De wal en het schip

1998-10-16
  • Jaargang 42
  • nummer 21
Het is soms lastig om een keus te maken voor deze rubriek. Zo heb ik nu een hele tijd zitten aarzelen: een verhaal uit ”Bij de Tijd” over de kleine oecumene, of een ontboezeming in het Centraal Weekblad van Margriet Gosker over het nieuwste boek van Kuitert? Nu, misschien komt ”Bij de Tijd” een volgende keer nog eens aan de beurt; wat ze daar te melden hebben is echt wel de moeite waard. Toch: we kunnen ook zozeer bezig zijn met die kleine oecumene, dat het ons zou kunnen ontgaan dat er op een ander niveau soms dingen gebeuren die onze aandacht ook absoluut verdienen. En zeker, de kleine oecumene is belangrijk, maar laten we vooral niet vergeten dat God nog wel meer pijlen op zijn boog heeft dan die paar die door diverse combinaties van de letters C, G, K, N en V worden aangeduid.

Goed, mevrouw Gosker dus, lid van de redactie van het Centraal Weekblad, over het laatste boek van Kuitert, ”Jezus: nalatenschap van het Christendom”.
Zij schrijft daar dingen over waarin ik me, komend vanuit een wat andere traditie, maar levend in dezelfde wereld, helemaal herken: Eerlijk gezegd had ik er al last van bij het boek van Den Heijer over verzoening.
Nu bij de nieuwste Kuitert heb ik het weer. Gewoon geen zin om het aan te schaffen. Ook niet om het te lezen. Wat het teweeg brengt, weten we bij voorbaat. Ingezonden brieven, verontrusting, bezwaarschriften. Synodale uitspraken met of zonder applaus. Extra druk op Samen op Weg. Tegenstanders gaan zich manifesteren, voorstanders vinden dat er ruimte voor moet zijn. Mensen voelen zich beklemd. Of juist bevrijd. Allemaal heel voorspelbaar. Maar ja, een nieuwe Kuitert is een ’must’. () Van Kuitert heb ik veel geleerd. Zijn boeken heb ik steeds direct na verschijning gekocht en met grote interesse gelezen vanwege de heldere stijl, de prikkelende vraagstellingen en de scherpe formuleringen. Intellectueel heel bevredigend. Geen speld tussen te krijgen. Goed toch om de overgeleverde geloofsinhouden niet zomaar te slikken maar op hun houdbaarheid te toetsen, om eerlijke vragen te durven stellen zonder meteen alle antwoorden achter de hand te hebben en om eerlijk te erkennen dat een modern mens met goed fatsoen niet meer alles kan geloven wat de traditie ons voorschotelt?
Toch haak ik de laatste jaren innerlijk steeds meer af van wat Kuitert in zijn boeken beweert. Vooral omdat er inhoudelijk veel verloren gaat dat naar mijn inzicht wezenlijk tot het bijbels getuigenis en tot het geloofsgoed van de kerk der eeuwen behoort. Dat geldt het mysterie van de verzoening, de tweenaturenleer en ook de triniteit. Het zijn voor mij geen achterhaalde constructies uit een ver verleden, al vind ik het best moeilijk om de betekenis ervan goed uit te leggen aan mijn catechisanten. Toch probeer ik het wel. Want het gaat om kernen van ons geloof, om geheimenissen Gods die ons zijn toevertrouwd, al hebben we ze niet in de zak.
De blijde boodschap van de verzoening in Christus, gevierd in brood en wijn, zijn lichaam en bloed voor ons gegeven, het gedoopt zijn in de naam van Vader, Zoon en Heilige Geest, de aanbidding van de heilige Drievuldigheid... Dat zijn dingen waar ik persoonlijk uit leef. Daar kan ik over stamelen en daar kan ik over zingen. Ze maken zo’n wezenlijk deel uit van mijn geloofsleven, dat ik me niet goed kan voorstellen hoe je zonder dat christen kunt zijn. Scherpzinnige betogen en redeneringen waar je geen speld tussen krijgt, boeien me steeds minder. Die speld wil ik niet eens vinden, laat staan dat ik hem er tussen wil krijgen. Ik heb ook geen zin om op die typisch gereformeerde manier ’het debat aan te gaan’. Debatten zijn vaak weinig vruchtbaar gebleken en worden hoogst zelden met respect gevoerd. Ze zijn ook zelden overtuigend.
Iemand zei ”dat het absurd zou zijn het debat aan te gaan langs de lijnen van orthodoxie en onorthodoxie”. Dat moesten we ook maar niet doen. Ik verlang naar de eenvoud van het geloof, dat wil proberen het onzegbare te zeggen voor mensen van onze tijd en dat tegelijk de geheimenissen Gods niet wil ontrafelen.

De wal zal het schip wel keren, zegt een bekend spreekwoord; en zoals de meeste spreekwoorden is ook dit stellig waar. Maar af en toe is het goed om je weer eens te realiseren dat zowel de wal als het schip bestuurd worden door die ene grote Stuurman.
En dan word ik warm van zo’n verhaal als hierboven staat - nee, niet enkel omdat ik wat oude bekende klanken hoor, maar wel omdat ik die oude klanken, die grote woorden van de kerk, weer zie bovenkomen, door de crisis heen. En dan denk ik: wie weet wat voor wonderen God nog gaat doen; misschien niet met mijn kerk, maar wel met die van Hem!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief