Geen geborgenheid zonder gerechtigheid
1998-11-27
Veel organisaties, verenigingen en clubs hebben er een klaarliggen: een procedurebeschrijving of draaiboek dat uit de kast kan worden gehaald bij (vermeend) sexueel misbruik van mensen. Daarin staat bijvoorbeeld hoe met mogelijke slachtoffers kan worden omgegaan en hoe zij op integere en eerlijke wijze kunnen worden benaderd of opgespoord. Men is door schade wijs geworden, omdat bijvoorbeeld een onherstelbaar hoge prijs is betaald voor ondeskundig optreden. Overigens vaak met de beste bedoelingen.- Jaargang 42
- nummer 24
Veel kerkelijke gemeente zijn in dit opzichten nog niet wijs geworden, zo leert navraag. Maar heel weinig gemeenten binnen ons kerkverband hebben nagedacht over hun optreden bij (geruchten van) sexueel misbruik.
Dat is op zijn minst vreemd te noemen. Sexueel misbruik van zowel kinderen, vrouwen en mannen komt in alle geledingen van onze maatschappij voor, onder alle gezindten. En de cijfers liegen er niet om. Recent onderzoek spreekt van twee op de tien volwassenen die in hun jeugd sexueel zijn misbruikt. Daarbij is opgemerkt dat er hoogstwaarschijnlijk slachtoffers zijn die niet met hun ervaringen naar buiten durven komen en dus (nog) niet zijn meegerekend. Er is geen enkele reden om niet aan te nemen dat een aantal van deze slachtoffers zich in de kerk bevindt.
Mantel der liefde
Waarom gaan gesprekken, beleidsmaatregelen hierover veel van onze gemeenten voorbij? Denken gemeenteleden dat deze problematiek hen niet overkomt? Dat is, zo moge duidelijk zijn, naïef en onrealistisch gedacht. Of bedient men zich – vaak met de beste bedoelingen – van de warme en veilige mantel der liefde, waaraan elastische kwaliteiten worden toegedicht?
Ook dat zou naïef en onrealistisch gedacht zijn. Omdat daarmee niets wordt opgelost. Er kan immers niet aan de oplossing van een probleem worden gewerkt, voordat het eerlijk onder ogen is gezien. Nadenken over hoe het beste kan worden omgegaan met slachtoffers van sexueel geweld is daarom heel belangrijk.
Ook als het probleem (nog) niet speelt (waarbij je je af kan vragen waarom het niet speelt: kan het zijn dat er hiervoor geen ruimte is?). Wordt een gemeentelid geconfronteerd met ervaringen van iemand, die sexueel misbruikt is, dan moet er een beleid zijn. Discussies over hoe op integere en eerlijke wijze omgegaan moet worden met weinig concrete ervaringen, moeilijk te verwoorden gevoelens, slachtoffers die anoniem willen blijven en natuurlijk met daders (tenslotte ook slachtoffers) kunnen dan te lang duren. Met alle soms onherstelbare gevolgen van dien.
Serieus nemen
Gemeentes moeten leren openstaan voor de problematiek van sexueel misbruikten (voor zover zij dat nog niet zijn). Gemeenteleden, en vooral ambtsdragers, moeten oog krijgen voor de signalen, hoe vaag en moeilijk herkenbaar die soms ook zijn. De problematiek serieus nemen.
De centrale vraag die elke gemeente stelt, die wordt geconfronteerd met (al dan niet bewezen) sexueel misbruik, zou vervolgens moeten zijn: is onze houding eerlijk en hebben wij het welzijn van de ander op het oog? Welzijn slaat daarbij op zowel dader als slachtoffer. Beiden hebben ten diepste – hoe pijnlijk en moeilijk dat ook is – baat bij openheid en gerechtigheid. Juist de kerkelijke gemeente is een plek waar mensen zich thuis moeten kunnen voelen. Geborgen. Daarbij hoort openheid en gerechtigheid, beoefend op integere en christelijke wijze, in groot en vast vertrouwen op Hem. Zonder gerechtigheid is die geborgenheid maar schijn.