De velden zijn wit om te oogsten (2)

2000-05-26
  • Jaargang 44
  • nummer 11
In het vorige artikel heb ik verteld over het tot geloof komen van een aantal Iraanse broeders en zusters.
Ditmaal leg ik u het formulier voor, zoals we dat hebben gebruikt in de diensten waarin zij hun geloof hebben beleden en gedoopt zijn (voor de mensen uit Iran was er een vertaling in hun eigen taal).
Ik kies de versie van eind januari, omdat die het eenvoudigst was.
Tussendoor hebben we nog een paar keer vaker gezongen; dat laat ik hier weg.
Ik verander de namen van de mensen om wie het gaat; niet omdat die namen op zichzelf zo vreselijk geheim zijn, maar omdat ik op dit moment niet kan overzien of vermelding ervan wellicht ooit negatieve gevolgen voor hen zou kunnen hebben. Ik noem ze voor deze gelegenheid Ali en Esther, en hun baby Hanan.

Onderwijzing
Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes, en vooral jullie, Ali en Esther, met je baby'tje Hanan,

Het is vandaag een bijzondere dag. Een dag waarop we allereerst en allermeest onze Here God willen loven en prijzen om de grootheid van Zijn genade; zoals we dat ook hebben gedaan in de preek en in ons lied. Wat is de Here goed en wat is Hij machtig!
Hij is het immers die mensen roept tot het geloof.
Zoals de Here Jezus heeft gezegd: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader die Mij gezonden heeft hem trekt"
(Johannes 6:44), zo heeft de Here nu ook Ali en Esther getrokken, ja, hen zó getrokken, dat zij niet anders konden dan tot Hem komen.
En nu heeft God in hun hart ook het verlangen gewerkt om de heilige Doop te ontvangen, na in het openbaar belijdenis te hebben afgelegd van hun geloof, dat wil zeggen: na voor vele getuigen te hebben uitgesproken dat zij hun heil niet in zichzelf willen zoeken, maar in Hém. Zo leert de Here het ons immers zelf in Zijn Woord: de kamerling uit Ethiopië werd door Filippus gedoopt nadat hij had beleden: "Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is" (Handelingen 8:37-38).
De Doop is geen uitvinding van mensen; onze Here Jezus Christus heeft zelf de Doop ingesteld; Hij heeft Zijn apostelen deze opdracht gegeven: "Gaat dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb" (Matteüs 28:19).
De Doop leert ons drie dingen: 1. In de Doop wordt duidelijk dat wij onszelf niet kunnen verlossen.
Gedoopt worden betekent: sterven met de Here Jezus. Zo zegt de apostel Paulus het immers: "Wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, zijn met Hem één geworden in Zijn dood", en: "Dit weten wij, dat onze oude mens meegekruisigd is" (Romeinen 6:3,6).
2. De Doop is ook een teken en zegel van de afwassing van onze zonden en van de opstanding van de nieuwe mens.
Door het offer van de Here Jezus mag het voor ons vaststaan "dat wij wél dood zijn voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus". Wij mogen onszelf en elkaar zien "als mensen die dood zijn geweest, maar nu leven" (Romeinen 6:11,13).
Daarom worden wij ook gedoopt in de naam van God de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest.
* Door het teken van de Doop belooft God de Vader ons, dat Hij als een Vader voor ons, Zijn kinderen, zal zorgen.
* Door de Doop belooft God de Zoon, Jezus Christus, ons, dat Hij Zijn bloed ook voor ónze zonden heeft gegeven.
* En door de Doop belooft God de Heilige Geest ons, dat Hij in ons wil werken, om ons steeds vaster aan Christus te verbinden.
3. De Doop betekent tenslotte ook een opdracht aan ons om nu ook heel ons leven aan God te wijden, naar Zijn Woord te luisteren en aan Zijn hand te wandelen. "Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw leven, maar stelt u ten dienste van God"
(Romeinen 6:12,13).
Gedoopt zijn betekent niet: nooit meer zonde doen; de duivel, de wereld, en de zonde in onszelf blijven hier op aarde aan ons trekken.
Maar als we gezondigd hebben, mogen we altijd bij God terugkomen, en Hem om vergeving vragen; zoals de verloren zoon op weg ging van de varkens terug naar zijn vader. Want de Doop is Gods rotsvaste belofte dat Hij ons nooit los zal laten.
"Als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak (een grote Advocaat) bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige"
(1 Johannes 2:1).
Straks zullen Ali en Esther als volwassenen het teken en zegel van Gods verbond ontvangen, na belijdenis te hebben afgelegd van hun geloof. Ook Hanan zal de Doop ontvangen, als teken en zegel dat Gods beloften ook voor hen gelden. Zoals we dat ook telkens in de bijbel lezen: als het gezinshoofd tot geloof komt en zich laat dopen, dan worden ook de andere leden van het gezin gedoopt. En Ali en Esther, jullie zullen Hanan vertellen en haar ook laten zien, haar voorleven, wat het betekent om te horen bij deze grote God.

Gebed
Almachtige, eeuwige God, Wij loven en prijzen Uw grote Naam om de wonderdaden die U doet in mensenlevens. En wij danken U dat wij getuige mogen zijn van de grootheid van Uw genade.
Wij bidden U, met beroep op Uw liefde en zorg, dat U Ali en Esther en hun kindje Hanan door de Here Jezus Christus als Uw lieve kinderen zult aannemen.
Wij bidden U dat hun leven vast verbonden mag zijn met de Here Jezus.
En we bidden U dat de Heilige Geest hen altijd zal leiden en regeren.
Wilt U hen helpen om elke dag met U te leven.
Wilt U hen de kracht geven die ze nodig hebben om moeite en verdriet te dragen.
En wilt U hen op hun weg door dit leven zo bewaren en beschermen dat zij op Uw tijd het einddoel van het geloof bereiken.
Wij bidden U dit in de naam van onze Here Jezus Christus, en wij loven en prijzen U, onze God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Uw Naam zij lof, van nu aan tot in eeuwigheid!
Amen.

Belijdenis
Ali en Esther, Het is de wens van jullie hart om je leven voorgoed te verbinden aan God en aan de Here Jezus Christus. Jullie zullen dat doen door in het openbaar belijdenis af te leggen van jullie geloof, waarna jullie, samen met Hanan, de heilige Doop als teken en zegel van Gods trouw zult ontvangen.
Willen jullie opstaan en antwoord geven op de volgende vragen: 1. Geloven jullie het Evangelie van God, zoals dat in de bijbel, in het Oude en Nieuwe Testament, is geopenbaard, en zoals het in de 12 artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis wordt beleden, en door ons samen als gemeente van harte geloofd wordt?
Geloven jullie dat dat Evangelie echt de weg is naar het eeuwige heil dat God wil geven aan mensen?
En willen jullie van nu aan standvastig die weg gaan, geleid en vastgehouden door de genade van God?
2. Zijn jullie tot de overtuiging gekomen dat je jezelf niet kunt verlossen, maar dat Gód dat moet doen, en dat Hij dat ook wíl doen, door het verzoenend lijden en sterven van de Here Jezus? En willen jullie graag aan de Avondmaalstafel dat lijden en sterven van Christus gedenken en vieren als het hart van je geloof?
3. Zijn jullie van harte van plan om, door de kracht van de Heilige Geest, God de Here lief te hebben en Hem te dienen naar Zijn Woord, als trouwe leden van de gemeente van Christus te leven, en mee te helpen om die gemeente op te bouwen?
Willen jullie Gods Naam belijden in de wereld?
En willen jullie je ook van harte stellen onder het opzicht en de tucht van de kerk, naar het woord van de apostel: "Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen" (Hebreeën 13:17)?
4. Beloven jullie dat je Hanan, van wie jullie de vader en de moeder mogen zijn, zoveel mogelijk zult vertellen over de Here Jezus en over het Evangelie van de liefde die God ook voor háár heeft? En beloven jullie dat je aan Hanan in het leven van elke dag een voorbeeld zult geven van wat een leven als Christen is?
JA.

Doop
Ali en Esther gaan nu naar het doopvont, op het podium.
Geknield op de knielbank ontvangen zij de Heilige Doop.
(Zegen onder handoplegging:) "De almachtige, barmhartige God en Vader van onze Here Jezus Christus sterke jullie door Zijn Heilige Geest!"

(Persoonlijke bijbeltekst:) De apostel Paulus zegt: "Hiervan ben ik ten volle overtuigd, dat Hij die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus"
(Filippenzen 1:6).

Daarna houden zij Hanan ten Doop.
We zingen staande: Gezang 456:1,2 (gewijzigd)

1 Zegen hen, Algoede, neem hen in uw hoede en verhef uw aangezicht over hen en geef hen licht.

2 Stort, op onze bede, in hun hart uw vrede, en vervul hen met de kracht van uw Geest bij dag en nacht.

Ali, Esther en Hanan gaan weer zitten. Zij ontvangen de Doop-kaarten en een belijdenisgeschenk, hen aangeboden namens de gemeente.

Toespraak tot de gemeente
Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes, Het is vandaag een feestdag voor Ali en Esther, samen met hun kleine Hanan. Maar het is niet minder een feest voor ons allemaal.
Ali en Esther hebben Ja gezegd tegen de Here God. Zij hebben dat gedaan binnen de kring van onze gemeente. En daarmee hebben ze ook tegen óns Ja gezegd. En dan weten wij nu nog niet hoe lang zij nog hier in de polder in ons midden zullen zijn, maar in elk geval voor zolang als zij hier zijn mogen zij van ons verwachten dat wij, in woord en daad, tonen dat ook wij delen in hun blijdschap.
Ali en Esther hebben Ja gezegd. Laten wij datzelfde doen: Ja zeggen tegen God, en dan ook telkens opnieuw Ja zeggen tegen elkaar. Laten we dat doen door nu, staande, te zingen het derde vers van Gezang 456:3: 3 Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen Jezus Christus onze Heer, amen, God, uw naam ter eer!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief