Koninklijk bezoek in jeugdhulpverleningscentrum van Timon

1998-10-16
  • Jaargang 42
  • nummer 21
Vijfentwintig september opende Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet de nieuwbouw van het jeugdhulpverleningscentrum van stichting Timon in Zeist, in aanwezigheid van genodigden.

De jeugdige bewoners zijn er eerst wat verlegen onder. Ze zullen wel even dit of dat zeggen of doen als de Koninklijke Hoogheid er is. Maar als het zover is, zijn ze als lammetjes. Er is geen toesprak maar een interview met een aantal bewoners. In hun eigen taal, beslist een heel andere dan die van het hof. De bewoners geven ook een rondleiding. Er zijn geen kledingvoorschriften, iedereen loopt er bij zoals hij is. Na de plechtigheid, als de medewerkers samen eten en na praten, belt de prinses vanuit haar auto op om te zeggen dat ze het leuk heeft gevonden. Toch een hele eer. Timon heeft haar gevraagd vanwege haar sociale betrokkenheid en haar basis in haar geloofsovertuiging en ze heeft ’ja’ gezegd, terwijl ze erg selectief is. Stichting Timon leeft van giften en dit betekent een koninklijke handtekening en publiciteit.

Feest
De volgende dag gaan de deuren open voor wie komen wil. Het is feest. De buren zijn er, die niet allemaal blij waren met de nieuwbouw. ”Straks vinden we spuiten in de zandbak.” Vanuit Timon wordt werk gemaakt van contact met de buurt. Tussen de vele mensen lopen de jongeren een beetje verloren. Waarom blijven er medewerkers alleen boven terwijl iedereen beneden is? ”Ja kijk, je moet reëel zijn hè. Er loopt hier van alles rond. Net hebben we een aantal videobanden teruggenomen van een paar kleine bezoekers. Je moet de boel wel in de gaten houden.” Die hele no-nonsense kijk op de zaak vind ik terug in de rondleiding door het gebouw.
Het ziet er schitterend uit. Warm en degelijk. Net een modern klooster eigenlijk. Jaarlijks vinden hier ongeveer honderd jongeren een plek om bij te komen en richting in hun leven te zoeken. Er kan geleefd worden, maar het is te mooi om onvoorzichtig mee te zijn. De meeste meubels zijn gemaakt in het arbeidstrainingcentrum, waar schitterend houten maatwerk vandaan komt. ”Geen knutseltherapie, maar echt dingen maken die te verkopen zijn”, zegt de baas van het centrum. ”We proberen de sterke dingen in mensen boven te halen. Niet te veel praten over het verleden, maar ze aanmoedigen in wat ze kunnen, zodat ze trots worden op wat ze doen.”

Afspraken
De jongeren komen meestal via het bureau jeugdzorg. Er komen ook mensen via de politie. Als ze niet meewerken en zich niet aan de regels houden, gaan ze naar de gevangenis. Ik vraag of de deuren op slot gaan.
”Afspraken helpen veel beter. Contracten maken. Ook sancties natuurlijk, maar ze weten waar ze aan toe zijn en ze hebben hun handtekening er onder gezet.” De man die de ’criminelen’ opvangt laat me een tijdlijn zien. Het moet concreet worden. Ik vraag ze: ”Als je vijftig bent wat wil je dan?” ”Huis, auto, gezinnetje.” ”Oké, en als je dertig bent....en als je twintig bent......nu ben je 17, wat moet je volgend jaar bereikt hebben?” ”Ik moet naar school.” ”Hoe ga je dat aanpakken? Hoe krijg je informatie? Hoe meld je je aan? Hoe maak je een goede indruk? Wat ga je daar morgen al aan doen, laten we een afspraak maken.” Hij heeft er lol in, die medewerker, met iets van vaderlijke trots als hij vertelt dat zo’n joch zonder toekomst nu zelf bij de groenvoorziening heeft gesolliciteerd en er op zijn plek is.

Deel van een gezin
In Zeist heeft Timon, naast het opvangcentrum, een Centrum voor Jeugdzorg en Advies. Een centrum voor ambulante zorg waar jaarlijks meer dan 300 mensen komen. De medewerker hier heeft een affiche gemaakt met een gedeelte uit een schilderij van een zoon die zijn oude vader draagt. Niet iets waar je meteen aan denkt bij jongeren die vaak weinig gedragen zijn door hun ouders. ”Toch zijn die bloedbanden erg belangrijk”, zegt de psychotherapeut. ”De zonden van de vaderen, tot in het derde en vierde geslacht. Daar moet je wat mee. We proberen altijd gezinsleden te betrekken bij de jongeren die bij ons komen. Ze moeten weer een manier vinden
van omgaan met elkaar.”

Identiteit
In 1973 begon opvang voor probleemjongeren vanuit Youth for Christ, dat in 1983 werd overgenomen door de kerken. Momenteel zijn 35 kerken direct verbonden met het werk. Het centrum voor Jeugdzorg en Advies is een samenwerkingsproject met het Leger des Heils. Hoe gaat dat met de identiteit?
Is het toevallig dat veel medewerkers Nederlands Gereformeerd zijn? Ik kom erg veel Houtense gemeenteleden tegen. Nee hoor, het is geen beleid. De meeste van de ”klanten” komen niet van christelijke huize. Van hen wordt gevraagd dat ze respect hebben voor het geloof. Aan tafel wordt hardop gebeden en de dag begint met een dagopening. Van de medewerkers wordt gevraagd dat ze overtuigd christen zijn en dat ze dat ook kunnen en willen delen met collega’s en met de jongeren, als die daar naar vragen. Dat betekent b.v. dat er in stafvergaderingen gebeden wordt voor de jongeren. Ze moeten ’bidvaardig’ zijn, zegt één van de medewerkers. Ik zie een joch schuiven, met zo’n scheve blik in zijn ogen, alsof hij vreest dat hij te veel is en een tik kan krijgen. Waarschijnlijk een van de mensen voor wie het allemaal bedoeld is. Ik zou kunnen besluiten met het gironummer voor giften, maar dat weet uw diaconie wel te vinden. Misschien zijn er bid-vaardigen, die mee willen bidden voor jongeren die verloren zijn, zich verloren voelen, dat ze gevonden worden en vinden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief