Het bedrog achter de kleine kroniek van Anna Magdalena Bach
2000-04-14
Het was een verrassing een portret van Bach op de voorpagina van Opbouw no 6 te zien. Al vanaf mijn jeugd heb ik grote bewondering voor deze componist, en dus ook belangstelling voor alle achtergronden.- Jaargang 44
- nummer 8
Als curiositeit heb ik daarbij ook de Kleine kroniek van A.M Bach in mijn kast staan, een ca 60 jaar oude uitgave ooit op een boekenmarkt gekocht.
Kennelijk is het Bachjaar 2000 opnieuw aanleiding geweest voor een heruitgave maar gezien het artikel op blz 122 van Opbouw gaat het bedrog van dit boekje nog steeds ongemerkt door.
Het vervelende is namelijk dat de Kroniek bewust de indruk wil geven door de tweede vrouw van J.S. Bach geschreven te zijn. Er is dan ook geen auteur vermeld, kennelijk ook in deze nieuwe uitgave niet.
Het betreft hier echter helemaal geen door A.M. Bach geschreven boek, maar een "verzonnen" verhaal door Esther Meynell. Het boek is in 1931 voor het eerst in Leipzig uitgegeven en daarna zijn miljoenen exemplaren in een stuk of twintig talen verkocht.
Zeer misleidend omdatkennelijk ook nu weer een valse indruk wordt gewekt. Hans Brandts Buys in zijn standaardwerk over Bach zegt hierover: "Gaf het boek nu nog maar een voorstelling van zaken die enigermate met de werkelijkheid overeen kwam, soit, onder het motto het doel heiligt de middelen zou men een kundig bedrog kunnen laten passeren.
Maar de voorstelling van zaken in deze kroniek is dermate naast de mogelijkheden, zo wee en sentimenteel, dat de termen misleiding en giflectuur nog bijna te zacht zijn om er het geschrijf mee aan te duiden. De schrijfster Esther Meynell heeft met deze publicatie een misdaad begaan, die niet is te vergeven, zelfs niet wanneer zij het met haar boek verdiende fortuin in een volledige Urtext uitgave van Bachs werken zou steken". De opmerking van Chris de Jong in zijn artikel, vierde kolom: "Bij het lezen van zulke passages twijfel je soms of je in een wat mindere streekroman bent beland, of dat de schrijfster haar gevoel voor proportie is kwijtgeraakt" is dus zo gek nog niet. Het boek is inderdaad niet meer dan dat. Het enige verweer waarachter Esther Meynell zich in mijn oude uitgave zou kunnen verschuilen zijn de zeer kleine lettertjes die op de eerste pagina onder de titel staan: "Wahrheit und Dichtung".
Het lijkt me goed de lezers van Opbouw hierover te informeren en aan te raden in dit Bachjaar een ‘echt’ boek over de componist te kopen.
Met vriendelijke groet, P.N. Houtman, Maassluis.
Naschrift
We leven in een tijd van demasqué, zo blijkt weer eens. De heiligen zijn geen heiligen meer en we lijken steeds weer op onszelf teruggeworpen voor helden en idealen. Dit boek, uit de tijd dat Bach’s muziek breedromantisch uitgesponnen werd, geeft geen authentiek geluid weer; het zegt meer over die tijd dan over Bach zelf. Er lijkt een aardige parallel te trekken tussen de verandering in opvatting over de uitvoeringspraktijk van de muziek en de manier waarop het beeld van de persoon erachter wordt ontdaan van de franje.
Voor de romantische uitvoering van de Matthäuspassion door Mengelberg kwam de strenge van Harnoncourt in de plaats, en voor dit boek vele andere, waarvoor een simpele gang naar de boekhandel volstaat. Het had de uitgever gesierd als hij zijn vergissing had toegegeven, maar bij onze confrontatie bleek de teleurstelling blijkbaar te groot en kregen wij het verwijt van ongenuanceerdheid.
De waarheid is soberder en strenger dan we soms zouden willen.
Ook Harnoncourt kreeg de nodige kritiek te verwerken toen zijn ‘Matthäus’ uitkwam.
Chris de Jong