De schriftlezing in onze gezinnen

1998-11-13
  • Jaargang 42
  • nummer 23
Kent u dat oude versje, dat de Bijbel laat zeggen: Hoe meer je in mij leest, hoe meer je in mij vindt.
Hoe meer je in mij zoekt, hoe meer je mij bemint. Dat zei de dichter van Psalm 119 nog veel krachtiger. „Uw Woord is me meer waard dan duizenden gouden en zilveren munten. Dàt is de Waarheid! Dàt geeft licht! Dàt maakt wijs! Dàt houdt eeuwig stand! Dàt maakt je gelukkig! Dàt is zoeter dan honing.” Ja, die langste psalm vormt één loflied op Gods Woord.
Wat hebben we dan een schat in handen als we die Bijbel voor ons neerleggen.
En als we hem dan openen en lezen, dan horen we de stem van God de Heilige Geest. En daardoor die van God Almachtig en zijn Zoon Jezus Christus. Ja, die klinkt dan in ons eigen huis en in onze eigen moedertaal. Ja zelfs in onze hedendaagse omgangstaal kunnen we horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wat een genade!

Wordt de Schrift in onze gezinnen nog regelmatig gelezen?
Maar komt de Bijbel bij ons nu ook dagelijks op tafel? Kraamverzorgsters – dus meisjes die meer achter gezinscoulissen kunnen kijken dan dominees of ouderlingen – vertelden mij al jaren geleden dat het bijbellezen na de maaltijd ook in de gereformeerde gezindte op zijn retour is. In steeds meer gezinnen beperkt men zich tot een kort, stil gebed. „Sst, bidden, het journaal begint!” Vandaar mijn vraag: Komt de Bijbel bij òns nog dagelijks op tafel?” Weet u wel wat u doet als u dagen zonder bijbellezen leeft? Dan loopt u in het aardedonker zonder lamp. „Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”, zingen we met Psalm 119. Wie de Bijbel dicht laat, zegt dus feitelijk: Doe dat licht eens uit, ik zie liever niets. Zo was het al in Jezus’ dagen en zo is het nog: „Het licht is in de wereld gekomen en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht”, Joh. 3:19. Ja, de Bijbel dicht laten is levensgevaarlijk. Want wat je niet weet, kun je ook niet geloven. En zonder je geloof kun je God niet behagen”. Waarom gingen de Israëlitische kerk vroeger en veel christelijke kerken nu te gronde?
Dat zei de HERE door Hosea kort en krachtig zó: „Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”. Ze laten Gods Bijbel dicht.

Hoe lezen we de Schrift?
Maar ik neem aan dat hij in de meeste van onze gezinnen nog dagelijks op tafel komt. En hoe lezen we hem dan? Mag ik u daarover een paar vragen stellen en suggesties doen?
Lezen vader of moeder voor uit één Bijbel? Waarom geeft u elk kind dat lezen kan geen eigen Bijbel voor zich? Laat ze om de beurt een stukje lezen, dat houdt de aandacht er beter bij. En geven vader of moeder zo onder het lezen door af en toe eens een korte, een eenvoudige toelichting? Of is het alleen: Bijbel open, Bijbel lezen, Bijbel dicht. Mogen kinderen de lezing als ze willen onderbreken voor een vraag: „Pappa, wat betekent dat?” Die vraag lezen we al bij Mozes en Jozua. „U moet de geboden die ik u vandaag geef”, zei Mozes, „voortdurend in gedachten houden. U moet ze uw kinderen inprenten en er over praten als u thuis bent of buiten loopt. Ja, ook tijdens het opstaan en het naar bed gaan”, Deut. 6:6v. Wanneer kun je beter over de HERE en Zijn Woord spreken dan wanneer het open voor ons ligt? Of schamen we ons daarvoor? Maar de dienst van God is toch óók door en door nuchter? En daar kun je als gezin toch ook nuchter en zakelijk over spreken? Op een heel eenvoudige wijze? Het kan de Schriftlezing ook profijtelijker maken als we daarbij dingen die ons troffen onderstrepen. Waarom zouden we bij onze gezinsbijbel niet wat potloden bewaren, of viltstiften? Je kunt b.v. nadat je in een preek hoorde dat de brief aan de Filippenzen de bijnaam heeft van de blijdschapsbrief, omdat daarin de woorden blijdschap en verblijden zo vaak voorkomen, die eens allemaal onderstrepen. Dan zie je het voortaan als je hem nog eens opslaat met één oogopslag: O ja, de blijdschapsbrief!
Zo leer je al makkelijker de weg te vinden in je eigen Bijbel. ’t Is daarom natuurlijk handig geen al te klein exemplaar aan te schaffen en geen dundrukeditie te gebruiken voor je persoonlijke en gezinsgebruik. En waarom zou u in de kantlijn niet eens de datum noteren waarop dat dáár onderstreepte Schriftwoord u bijzonder vertroostte? Of vermaande!

