Beeld van God

2000-06-09
  • Jaargang 44
  • nummer 12
Mensen maken zich graag een beeld van God. Maar de God van de bijbel laat zich niet vangen in profielschetsen die wij opstellen en waaraan God volgens ons zou moeten beantwoorden. Hij lacht om al die pogingen, die even futiel en zinloos zijn als de poging van koningin Victoria van Engeland om de storm onder de knie te krijgen. Een jaar voor haar dood bracht ze met haar jacht een bezoek aan Ierland.
Tijdens de terugtocht was de zee heel ruw. Toen de golven tegen het jacht beukten en het begon te stampen, ontbood ze haar lijfarts en beval hem: ga onmiddellijk aan dek en zeg de admiraal met mijn complimenten, dat dit niet meer mag voorkomen.
Maar de golven trokken zich niets van haar bevel aan.
Zo zijn ook alle menselijke pogingen om God om te vormen tot een handzaam formaat in wezen ridicuul.
Ze gaan ook voorbij aan het feit dat God zelf een beeld van zich gemaakt heeft. In de eerste plaats was dat de mens. God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis. Het was zijn bedoeling dat de engelen, als ze naar de mens keken, zouden zeggen: hij is precies God in zijn optreden.
Maar daar kwam de klad in. De mens heeft dat beeld grondig verstoord.
Maar toen zond God zijn Zoon. Hij is het beeld van de onzichtbare God (Kol. 1:15), de afdruk van zijn wezen (Hebr. 1:3). Jezus kon dan ook zeggen: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.
En het wonder is, dat wie in Hem gelooft, weer iets zichtbaar gaat maken van God. Want hij wordt vernieuwd naar het beeld van zijn Schepper (Kol. 3:10). Wij mogen in ons doen en laten in deze wereld iets van God zichtbaar maken. We hoeven geen beeld van Hem te maken. We mogen zijn beeld zijn.

M.R. van den Berg, Assen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief