Ex Libris

2000-05-26
  • Jaargang 44
  • nummer 11
Als je nou eens niet hoefde te slapen en nooit hoofdpijn kreeg, wat zou je dan veel kunnen lezen!
En er is zo veel dat het lezen waard is. Bij voorbeeld het boek dat ik al in Opbouw van 26 november heb aangekondigd: Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek. Het is de levensbeschrijving van Anton van Duinkerken, door Michel van der Plas.

Anton Van Duinkerken.
Hij was een grote, zware man met een stem als een klok, iemand die nooit onopgemerkt bleef, iemand die indruk maakte.
Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is de beloofde biografie dan klaar. Het boek is, net als de man was over wie het gaat: groot en zwaar. Een pil van 640 bladzijden.
Onwillekeurig dringt zich het woord bij me op waarmee ook Van Duinkerken te typeren is: indrukwekkend. Wat een werk moet dat zijn geweest, al die gegevens verzamelen, al die geschriften lezen, dan de dingen ordenen en tenslotte ze in een goed leesbare vorm op papier zetten.
En dan ook nog objectief blijven, niet in onderdanige bewondering vervallen en de wat minder mooie aspecten verdoezelen. Michel van der Plas heeft prima werk geleverd!

Brouwer
Ik kan er niet aan beginnen de inhoud van deze biografie kort weer te geven. Laat ik enkele van de voornaamste zaken vermelden. Zijn echte naam was Willem Johannes Maria Antonius Asselbergs. Hij werd op 2 januari 1903 geboren en zijn grootvader werd daarvan op de hoogte gebracht met de woorden: "Er is een nieuwe brouwer!" Maar, al heeft hij in zijn leven graag en overvloedig de produkten van de brouwerij gedronken, in het voetspoor van zijn vader en grootvader is Willem Asselbergs niet getreden. In meer opzichten was hij al vroeg anders dan men van zo'n jongen verwachtte; opvallend was zijn grote weetgierigheid.
Toen hij negen jaar was, gaf hij te kennen priester te willen worden en hij heeft ook jaren lang de daarvoor bestemde opleiding gevolgd. In die tijd werd lezen voor hem een hartstocht, vooral de letterkunde trok hem aan, hij begon op zijn twintigste te publiceren en uiteindelijk leidde dat ertoe dat hij van het priesterschap afzag en zijn taak in de journalistiek en letterkunde vond. Hij maakte zich naam, vooral in R.-
Katholieke kring, bestreed o.a. met grote felheid het Duitse fascisme en de navolgers daarvan in eigen land, verkreeg in 1937 het eredoctoraat van de Katholieke Universiteit in Leuven, werd bijzonder hoogleraar aan de universiteit in Leiden, in de oorlog verbleef hij zeven maanden als gijzelaar in Sint Michielsgestel.

Hoogleraar
Na de oorlog ontwikkelde hij een geweldige activiteit, werd een algemeen bekend schrijver en een gevierd spreker bij velerlei gelegenheden. Hij publiceerde o.a. een groot boek over de Nederlandse literatuur na 1885. In 1952 werd hij gewoon hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, hij bleef schrijven, was lid van allerlei commissies en besturen, vergaderde en reisde veel, ook voor spreekbeurten door heel ons land en daarbuiten.
Hij was een sympathiek mens, een opgewekte deelnemer aan het gezelschapsleven, hij hield van het leven, rookte graag een goede sigaar, genoot van een royale maaltijd, dronk met genoegen uit grote en kleine glazen (als er maar geen water in zat) en hij had graag mensen om zich heen.
Maar ook hij heeft zijn moeiten en verdriet gekend, in zijn gezin en in zijn eigen diepste zijn. ’In feite blijkt hij een melancholicus’, schrijft Van der Plas en hij citeert enkele dichtregels: ‘Het wezen der dingen is vlucht, Het wezen der ziel is verdriet’

Van Duinkerken heeft dat zelf ook onderkend: ‘Ik ben een verkapt melancholicus.
Waardoor? O, dat verzinken van alle gloed in as, dat je altijd meemaakt. Dat bij iedere wieg de verkapte doodskist staat.’ En dan was daar die telkens terugkerende ziekte van zijn vrouw, zware depressiviteit die steeds erger werd en die een druk op zijn leven legde. Begin 1965 kreeg hij zelf ook problemen met zijn gezondheid; augustus 1967 stierf zijn zoon, enkele maanden later overleed een broer, nauwelijks zestig, en dat alles leidde ertoe dat hij zelf ontredderd raakte.
Zijn colleges hadden hun glans al verloren, waren zelfs saai geworden, een spreekbeurt werd een afgang. Hij werd zich ervan bewust dat hij niet lang meer had te leven, maar hij aanvaardde dat moedig. Hij wist ook van een toekomst, zoals hij eerder had geschreven: ‘Wat de hemel belooft, kan de aarde niet geven, zodat wij onverzadigd zullen blijven tot het sterfuur, wanneer wij moe van verlangen en uitgeput van ontgoocheling, eindelijk mogen beginnen wat wij menen te eindigen: het werkelijke leven.’ Van der Plas vertelt: ‘Willem Asselberg, -Anton van Duinkerken, overleed op zaterdag 27 juli 1968.
Na een lang en moedig gedragen lijden. Hij gaf het over, dit bewogen, omstreden, dikwijls in eigen netten verstrikte, dit exuberante en melancholieke leven. Tot op het laatst had moed hem gedreven.’ Van Duinkerken was een gelovig christen, door en door Rooms-katholiek en hij kwam daar rond voor uit. Zo wees hij bij voorbeeld het vitalisme van Marsman af als een ‘dwaalleer’ en tijdens een bezoek aan Noorwegen reageerde hij met grote verontwaardiging toen iemand verkondigde dat de Here Jezus niet plaatsvervangend voor ons heeft geleden. Het deed me goed zo in de jonge Van Duinkerken een broeder in Christus te herkennen.
Door geweldig veel te lezen en dank zij een fenomenaal geheugen verzamelde Van Duinkerken een hoeveelheid kennis die anderen verbluft deed staan. Hij schreef ook veel en maakte zich zo al jong naam in de kring van Rooms-
Katholieken. De behoudenden zagen dat met een zekere argwaan aan, ze waren niet zo ingenomen met zijn tolerante houding tegenover moderne literatuur en lieten dat soms ook duidelijk blijken. Er werd trouwens in de bladen heel wat afgekibbeld en ik kan me voorstellen dat niet elke lezer daar interesse voor heeft. Je moet bovendien wel een beetje bekend zijn met de literaire stromingen van voor de oorlog om alles goed te kunnen volgen.
Dat is dan ook mijn voornaamste kritiek op dit boek: het is voor veel lezers te gedetailleerd en het zal daardoor niet steeds als boeiend worden ervaren. Maar daar staat ook veel tegenover. Wat een namen kom je niet allemaal tegen. En wat staat er veel in dat je wel even door zou willen geven. Tijdens het lezen krabbel ik vaak wat opmerkingen op een stuk papier dat tegelijk als bladwijzer dient. Laat ik daar eens wat uit pikken.

Opmerkingen
Oktober 1932 hield Titus Brandsma als rector magnificus een rede waarin hij sprak over ‘het verduisterd godsbeeld’ in die tijd.
En met instemming citeerde Van Duinkerken ‘dat de gelovigen zich veelal gedroegen alsof de Vader in de hemel gedelegeerd commissaris ware van de N.V. De Katholieke Kerk, die dividenden uitkeert in het hiernamaals’ en alsof er ‘gemarchandeerd zou kunnen worden met God of met afbetaling in gematigde deugd.’ Van der Plas heeft Van Duinkerken niet mooier afgeschilderd dan hij was. Dat blijkt bij voorbeeld uit de onverkwikkelijke ruzie met Den Doolaard. Zijn dominante optreden wekte bij sommigen irritatie, o.a. bij Godfried Bomans. En dat hij zijn inkomen aanvulde door reclame te maken voor de jenever van Bols, is ook niet iets om over te roemen. Hij schreef voor de firma een stuk of veertig limericks, elk met de titel ‘Toen reeds’.
Hoogstaande literatuur was het niet, maar vooruit, hier volgt een voorbeeld Joost van den Vondel, die den Gijsbrecht schreef En op de Bank van Lening als oud man verbleef, Is Neerlands grootste dichter, Maar hij kwam na den stichter Der Bolsfabriek, die toen reeds grote zaken dreef.

Maar in diezelfde tijd bestreed hij het Zwart Front van de fascist Arnold Meyer, viel de ‘Volkischer Beobachter’ aan en sprak van ’onverzoenbaarheid tussen de nazi-mythologie en de katholieke theologie’.
Hij was christen, een diep gelovig christen. Daarmee was niet in strijd dat hij als 25-jarige ‘Verdediging van het carnaval’ schreef, of dat hij later als professor na afloop van de colleges met zijn studenten graag in een cafe een paar glazen bier dronk.
Het was voor mij een genoegen deze man opnieuw te ontmoeten in zijn biografie. De vele details heb ik maar op de koop toe genomen, ik heb ook wel eens enkele alinea's overgeslagen, maar er is heel veel dat ik wel in Opbouw door zou willen geven.
Misschien kom ik er nog eens op terug; in elk geval hoop ik nog eens ruimte te vragen voor enkele gedichten. Laat ik nu iets overschrijven dat mij heeft getroffen omdat het me heel sterk heeft doen denken aan het levenseinde van mijn beste vriend.

Zijn sterven
De Rooms-Katholieke kerk kent het sacrament der stervenden, nauw verwant met wat bij ons de ziekenzalving wordt genoemd.
De geestelijke die het bediende. heeft erover geschreven: ‘Het was een aangrijpend gebeuren. Toon was een diepgelovig, ouderwets katholiek mens en dus sprak hij een ouderwetse oorbiecht in mijn oor. Hij vertelde me rustig en uitvoerig zijn levensverhaal.
Geen zweem van angst of wroeging. Hij vreesde Gods oordeel, noch de dood. Daarna werd zijn doodzieke lichaam gezalfd met olie in de naam des Heren. Daarna nuttigden wij allen het lichaam van Christus. En toen ging Toon als de oudtestamentische aartsvader op zijn bed overeind zitten en sprak ons allen toe, eerst zijn vrouw, toen zijn kinderen, tot slot zijn vrienden. Hij zegende ons en hij dankte ons. Hij was niet sentimenteel, niet droevig, ook niet plechtig; het was ...
indrukwekkend. We bleven bedremmeld zwijgen, toen hij was uitgesproken.
‘En nu’, zei hij, ‘er staan hier in de kast twaalf flessen goede wijn, die ik voor deze gelegenheid bestemd heb...’’ Het heeft toen toch nog twee maanden geduurd, voor het einde werkelijk daar was. In die tijd kreeg hij nog veel post. Ter afsluiting neem ik over wat Adriaan Roland Holst hem schreef: ‘Het kwam mij ter ore dat je de laatste reis gaat ondernemen en tevens op welke indrukwekkende wijze je blijk gaf, reisvaardig te zijn. Met deze weinige woorden neem ik afscheid van je. Ik zal altijd dankbaar blijven je te hebben gekend. Goede reis! van harte.’

‘Daarom, mijnheer, noem ik mij katholiek’.
Levensbeschrijving van Anton van Duinkerken, door Michel van der Plas.
Omvang 640 blz, prijs f. 89.50, uitgever: Anthos, Amsterdam.

T. Hoekstra, Zwolle

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief