Roeping van Levi

1998-11-13
  • Jaargang 42
  • nummer 23
Als Jezus vandaag had geleefd op aarde, wat zou Hij hebben gedaan? Waar zou Hij te vinden zijn geweest? Welke mensen zou Hij hebben uitgezocht om mee om te gaan, te roepen, bij te eten... en wie zouden er aanstoot aan Hem nemen?

Zou Jezus voor ons besef net zulke schokkende dingen doen als dat Hij deed voor het besef van de schriftgeleerden en farizeeërs? Op dit soort vragen weet ik niet zo maar het antwoord. Toch stel ik mezelf zulke vragen wel eens. Want je loopt zo makkelijk in de geijkte sporen terwijl we als christenen geroepen zijn om volgelingen van Jezus te zijn, in zijn voetstappen te treden. Dan is het best eens verfrissend om af te vragen: wat zou Hij hebben gedaan als Hij hier was geweest?

Volg Mij!
De roeping van Levi vind ik een fascinerend verhaal. Jezus handelt verrassend, zo anders dan je verwacht.
Waarom zocht Hij nu juist een tollenaar uit om te roepen? Had Hij niet veel beter de rechtvaardigen, de trouwe mensen uit de synagoge kunnen roepen? Hij deed het niet. Het was uitgerekend een zondaar die Hij riep in zijn dienst, een tollenaar, een man die er niet bij hoorde volgens de algemeen heersende opvatting van de gelovigen. En Jezus deed dat heel bewust. Veel mensen waren naar Hem toe gekomen om Hem te zien en te horen, Levi niet. Levi was in zijn tolhuis gebleven bij zijn geld, zijn veilige vesting. Maar Jezus ging naar hem toe en riep hem: volg Mij! Twee woordjes maar sprak Jezus. In de hele perikoop zegt Jezus niets anders tegen Levi. Alleen die woorden: volg Mij! Dat was genoeg, Levi volgde Hem.
Dat spreekt me aan in de stijl van Jezus. Hij veroordeelt niet, spreekt geen verwijten uit, maar gaat naar de zondaar toe en roept: volg Mij! Daarin is Hij anders dan de farizeeërs.
Zij hadden hun oordeel al lang klaar: er zijn nu eenmaal rechtvaardigen en zondaars. Voor een tollenaar is geen plaats in Gods gemeente. De gemeente van God is een plaats van rechtvaardigen. Een plaats voor mensen die een goed en betrouwbaar leven leiden. Een zondaar als Levi hoort daar niet.

Eten met de tollenaars en zondaars
Jezus deed niet precies zoals het hoorde. Hij roept de zondaar, maar roept niet ter verantwoording. En Hij gaat zelfs nog een stapje verder, want het volgende moment zien we Jezus bij Levi binnen aan tafel.
Hij eet met hem en met nog veel tollenaars en ander soort lui. Ongetwijfeld de vrienden van Levi. Levi die er niet bij hoorde had zo zijn eigen vriendenkring opgebouwd. Mensen die er ook niet bij hoorden, soort zoekt soort.
Samen de maaltijd gebruiken is een teken van verbondenheid met elkaar.
’Tollenaars en zondaars’ was het oordeel van de farizeeërs over de mensen met wie Jezus zich verbonden voelde. Jezus ontkent dat oordeel niet. Het zijn de tollenaars en zondaars met wie Hij de tafel deelt. Juist met hen, want zij hebben Hem zo nodig. Dat is een opmerkelijke benadering. Want nog nooit hadden ze laten zien dat ze iemand nodig hadden. Ze hadden zich teruggetrokken in hun eigen tolhuizen, bij hun eigen vriernden. Nooit hadden ze belangstelling getoond voor hulp van buiten. Nee, natuurlijk niet! Ze werden toch afgewezen...
Maar Jezus eet met tollenaars en zondaars.
Dat betekent een totale acceptatie van deze mensen. Levi mag er zijn voor Jezus. En dan gebeurt het wonder. De verandering voltrekt zich als vanzelf. Jezus hoeft niet te preken, te vertellen hoe het anders moet, zijn aanwezigheid is genoeg. Levi is al een ander mens geworden.

Een geneesheer voor zieken
De farizeeërs hanteerden een scherpe scheiding tussen rechtvaardigen en zondaars. Met rechtvaardigen ga je om en van zondaars houd je je verre.
Zo hoorde het. Maar Jezus deed niet precies zoals het hoorde. Hij zag de mens die Hem nodig had en ging naar hem toe. Als een dokter die weet dat hij bij de patiënten moet zijn, niet bij de gezonde mensen.
Dat is een totaal andere behandeling dan tollenaars en zondaars gewend zijn. Ze waren gewend aan de boodschap: bekeer je, en je mag bij ons horen. Eerst genezen, dan krijg je een behandeling. Bij Jezus gaat het andersom. Hij is de geneesheer die zijn patiënten opzoekt. Hij is niet gekomen om zondaars te veroordelen maar te redden. Daarom zal Hij daar zijn waar de zondaar is. En zijn aanwezigheid is al genoeg, want in zijn nabijheid weet de zondaar zelf wel hoe het er voor staat. Op het moment dat Jezus naar Levi toegaat is de genezing zich al aan het voltrekken. Er zijn rechtvaardigen en zondaars, dat was het schema waarmee de farizeeërs leefden. Jezus heeft de farizeeuers niet verweten dat ze niet rechtvaardig zijn. Hij verweet hen wel dat ze geen oog hadden voor de zieken. Zieken zijn er niet om links te laten liggen, zieken zijn er om op te zoeken en te verbinden en te genezen. En dan denk ik: hoe zou ík met een man als Leviz ijn omgegaan? Zou ik zijn ziekte hebben gezien? Ik maak ook telkens weer van die vanzelfsprekende scheidingen tussen rechtvaardigen en zondaars. En dan gaat het zo: de rechtvaardige wordt geaccepteerd, de zondaar bepreekt. Jezus doet het omgekeerde: de zondaar accepteert Hij en de rechtvaardige moet worden bepreekt.
Zieken genoeg in deze wereld, ze hebben de geneesheer nodig. Maar ik besef dat ook het preken nodig blijft, elke zondag weer in de kerk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief