Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?

1998-11-27
  • Jaargang 42
  • nummer 24
„Wie is mijn moeder?” „Hoezo, mijn moeder?” Het zijn woorden van een drukbezette zoon die niet gestoord wil worden. Zijn moeder staat buiten. Zij maakt zich zorgen. Haar zoon raakt overspannen zo te zien.
Hij wordt belaagd door drommen mensen. Hij komt aan eten niet meer toe en maakt korte nachten. Hij is niet meer te bereiken voor zijn familie.
Zijn broers beginnen te geloven dat hij gek is. De moeder denkt daar anders over, maar ze vindt toch dat ze in moet grijpen. Ze wil haar zoon even spreken. Is dat te veel gevraagd? „Wie zijn mijn moeder en mijn broers? Al wie de wil van God doet, die is mijn broeder en zuster en moeder”, zegt de zoon tegen de mensen die hem komen roepen.

Harde woorden
Die moeder is een vrouw die dingen onthoudt en overdenkt. Het komt haar misschien bekend voor. Niet lang daarvoor zat ze samen met haar zoon op een bruiloft toen de wijn op was.
„Kun je niet wat doen?”, fluisterde ze haar zoon toe. „Vrouw, wat heb Ik met u van node?”, zei Hij toen. Waarom die harde reactie? Hij veranderde nota bene water in wijn, als gevolg van haar vraag. Toen Hij twaalf was begon het al. Zonder overleg bleef Hij achter in de tempel, midden in de chaos van het opbreken na het paasfeest. Zijn ouders waren ongetwijfeld radeloos van ongerustheid toen ze Hem vonden.
„Waarom doe je ons dit aan?”, riep de moeder. „Waarom zocht u Mij eigenlijk? Wist u niet dat Ik bezig moest zijn met de dingen van mijn Vader?”, reageerde de Zoon. Geen excuus, het lijkt meer een verwijt en dat van zo’n snotneus. Lucas haast zich erbij te vermelden: „Hij ging met hen (zijn ouders) terug en was hun onderdanig”.
Kent deze Zoon de tien geboden wel? Weet Hij wat ’Eert uw vader en uw moeder’ betekent?
Ja, dat wist Hij. Hij kende de wet van God van binnen uit, omdat Hij God zo goed kende. Hield Hij niet van zijn moeder? Dat deed Hij wel. Op het moment dat Hij stierf van verstikking en pijn zei Hij nog tegen zijn moeder en de vriend die Hij zeer liefhad: „Zorgen jullie voor elkaar.” Was er dan iets mis met die moeder?
Ik denk het niet. Ze was door God zelf uitgekozen om moeder van zijn Zoon te zijn. „Gezegende onder de vrouwen.” Ze heeft steeds geweten van de roeping van haar Zoon en ze geloofde er in. Ze is bij Hem gebleven toen Hij stierf op een manier die niet om aan te zien is, zeker niet voor een moeder. Er ging een zwaard door haar hart maar ze kroop niet weg in haar pijn, ze bleef dicht bij haar kind zolang het kon. Waarom dan toch deze harde woorden?

God de Vader eerst
We weten weinig van Jezus’ leven voor zijn dertigste jaar. Maar we mogen aannemen dat Maria een van de weinigen, misschien zelfs de enige was die wist wat Jezus’ rol in deze wereld zou zijn. Jozef is op de een of andere manier al snel naar de achtergrond verdwenen. Was hij veel ouder en stierf hij voor Jezus’ publieke optreden, zoals de oude traditie zegt? We weten het niet. We mogen aannemen dat er een nauwe band was tussen Jezus en zijn moeder en dat ze alle twee hun leven in dienst van God stelden.
Op een gegeven moment werd Jezus volwassen en trok zich terug om zich te bezinnen op zijn taak. Al gauw werd duidelijk dat Hij razend populair zou worden, dat men van alles van Hem zou verwachten, maar dat wat Hij werkelijk kwam doen (lijden en sterven voor de zonden van allen) onverteerbaar zou zijn. Iemand die zieken kan genezen, brood kan vermenigvuldigen, water in wijn veranderen, kan zo iemand niet een minder gewelddadige manier vinden om het probleem van de mensen op te lossen?
Ongetwijfeld is Maria sterk betrokken geweest en heeft ze haar zorgen gehad. Jezus wilde er op dat moment niet eens over praten. Misschien stond ze Hem te na. Ze mocht er nu niet tussenkomen. God de Vader eerst. Jezus deed wat Hij de Vader zag doen. Dat vergt een bepaalde manier van kijken en een absoluut geconcentreerd zijn op de Vader. Petrus wordt satan genoemd als hij hardop laat merken dat hij zich niet voor kan stellen dat de Messias moet lijden (Mat. 16:23). Kon Jezus het juist van hen, die Hem het naast waren, niet hebben dat ze vraagtekens plaatsten?

Eert uw vader en uw moeder
Ouders, ze bedoelen het vaak zo goed. Ze kunnen ons ook zo grandioos in de weg zitten. Wat leren we hier van Jezus? Voor het gebod ’Eert uw vader en uw moeder’” staat het gebod ’Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben’. Er is maar één God, er is maar één hemelse Vader, er is er maar Eén die mijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid kan vragen en Eén die mij door en door kent, beter dan ik mijzelf ken.
Natuurlijk hebben we elkaar nodig, met raad en daad. Natuurlijk moeten we adviezen serieus nemen, maar de ouder-kindrelatie ligt zo ingewikkeld. Ouders zijn zo verweven geweest met het kind dat verzorgd en opgevoed moest worden, dat ze het moeilijk kunnen zien dat dat kind zelfstandig en verstandig is geworden en zijn eigen keuzes moet maken. Ze kunnen het misschien niet eens aanzien. Het doet zeer als je opeens van de eerste plaats gedrongen wordt, als jouw kusjes niet meer genezen en als wat jij zegt niet meer het beste is voor je kind. Als je kind in de ogen van een andere vrouw of man naar liefde zoekt en een beetje kriegel wordt van jouw bezorgdheid en goede raad. Als je kind misschien niet de hulp vindt die bij hem of haar past, is het nog moeilijker om moederrol of vaderrol op te geven. Wie moet er anders voor je kind zorgen? En dan als kind: je wilt je ouders geen zeer doen. Ze hebben toch veel voor je gedaan, ze bedoelen het immers goed. Waarom ben je zo overgevoelig, waarom raakt een opmerking of verwijt van hen je zo? Waarom vlieg je naar ze toe als ze dat willen, of waarom wordt je soms zo onredelijk boos?
Waarom zo heftig allemaal? Loslaten doet zeer blijkbaar.
Er moet iets doorgesneden worden.
Vaak kan dat niet zonder pijn en ergens een conflict. Als we de pijn voor onszelf en voor onze ouders proberen te vermijden, kan dat ons en onze ouders veel gaan kosten. We kunnen er zelfs onze roeping door mislopen en ons schuldig maken aan afgoderij, omdat mensen de plaats in ons leven innemen die alleen God toekomt.
Ik zeg het met opzet zo scherp.
Juist wij, christenen, verdragen het niet als we conflicten met onze ouders hebben, het lijkt wel een conflict met God zelf. Kijk, daar komt de afgoderij al meteen om de hoek. Voor het kind lijkt God immers op vader of moeder.
De volwassene leert dat vader en moeder beeld van God zijn, meer of minder goed gelijkend.
Betekent dit dat we onverschillig moeten worden naar onze ouders toe als ze ons voor de voeten lopen in onze (geestelijke) ontwikkeling? Nee, ik denk dat we hen er uiteindelijk mee dienen en eren als we ons door hen niet in de weg laten staan. Ik ben zelf moeder en moet er niet aan denken dat ik mijn kinderen beknot of zelfs een stukje zicht op God ontneem. Toch is het zeer waarschijnlijk dat ik dat ergens wel doe. Ik bid dat ze van God de kracht krijgen om te zien waar ik me vergis en me tegen te spreken.
Ik wil immers hun heelheid en heil, hier en tot in eeuwigheid! Ik bid dat ik de wijsheid krijg te zien waar ik moet spreken en waar ik moet zwijgen, ook als mijn kinderen voor mij onbegrijpelijke en verkeerde keuzes maken. En ik oefen alvast op mijn eigen ouders. Eerst het Koninkrijk zoeken. „Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.” De liefde van het Koninkrijk is griezelig radicaal.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief