Vertrouwend loslaten en een Opbouwstand-punt
1998-11-13
Als één van de eersten stap ik de Lichtkring in Amersfoort binnen voor de vrouwencontactdag.- Jaargang 42
- nummer 23
Ik zal namelijk Joke, uit het bestuur, helpen bij de Opbouwstand. Ik word begroet door Ytje Veefkind (achter uit Opbouw, u weet wel). Nu zie ik het gezicht er bij. Ik zoek het Opbouwstand-punt. Dat is niet eenvoudig. De zaal voor de stands is eigenlijk al vol. Maar na enig geschuif van tafels vinden we een plekje tussen de VBOK en stichting Dôme (waarover later).
Vertrouwen
Het thema van de dag is vertrouwen. Het programmaboekje heeft een omslag die ik gaandeweg meer ga begrijpen en mooi vinden. In het groot: een gestileerde vrouwenfiguur in beweging, met grote passen lijkt ze te lopen. Om haar heen is het grijs. Om het grijs heen gloort geel. In een kadertje, boven in de hoek, zijn de kleuren omgekeerd. De vrouw loopt in een heldere, maar kleine gele ovaal.
Buiten de ovaal is het pikzwart. In het eerste verhaal van de dag wordt het duidelijk: Het hoort bij Jesaja 50:10: „Wie onder u vreest de Here? Wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam des Heren en steune op zijn God.”
Eerlijkheid
In het ochtendprogramma spreekt Marleen Ramaker. „Voel eens de duisternis”, zegt ze. We hebben vaak niet genoeg vertrouwen om dat te durven, we blijven bezig om niet te voelen. We missen op die manier ons contact met God en ook met ons zelf. Eerlijk zijn is belangrijk. Voelen wat je voelt en daarmee naar God gaan. Marleen is zelf door een grote diepte gegaan toen haar zoon eerst maanden zoek was en toen verdronken bleek. „Here, al mijn verlangen ligt voor U open, mijn zuchten is voor U niet verborgen” (Ps. 38:10), bad zij toen voortdurend. Met ons zuchten bij God komen en bij Hem zuchten en huilen, in beweging blijven naar Hem toe en met Hem. Ook als je geen hand voor ogen kunt zien, dat is vertrouwen. En als je dat doet leer je ook vertrouwen. Het gaat er niet om onbeschadigd uit de strijd te komen.
Kijk maar eens naar de bomen: sommige zijn schitterend in hun beschadigingen, het gaat erom of je aan water staat en vrucht kunt dragen (Jer. 17:7,8). Dat water is de Heer zelf. Vertrouw op zijn naam. Die is genadig, barmhartig, lankmoedig, vol van goedertierenheid en trouw. Realiseer je wie God is. Je krijgt vaak geen antwoord op de waarom-vraag. Aan het kruis schreeuwde Jezus al onze waarom-vragen uit. „Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?!” De Man van Smarten kan ons troosten, ondanks al onze vragen.
Loslaten, zelfs het leven als het moet
In het middagprogramma spreken Margriet Euwema en Carolien van Dam van stichting Dôme, een stichting die een hospice in het midden van Nederland wil starten, waar mensen op menswaardige wijze hun leven kunnen afronden, zonder het gevoel teveel te zijn voor hun omgeving.
Wie ziek wordt merkt dat hij controle verliest. Als het ons niet goed gaat, zien we dat vaak als falen. We hadden het beter moeten regelen. Maar hebben we ooit controle gehad? Kunnen we ons eigen leven beheersen of verbeelden we ons dat alleen? Als iemand hoort dat hij gaat sterven, begint een heel nieuw leven van loslaten.
Er zijn geen handvatten, er is weinig hulp want onze instanties kunnen niets meer doen. We moeten zulke mensen niet alleen laten en daardoor in de verleiding te brengen hun leven te verkorten omdat ze toch alleen tot last zijn. Het verhaal wordt onverwacht geïllustreerd als iemand in de zaal niet goed wordt. De spreekster springt van het podium om bijstand te verlenen, tot iemand het van haar over neemt.
Gelukkig blijkt het niet ernstig en het verhaal gaat verder.
Getuigenis
Het derde verhaal is een verrassing, ook voor de organisatie. Iemand uit het publiek mag haar eigen verhaal vertellen als reactie op wat er al gezegd is. Ik ben verbaasd. Dat is lef hebben, want wat doe je als je een heel vreemd verhaal krijgt of als niemand zich meldt? Een kwestie van vertrouwen en durven loslaten? Ik sta beschaamd. Er komt iemand die alleen dan wilde als er niemand anders was. Ze vertelt een verhaal zo recht uit het hart en onvoorbereid dat ik vergeet te schrijven. Het begint zo „Laatst vroeg onze dominee: „Wie van u is nou echt heel blij met God?” en ik wou wel opspringen en roepen: Ik!” Daarop volgt het verhaal van een afschuwelijke tijd waar, midden in de wanhoop, God toch aanwezig was. „Vroeger was ik bang, ik had nooit gedacht dat ik dit aan zou kunnen.” Het is ook een waagstuk zo’n verhaal te vertellen, maar het bouwt op om van iemand te horen wat God doet in haar leven.
Muziek
Ook de liederen die we samen zingen, getuigen van vertrouwen. Er zijn mooie voor mij onbekende liederen bij van o.a. ds. Troost. De Amersfoortse vrouwen zingen voor. Frans van Egmond is in zijn element voor zo’n groot koor. Of zijn we geen koor? We krijgen technische aanwijzingen, een lied moet nog eens en anders gezongen worden. We krijgen zelfs een begin van zangles: op allerlei klanken zingen zodat het tongentaal begint te lijken, en zingen met het opheffen van handen. Maar we doen allemaal mee.
Vertrouwen.
Stand
In de pauze bied ik proefabonnementen op Opbouw aan. De overgrote meerderheid heeft Opbouw al. „Leest u het ook?”, vraag ik langs de neus weg. „Nee, het is me te zwaar”, hoor ik een paar keer. Het zijn wel mensen die Opbouw al een tijdlang niet meer lezen. Is er misschien iets veranderd de laatste tijd? Er zijn vrouwen die Opbouw sparen voor in de vakantie, een ander leest het op de wc. „Mijn man begint altijd voorin en ik achterin”, vertelt iemand. Als we iets leuks tegenkomen voor de ander zeggen we ’dit moet je lezen’. Ik ken een aanwezige die nog geen jaar christen is. „Je hoort nu bij onze kerken, wil je Opbouw eens lezen?”, vraag ik. Ze heeft al een abonnement! „Ik heb er heel veel aan. Ik spel het. Opbouw en Visie.” Ik ben heel erg verrast. We spreken af er eens voor te gaan zitten, wat haar aanspreekt en waarom. Zo veranderen we van rol. Zij prijst Opbouw aan aan mij. Loslaten.