Hoe vaak lezen we de Schrift?
Een volgende vraag. Hoe vaak lezen we samen of alleen de Bijbel? Zou dat in de meerderheid van onze gezinnen nog twee keer per dag zijn? Of gebeurt het bij de meesten nog maar één maal?
„Weet u, we moeten ’s morgens al vroeg de deur uit en tussen de middag komen de kinderen niet thuis.” Is dat nu heus een onvermijdelijke ontwikkeling of zou de auteur van de brief aan de Hebreeën ook ons verwijten dat „gij traag zijt geworden in het horen”? Hebr. 5:11. Is het nu heus onmogelijk dat vader of moeder hun kinderen voordat zij naar school fietsen een gedeelte uit de Heilige Schrift voorlezen? Ik denk aan dat oude rijmpje: „Ga nooit uit uwen woning zonder een Woord van uwen Koning!” Waar een wil is, is een weg. Zet de wekker voortaan vijf of tien minuten vroeger. Dan wint u zeker 300x 5 minuten ofwel 25 uur bijbellezen per jaar.
Lees b.v. ’s morgens vroeg het boek Spreuken. Lees er vijf of zes en herhaal die twee of drie keer. Lees ze vooral langzaam en eerbiedig. En als het uit is, begin dan nog eens opnieuw. Dan ga je de onderstreepte woorden herkennen en sommige vanzelf van buiten kennen. Is dat in opgroeiende gezinnen nu heus niet af te spreken? „Jongens, voortaan vijf minuten eerder beneden!
We gaan ook ’s morgens in de Bijbel lezen.” En dan ’s avonds, na de avondmaaltijd, is er dan nog gelegenheid voor Schriftlezing? Of stuift het gezin daarna meteen uiteen? Dat kan om allerlei redenen nodig zijn. Maar heeft men in gezinnen met opgroeiende kinderen wel eens overwogen later op de avond op een afgesproken tijdstip bijeen te komen voor de gezamenlijke Schriftlezing? De stilte van de late avond kan daarvoor heel geschikt zijn. Het kan een verheffend slot van de dag vormen. Het kan uw avondgebed vergemakkelijken.
Wanneer u zich daarin aansluit aan wat u zo-even las, voorkomt u ook dat u in sleurgebeden vervalt.
Dit is het eerste gedeelte van een artikel, dat ds. F. van Deursen uit Barneveld schreef in de: ’KERKBODE van Nederlands Gereformeerde Kerken’. Mijn collega stipt hierin op een eenvoudige, maar boeiende manier belangwekkende zaken aan betreffende de plaats, die de Bijbel moet hebben in ons persoonlijk leven en in onze gezinnen. Ik heb eigenlijk aan zijn woorden niets toe te voegen. Men overwege de inspirerende opmerkingen van Van Deursen en doe er zijn winst mee!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief