Elke christen is warmhartig
2010-01-08
Dat lijkt me een aardige binnenkomer in 2010: ‘Elke christen is warmhartig’. Ik kwam het tegen als opschrift boven een artikel in De Waarheidsvriend (19 november). Naar aanleiding van het onlangs verschenen boek Dienen en delen, over het diaconaat van de kerk, voerde Tineke van der Waal een gesprek met ds. G.C. Vreugdenhil (hervormd) en ds. M.W. Vrijhof (CG, maar ook een beetje NG). Het artikel verscheen in diezelfde week ook in De Wekker.- Jaargang 54
- nummer 1
Ik kies een aantal uitspraken die het waard zijn om verder over door te denken:
Voor de predikanten Vreugdenhil en Vrijhof hoort diaconaat bij het wezen van de gemeente. ‘Het is niet een taartpunt, maar zuurdeeg’, zegt ds. Vrijhof. ‘Jezus was Zelf de dienaar bij uitstek, die Zich de nood van de mensen aantrok. De gemeente hoort dat ook te doen.’ Ds. Vreugdenhil, die een kleine tien jaar als predikant in Zuid-Amerika werkte: ‘In Chili bestaat een liedje dat me altijd weer raakt: ‘Here Jezus, leer mij kijken met Uw ogen, voelen met Uw hart.’ Als je de Here leert kennen, leer je Zijn bewogenheid en barmhartigheid. Het geloof maakt elke christen warmhartig.’ ()
Al zien ze de noodzaak van aangestelde diakenen, toch vragen de twee predikanten zich af of het neerleggen van de diaconale taak bij de diakenen deze niet tegelijk uit het hart van de gemeente weghaalt. Ds. Vreugdenhil: ‘In de Schrift is diaconia een breed begrip. Het heeft te maken met concrete zorg - het dienen aan de tafel, inzamelen van geld voor anderen - maar ook met de verkondiging. Bij de verkiezing van de diakenen in Handelingen 6 gaat het ook over het gebed en de bediening van het Woord. Dat is dus een veel bredere definitie dan wij in onze gemeenten kennen. Wij beperken diaconaat tot praktisch dienstbetoon, verbonden met financiële vragen.’
Ds. Vrijhof: ‘Vanuit de praktijk zou ik zeggen dat de ouderling er voor hart en hoofd is en de diaken voor hart en handen. Bij beiden gaat het om het hart, om het geloof. De ouderling is meer gericht op wat we belijden en hoe dat in de eredienst vorm krijgt, de diaken op de vraag hoe we dat handen en voeten geven.’
Ds. Vreugdenhil: ‘Volgens Efeze 4 hebben de ambtsdragers - dus ook de diaken - de taak de heiligen toe te rusten tot het werk van de bediening. In onze kerkelijke praktijk wordt dat toerusten niet of nauwelijks ingevuld. () Als diakenen zoeken we vaak doeners, maar we mogen het geestelijke niet buiten spel zetten. ()’
Ds. Vrijhof: ‘Ze hebben een meer omvattende taak dan ouderlingen.’ Ds. Vreugdenhil: ‘Financiële problemen zijn nooit oorzaak, maar gevolg. Daar moet een diaken ook oog voor hebben, de geestelijke dimensie hoort erbij. Vandaar dat de diakenen die in Handelingen 6 worden aangesteld vol moeten zijn van de Heilige Geest. We zijn de handen van God. Daarom horen voedsel geven en met mensen bidden bij elkaar.’
Ds. Vrijhof: ‘Dat betekent niet dat je bij de voedselbank moet evangeliseren. Nee, je moet in staat zijn om als mensen je een vraag stellen iets te zeggen: vooral troostrijke redenen, bemoedigende woorden.’ ()
Ds. Vrijhof: ‘Ik heb de gewoonte om aan het eind van de zondagmiddagdienst te zeggen: ‘De diensten van vandaag zijn voorbij, maar de dienst in de samenleving gaat beginnen.’ Dat is wat we op maandag gaan doen, met de zegen die we op zondag meekrijgen. De grondhouding is dat de christelijke gemeente dienstbaar wil zijn aan het Koninkrijk van God. Van die opdracht moet je je telkens weer bewust worden. Dat is ook de zin van de prediking.’
Ds. Vreugdenhil: ‘Het is de redelijke, logische godsdienst van Romeinen 12. Als de Here God Zijn eigen Zoon geeft, dan kan ik mijn beschikbaarheid toch geen offer noemen?’
Ds. Vrijhof: ‘Dat krijgt in de prediking een plaats, maar diakenen moeten wijzen op concrete mogelijkheden. Waar kunnen we wat doen met de gave die we ontvingen? In mijn gemeente is de kerkenraad geen verzorgende kerkenraad meer, zoals vroeger wel het geval was, maar toerustend. Heel ons kringenwerk is gebaseerd op de gedachte dat elk gemeentelid gaven heeft gekregen. In onze gemeente met ongeveer 800 leden hebben we 35 kringen: buurtkringen en interessekringen. Een kring voor doeners, voor kunstliefhebbers, voor ondernemers. Elke kring heeft onderlinge zorgplicht, voor het geestelijke en maatschappelijke leven. Het accent verschuift daardoor gedeeltelijk van de zondag naar de week, maar we moeten ook niet in de zondag blijven hangen, het geloof wil in het dagelijks leven vorm en inhoud krijgen. ()
Ik heb niet het gevoel dat meer aandacht voor de christelijke daad de prediking oppervlakkig maakt. Ik vind het juist veel spannender worden. Het concrete leven komt in beeld, en daarmee ook concrete zonden. Als we ons in het diaconaat meer gingen bezighouden met zorg voor Gods schepping - wat ik graag zou willen -, dan kom je aan onze levensstijl, bij de vraag of ik het leven leef zoals God dat wil.’
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.