Een voorlopig einde

1998-11-27
  • Jaargang 42
  • nummer 24
De Christelijke Gereformeerde Synode heeft gesproken. Meer dan 25 jaar gesprekken om tot kerkelijke eenheid met de Nederlands Gereformeerde Kerken te komen, zijn beëindigd.
Als voorzitter van de N.G. commissie die de gesprekken voerde, wil ik het verdriet en de pijn over dit besluit onder woorden brengen. Wij hebben deze gesprekken niet gevoerd als een hobby, waarin zich nu een tegenslag voordoet. We hebben de contacten en de geestelijke eenheid met onze C.G. zusterkerken integendeel ervaren als een geschenk van God en dat maakt de pijn uit die we nu voelen.

Meerdere C.G. synodes hebben keer op keer uitgesproken, dat het een roeping van God is om te zoeken naar eenheid met de NGK. Erkend werd, dat de NGK in alles willen staan op het fundament van Gods Woord en de gereformeerde belijdenis. Terecht werd ter synode gezegd: als je tegen deze achtergrond nu de contacten afbreekt, dan zul je minstens moeten zeggen (en aantonen!), dat deze kerken dat nu niet langer doen. Wie echter de uitspraak van de synode leest, zal daarvan weinig aantreffen. Wel is er steeds te lezen dat er onvoldoende basis is, weinig perspectieven, niet zinvol, uiterst moeilijk, en zo meer.
Maar is dat genoeg om zo’n ingrijpende stap te nemen? Nu wordt de suggestie gewekt, dat onze kerken, anders dan tien jaar geleden, niet langer gereformeerd zijn, terwijl de argumentatie daarvoor ontbreekt.
Inhoudelijk gingen de gesprekken decennia lang over het onderwerp van de toe-eigening des heils. Inderdaad: dat is wel erg lang. Toch was het voordeel ervan, dat het een onderwerp is dat het met de binnenkant van het geloof te maken heeft. Dat is waar het hart van de broeders lag. Het is dan ook te betreuren, dat dit gesprek nooit afgerond is met een antwoord op de vraag of de verschillen met ons nu accentverschillen zijn of een wezenlijk verschil in het licht van Schrift en belijdenis.
Ter synode heeft ds. J. Westerink, voorzitter van deputaten en preses van de synode, heel eerlijk gezegd dat het ontbreken van een antwoord aan de CGK ligt. Het gaat namelijk om verschillen die men binnen eigen kring net zo goed kent. En een uitspraak over de vraag of dit kerk scheidende factoren zijn, zou intern onoverkomelijke problemen opleveren. Dit is een eerlijk standpunt en het valt te respecteren. Maar in de officiële uitspraak lijkt het toch weer onze schuld. Er wordt geconstateerd, dat de verschillen over de toe-eigening „slechts in kort bestek besproken zijn aangezien een verder gesprek hierover niet goed mogelijk is gebleken” en daarom is er ’onvoldoende basis’ om hierover met ons verder te praten. Ik aarzel om het te zeggen, maar dit vind ik gewoon niet eerlijk.

Een riskant breekpunt
Intussen zijn de bezwaren nu verschoven naar kerkrechtelijke kwesties. Zulke bezwaren waren er altijd wel, maar daarbij heerste het besef: bij de NGK zijn de regeltjes niet zo fraai, maar bij ons is de praktijk niet zo fraai (tot en met over en weer gesloten kansels toe). Dat besef lijkt nu verdwenen.
De toelating van vrouwen tot het ambt van diaken wordt als een duidelijk breekpunt aangegeven. Ik heb daarvan in een eerste reactie gezegd: het is erg riskant om dit onderwerp als breekpunt te kiezen, want het moet nog blijken of de CGK erin slagen om dit onderwerp buiten de deur te houden.
Als dat hen niet lukt, komt het huidige besluit in een merkwaardig licht te staan. Ik geloof niet dat we in dit tijdsgewricht schotjes kunnen optrekken tussen de kerken om de vragen van vandaag tegen te houden.
Ik kan het niet anders zien, dan dat de CG synode dezer dagen met de rug naar de werkelijkheid is gaan staan.
Daarbij maak ik onderscheid tussen wat je met het blote oog kunt zien en wat je met het oog van ’t geloof kunt zien. Met het blote oog kun je zien, dat dit een tijd is waarin kerkelijke grenzen aan het wegvallen zijn. Mensen geloven er niet meer in en herkennen elkaar over grenzen heen. Je gaat met de rug naar de werkelijkheid staan als je vandaag nieuwe formele grenzen opwerpt.

Het oog van het geloof
Als ik met het oog van het geloof kijk, dan valt dit nog scherper te formuleren. Ik geloof dat we vandaag meemaken waar velen om gebeden hebben: „de Geest doorbreekt de grenzen, die door mensen zijn gemaakt”. Als dat waar is, dan gaat de synode ook met de rug naar het werk van God staan. Voor de goede orde: ik verdenk de broeders er niet van, dat ze dit bedoelen. Ik respecteer hun intenties, maar het resultaat kan er hetzelfde om zijn. Maar ook al deelt men mijn geloofsvisie niet, de waarneming met het blote oog is al voldoende om het risico van deze uitspraak te laten zien. Er wordt een kwalijke tendens mee bevorderd: synodes vergaderen en beperken, maar de gelovigen krijgen steeds meer het gevoel ’waar praten die mensen over?’. Ik juich die tendens niet toe, maar signaleer hem wel. Met name de besluitvorming over wat er moet gebeuren met de contacten op plaatselijk vlak, bergt dit risico in zich. Deze besluitvorming is nog niet voltooid nu ik dit schrijf, maar de voorstellen zijn om de bestaande contacten te accepteren en nieuwe contacten te verbieden. Wie zal zo’n besluit nu begrijpen op plaatsen waar het contact net aan het groeien is?
Voor ’t ogenblik lijkt me de belangrijkste vraag, wat een en ander voor gevolgen zal hebben voor al die kerken waar de contacten bestaan en groeien. Zal een en ander daar een terugslag voor betekenen? Ik hoop van harte, dat dit niet het geval zal zijn. In elk geval wil ik de kerken aan ònze kant vragen: probeer niet te reageren vanuit teleurstelling over wat de Synode zojuist gedaan heeft. Als u plaatselijk herkenning en erkenning over en weer hebt (hoe dat formeel ook heet), bedenk dan dat dáár het echte werk gedaan wordt. Uw CG broeders en zusters zijn de synode niet. Maar ik zou er wel bij zeggen: als de plaatselijke CG kerk aangeeft, terughoudend te willen
zijn om intern geen problemen te krijgen, gun hen daarvoor de ruimte zonder verwijt.

Daar zit iedereen mee
Zelf probeer ik echt om te begrijpen wat de broeders aan CG zijde drijft tot het huidige besluit. Voor zover ik het zie, heeft het te maken met een gevoel door alle kerken heen, dat er veel aan het schuiven en veranderen is. Zoals ik eerder schreef: het vanzelfsprekende van een gereformeerde wereld met z’n stelsel van opvattingen en gebruiken is aan het verdwijnen. Daar zitten wij mee, daar zitten zij mee, daar zit iedereen mee. Het verschil is alleen, dat de CGK menen, de herkomst van al die onduidelijkheid te kunnen traceren naar ons toe. Ik hoor dat in de bezorgde uitspraken, dat in samenwerkende kerken „steeds meer een Nederlands Gereformeerd denken veld wint”. Als je meent dat het zo werkt en je bent daar verontrust over, ja, dan kan ik me er iets bij voorstellen dat je die invloed wilt stoppen. Alleen deel ik die taxatie niet en geloof dus niet in deze remedie. We staan samen voor ingrijpende vragen rondom het gezag van de Schrift, de plaats van de vrouw in gemeente en samenleving en zo meer. Minstens zo belangrijk is, dat we samen aan het zoeken zijn wat het Woord van God in onze cultuur nog te zeggen heeft. Een onderdeel daarvan is de vraag, wat we wel of niet kunnen leren van de evangelische richting, die het belangrijkste aandeel heeft in de groei van Christus’ kerk op aarde.
Ieder kan toch zien, dat alle kerken daarmee bezig zijn? In dit verband zie ik wel wat in het voorstel dat afkomstig is van dr. H.G. Geertsema in onze Commissie voor Contact en Samenspreking en dat door de vrijgemaakte dr. A.N. Hendriks werd omhelsd. Namelijk om te komen tot een vorm van overleg, die niet primair gericht is op kerkelijk eenheid, maar op de vraag in hoeverre we elkaar vanuit de bestaande kerkverbanden kunnen helpen om antwoorden te vinden op de indringende vragen waar we als kerken voor staan. Zeker, het is pijnlijk dat het ideaal daarmee niet gehaald wordt. Maar het kon wel eens winst zijn, dat we dan minder over organisatorische en formele zaken spreken en meer over wat ons geestelijk verbindt.
Alles overziende moeten we als Nederlands Gereformeerden met spijt constateren, dat we in een kerkelijk isolement terechtgekomen zijn. De Christelijke Gereformeerden willen niet meer met ons praten en de Vrijgemaakten willen het nog niet. Dat is te zeggen: wederzijdse synodes willen dat niet. Ik kan en wil de pijn daarover niet ontkennen. Tegelijk geloof ik niet in de scheidsmuren. Niet in de oude muren en niet in deze nieuwe muur. Ik geloof er niet in, omdat het één brood is en wij, hoevelen ook, één lichaam zijn. Daar bedoel ik geen vaag geloof in een onzichtbare kerk mee, maar ik geloof er al niet in voor de zichtbare kerk. In het echt zijn we één, wat al te zien is met het blote oog en nog meer met het oog van het geloof. En ik bid of God ons daar meer oog voor wil geven, naar de naaste buren maar ook nog wel wat verder...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief