Dromer
2000-08-04
Ze bezoekt al twee jaar mijn lessen en al twee jaar ergert ze zich aan mijn dagopeningen.- Jaargang 44
- nummer 16
Het gekke is, ze is net zo Nederlands Gereformeerd als ik en ze merkt ook wel dat ik christen ben.
Maar zo anders dan haar traditie haar leerde. Terwijl ze maar drie dorpjes van mijn stad woont.
Ze zit meestal in een hoekje bij het raam. Tactisch plekje, goed overzicht met rugdekking, maar vooral prettig omdat er links en rechts vriendinnetjes van haar zitten. Verontrust bewegen vier paar hoofden verticaal op en neer als zij mij vermanend aanroept. Een heftig horizontale beweging treedt op als ik weer eens wat buitensporig klink. Ze ergert zich vooral aan mij als ik negatief over het kerkmensengedrag praat en in een adem door positief praat over Gods gedrag.
Ik vind haar grappig. Ze is vasthoudend en ze is eigenwijs. Ze ziet de humor er ook wel van in. Vaak hebben we pas een goed gesprek na de les. Soms pas een paar dagen later. Ze heeft dan (gaf ze ooit blozend toe) eerst twee dagen naar argumenten gezocht.
En dan krijgt ze verkering met een leuke gozer. Ik kan het weten want hij zit in een parallelklas.
Hij is serieus en het lijkt echt wat te worden. Hij is vrijgemaakt maar dat geeft niet vinden ze allebei.
Een half jaar later komt ze op een middag bij mijn lokaal aanwaaien. Na wat heen en weer praten komt de aap uit de mouw. Ze wil met mij praten over de verkering.
Ik luister.
De verontwaardiging waarmee ze ooit mijn denkbeelden aanhoorde is weer in haar ogen te zien als ze het volgende vertelt:
"Mijn ouders vinden dat vrijgemaakte jongens best wel goed kunnen zijn, en mijn vriend accepteren ze echt. Ze vinden wel dat we Nederlands Gereformeerd moeten worden, want als we uit de kerk gaan en naar de Vrijgemaakten gaan, dan vindt mijn moeder dat ik hun opvoeding afwijs. Het is niet goed om uit je kerk te gaan als je weet dat het een goede kerk is waar je nu bent.
En (nu spuiten haar ogen vuur) bij mijn vriend zeggen ze thuis precies hetzelfde! Nou ja zeg, wat we ook doen, het is dus altijd fout. Er zal altijd één familie zijn die zich vreselijk boos, teleurgesteld en verdrietig voelt als wij samen naar de andere kerk zullen gaan. Wat moeten we nu?"
Ik kan ze ‘De vrijmaking in het vuur aanbevelen’ of ‘Een kerk ging stuk’, of het werkje ‘Welke kerk ging stuk…’
Ik kan ze vertellen hoe ziek ik word van al die kerkelijke zwaarwichtigheid.
Ik kan haar vertellen dat hun beide ouderparen God op hun blote knietjes zouden moeten danken dat hun kind een christen als partner vond.
Ik stel haar iets ondeugends voor.
"Nodig allebei je wijkouderling uit en vraag of ze het volgende probleem willen oplossen. "Wij hebben elkaar lief, hebben elkaar uit Gods hand ontvangen en willen samen in één kerk door het leven. Wij willen geen van beide ouderparen kwetsen of teleurstellen.
Beider kerkenraden, wilt u zich bezinnen op de pastorale zorg en begeleiding die onze ouders nodig hebben; immers u beiden draagt pastorale verantwoording in deze zaak.
Onze ouders hebben dit denken namelijk van uw raad doorgegeven gekregen..
Potje breken potje betalen.
O ja, zeg ik haar nog: Vraag beide wijkouderlingen steeds contact met elkaar te houden en zeg maar dat jullie voor de verloving van beide kerkenraden een duidelijke oplossing verwachten.
Ze kijkt me een tijdje aan. Ze grinnikt.