Tweeërlei verdriet
2000-07-21
De droefheid naar Gods wil brengt een onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood, schrijft Paulus in 2 Kor. 7:10.- Jaargang 44
- nummer 15
De droefheid der wereld heeft te maken met het besef dat er iets grondig mis is in deze wereld en in eigen leven en met de onmogelijkheid om daar fundamenteel iets aan te veranderen.
Besef van eigen schuld en allerlei schuldgevoelens kunnen daar ook aan ten grondslag liggen. Men kan er kapot van zijn. En men probeert er zelf mee in het reine te komen. Maar dat lukt niet. Het schuldgevoel wordt steeds groter. Het vreet aan het leven en knaagt aan het hart en uiteindelijk gaat men er letterlijk aan ten onder.
Judas was zo'n man. Hij was geen onverschillige kerel. Toen hij Christus verraden had, zag hij zijn schuld levensgroot voor zich en hij had er last van. Hij probeerde eraf te komen en smeet het geld dat hij voor zijn verraad gekregen had, over de tempelvloer in een poging zijn schuld af te werpen. Maar het lukte niet. Die schuld bleef op hem drukken en maakte hem wanhopig, zo wanhopig dat hij zelfmoord pleegde. De droefheid van de wereld brengt de dood.
Een mens kan zichzelf niet bevrijden van zijn schuld. Bij elke poging daartoe moet hij constateren dat hij faalt en zijn schuld vergroot. Een mens moet ervan bevrijd wórden, door God. Droefheid naar Gods wil is: met je schuld, je jammerlijke mislukkingen, je vastgelopen leven, je wanhoop en angst naar God toegaan en tot Hem zeggen: ik heb het helemaal verprutst. Wees me genadig. En dan is God genadig. De droefheid naar God brengt niet de dood maar het leven.
M.R. van den Berg, Assen