Valse leer

2000-07-07
  • Jaargang 44
  • nummer 14
Wij denken vaak dat valse leer ontstaat op studeerkamers.
Dat is niet juist.
Valse leer komt voort uit het hart dat weigert te leven naar Gods wil.
Natuurlijk wordt die weigering dan met een mooi verhaal, een prachtige theorie, opgepoetst. Zo was het met de profetes Izebel in Thyatira, die de mensen o.a. verleidde tot hoererij (Openb. 2:20-25).
Ze had een prachtige theorie: als christenen moet je de diepten van de satan leren kennen. Je moet diep in de zonde duiken, want dan pas zie je hoe groot je verlossing is. Als je God maar vasthoudt, kan dat alles geen kwaad. Dat was een theorie die niet in de studeerkamer van mevrouw Izebel ontstaan was, maar in haar slaapkamer, in haar weigering om op sexueel gebied te breken met de heidense levensstijl.
Ook Petrus spreekt op die manier over dwaalleraars en valse profeten (2 Petr. 2). Hij gaat hun leer niet met argumenten te lijf. Hij gaat niet met hen in debat, maar stelt hun zonden (losbandigheid, hebzucht, begeerte naar overspel, geldzucht) aan de kaak (vss. 2:2,3,13,14). Natuurlijk hebben ze voor dat alles mooie theorieën. Maar dat zijn verzonnen redeneringen (vs. 3). Daar draait het niet om. Hun zonden vormen de kern.
Die willen ze niet loslaten.
En dan verzinnen ze een mooie theorie die ervoor moet zorgen dat wat zonde is, geen zonde meer lijkt. Ook vandaag gonst het van allerlei dwaalleer die haar oorsprong niet vindt in de studeerkamer maar in de slaapkamer of in de portemonnaie of in puur egoïsme. Trap er niet in, zegt Petrus. Ga niet argumenteren.
Het is dwaas te argumenteren over het voor en tegen van de zonde. Bij zonde is maar één houding goed. Je moet er uit de buurt blijven, ertegen vechten, je ervan bekeren.

M.R. van den Berg, Assen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief