt Samuël tot het volk Israël: je bekeren en toch de afgoden nog vasthouden als een achterdeurtje, is geen bekering ( 1 Sam. 7:3,4). Waar geen breuk komt met de zonde, is misschien wel sprake van vrome praat maar niet van bekering.
Overigens blijft het niet bij een breken met de zonde, maar hoort het opstaan tot een nieuw leven er ook wezenlijk bij.
Verder gaat bekering altijd samen met erkenning en belijdenis van schuld.
Schuldbelijdenis is een essentieel onderdeel van de bekering. Zo zegt Jeremia: keer weder, Israël, Ik zal u niet donker aanzien. Alleen, erken uw ongerechtigheid ( Jer. 3:12,13). En tenslotte is bekering het begin van de genezing. Waar bekering plaatsvindt, zet de genezing van het leven in. David ondervond dat nadat hij zijn schuld beleden had. Toen omringde God hem met jubelzangen van bevrijding ( Ps. 32:5-7).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief