Vuur en vlam
1998-12-11
Dinsdag 24 november vond de aanbieding plaats van het tweede deel van Vuur en Vlam, over de organisatie van het vrijgemaakte leven. Gereformeerde historici beschrijven de vrijgemaakte organisaties op grond van het bronnenmateriaal, dat hen ter beschikking stond. Het eerste deel hield een belofte in, en dat is in dit tweede deel helemaal waargemaakt.- Jaargang 42
- nummer 25
Schokkend en schrijnend
In dit deel wordt de geschiedenis beschreven van het GPV, het GMV, de Gereformeerde Omroepvereniging en het Gereformeerd Gezinsblad (nu Nederlands Dagblad). Boeiende lectuur voor wie in die tijd is opgegroeid en de ontwikkeling van de gereformeerde organisaties van nabij heeft meegemaakt. Maar ook schokkend en schrijnend. Ik heb dit stuk vrijgemaakte geschiedenis, net als in deel 1, met gemengde gevoelens gelezen.
Enerzijds blij om wat er boven tafel is gehaald, anderzijds ook met pijn in mijn hart. Wat kunnen broeders (ja zij!) elkaar het leven zuur maken en dat alles in de naam van God.
Ik vind het nog steeds een dappere poging van deze vooral jongere vrijgemaakten om zo naar de eigen geschiedenis te kijken. Maar, al lezend, is mijn liefde voor de kerk en haar organisaties is er niet groter op geworden. Tenminste de kerk en haar organisaties, zoals de leiders die gemaakt hebben. Terecht merkte bij de aanbieding van het boek één van de sprekers op, dat het gewone kerkvolk, helaas buiten beschouwing is gebleven. En bij die hele gewone mensen daar was de kerk. God zij dank.
Antithese
De rode draad, die door al de artikelen heenloopt, is de tegenstelling binnen de vrijgemaakte wereld tussen de fundamentalisten en de realisten. Binnen het GPV bijvoorbeeld vormen deze fundamentalisten de kerkelijke lijn.
Niet in één kerk, dan ook niet in één organisatie, zo vat ik het ethisch conflict voor het gemak maar even samen. Kerk en organisatie hebben exact hetzelfde fundament, Schrift en belijdenis, en het GPV is in de politiek dus het verlengstuk van de kerk. Een politiek program buiten de Schrift en de belijdenis is daarom niet nodig, ja zelfs gevaarlijk. En samenwerking met andere christelijke organisaties is uit de boze. Tussen de vrijgemaakten en m.n. de ”synodalen” bestaat een antithese. En dat gaat heel diep.
De realisten zien dat een politieke partij een program nodig heeft en dat samenwerking met anderen soms nodig en onvermijdelijk is. Zij zijn pragmatischer van opvatting en kijken ook naar de getallen. Waar je niet op eigen kracht een zetel kunt behalen, is een verbinding met een andere lijst te verdedigen. Die twee stromingen hebben het elkaar niet gemakkelijk gemaakt. Het ging er soms heet aan toe.
Tenslotte heeft de politieke lijn het gewonnen van de kerkelijke lijn, en zie je dat er openingen komen in het vrijgemaakte front.
Beweging in het front
De antithese verdwijnt langzaam maar zeker. Als belangrijkste oorzaak wordt daarvoor aangegeven de verwijdering die er geestelijk plaats vindt ten opzichte van de gereformeerde kerk (synodaal). M.i. speelt echter nog een andere ontwikkeling een rol. Ook de vrijgemaakte kerken krijgen te maken met de secularisatie, alle eigen organisaties, scholen en gereformeerde opvoeding ten spijt.
In vroegere jaren werd er streng geoordeeld over gemengde verkeringen en huwelijken. Werd zelfs de tucht toegepast. En het oordeel van de kerk woog zwaar. Maar de wereld rukt op, jongeren worden zich op allerlei manieren bewust van de cultuur om zich heen. O.a door de massamedia. En de kerk, die zolang alleen naar binnen heeft gekeken, heeft geen antwoord op deze ontwikkeling. Kinderen, uit goed gereformeerde gezinnen, keren de kerk de rug toe, en de kerk heeft er geen antwoord op.
En plotseling schrikt men wakker. Het water van de secularisatie staat al in het voorportaal, en dan ziet men pas dat de buren (van een andere kerk) met dezelfde problemen geconfronteerd worden en eindelijk gaan de deuren open en besluiten ze er samen iets aan te doen.
Top en basis
Nog één punt. Lange tijd heeft in de kerk en in de kerkelijke organisaties de leiding het voor het zeggen gehad.
De kerkelijke leiders hebben de lijnen uitgezet en het front bepaald. Maar het is aan de basis van de kerk, waar het front scheuren is gaan vertonen, waar de grenzen zijn gaan verschuiven. Waar een beweging op gang is gekomen. Datzelfde zie ik nu ook gebeuren i.v.m. de eenwording van de kerken. Die zou weleens heel anders kunnen gaan verlopen dan synodes willen. Aan de basis van de kerk vind je een levend geloof. De gewone mensen die over de grenzen heenkijken omdat zij met het echte front te maken krijgen tot in hun eigen gezinnen toe. In de kerken is een ontwikkeling gaande, een beweging, die een geheel eigen gang gaat. Een beweging van de Geest. Er is sprake van wederzijdse erkenning en samenwerking in allerlei verbanden, die weleens sterker zal kunnen zijn dan al die kerkelijke grenzen.
De kerkelijke top is vaak te ver verwijderd van de basis, zoals de geschiedenis van de vrijgemaakte wereld heeft aangetoond. Een ontwikkeling, waarin men openstaat naar de cultuur toe, zonder zich aan de cultuur te verliezen, blijkt niet tegen te houden. Geen isolement, maar openheid naar anderen toe om gezamenlijk te zoeken naar antwoorden op de cultuur van onze dagen. Dat is de les die ik voor me zelf trek uit dit opzienbarende boek.
N.a.v. R. Kuiper e.a. Vuur en vlam, deel 2. De organisatie van het vrijgemaaktgereformeerde leven 1944-1994. Uitg. Buijten & Schipperheijn, ƒ 49,90.