Het verhaal van de pelgrim
2000-06-23
Er liep een pelgrim door de stad. Hij was op weg naar God en zocht een gids om hem de weg te wijzen.- Jaargang 44
- nummer 13
Bovendien wilde hij de reis samen met een ander maken. Je kunt toch niet in je eentje voor de Almachtige verschijnen?
De pelgrim klampte iedereen aan, die hij tegenkwam.
‘Weet u een gids voor mij, die mij de weg naar God kan wijzen?’ De mensen keken hem verbaasd aan. Wat een rare snuiter was dat. Wie zoekt nu een gids op weg naar God? Iedereen maakt tegenwoordig toch zèlf uit, hoe hij bij God komt? Ze verwezen hem maar naar de VVV. Dus ging de pelgrim daarheen.
Op de bedelaar aan de kant van de weg sloeg hij geen acht.
‘Ik ben op weg naar God. Weet u misschien een gids voor mij?’ Nee, bij de VVV wisten ze er geen. Van de dingen van deze wereld wisten ze alles: hotels, theaters, musea, zelfs coffeeshops en bordelen. Maar God?
Nee, ze hadden wel eens van Hem gehoord, maar een gids naar Hem kenden ze niet.
‘Probeert u het eens bij het stadhuis.’ Dat leek de pelgrim een goed idee. De overheid weet immers alles. Er is niets wat aan de aandacht van de overheid ontsnapt.
Er zou dus op het stadhuis vast wel iemand zijn, die wist waar hij een gids naar God kon vinden. Dus ging de pelgrim daarheen.
Op de bedelaar aan de kant van de weg sloeg hij geen acht.
De ambtenaar op het stadhuis moest hem teleurstellen.
‘Nee, meneer, u loopt achter.
Er is vandaag de dag een scheiding tussen kerk en staat. De overheid doet niet meer aan godsdienst.
Voor de overheid bestaat God, om zo te zeggen, niet meer. Niet dat wij het bestaan van God ontkennen.
O nee, de overheid is niet atheïstisch, maar neutraal.
Wij doen ambtshal ve gewoon of God er niet is. Wij ontkennen Hem niet, maar negeren Hem.
Voor een gids moet u echt bij iemand anders zijn.
Weet u wat? Probeert u het eens bij de kerk.’ Dat vond de pelgrim een goed idee. Als hij ergens een gids naar God zou kunnen vinden, dan toch wel in de kerk. Daar waren de mensen immers voortdurend op zoek naar God? Dus ging de pelgrim daarheen. Op de bedelaar aan de kant van de weg sloeg hij geen acht.
Toen de pelgrim de kerkbinnenkwam, bleek de zaal tot zijn verbazing helemaal leeg te zijn. Wat was dat nu? Waar waren de kerkmensen? Het gebouw was prachtig, maar er was niemand.
Buiten vroeg hij aan een voorbijganger, waar hij iemand van de kerk kon vinden.
‘Er komt hier nooit iemand, meneer. De -mensen van de kerk zitten altijd te vergaderen. Kijkt u eens in het wijkgebouw hiernaast.’ De voorbijganger had gelijk. De gelovigen zaten in het wijkgebouw te vergaderen over de vraag, hoe zij hun prachtige kerkgebouw in stand konden houden. Op de vraag van de pelgrim of iemand van hen als gids met hem mee wilde naar God, antwoordden ze beleefd maar afwijzend. Ze zouden wel willen, maar ze hadden geen tijd. De agenda moest nog worden afgewerkt en het gebouw had een restauratiebeurt nodig. Of hij misschien een andere keer terug kon komen.
De pelgrim was verbijsterd.
Was de kerk niet de plaats waar men zei, God te aanbidden? Hoe kon het nu, dat daar niemand was die hem de weg naar God kon wijzen? Teleurgesteld verliet hij de kerk.
Toen viel zijn blik op de bedelaar aan de kant van de weg. Hij ging zwijgend naast hem zitten. De dag was te veel voor hem geweest. Hij voelde zich eenzamer dan ooit.
‘Dag mijn zoon, ik had je al verwacht.’ De pelgrim keek verbaasd op. Wie was deze man?
‘Wie bent u? Hoe kent u mij?’ ‘Ik ben de gids naar God.
Ik heb jarenlang in de kerk gezeten, maar er was daar nooit iemand die mij nodig had. Van vergaderen had ik geen verstand, en het kerkgebouw was voor mij al mooi genoeg.
Maar toen ik bleef aandringen om mee naar God te gaan, hebben ze mij de kerk uitgewerkt. Ik moest mijn mond houden, anders kwamen ze niet door de agenda heen. Zo ben ik werkloos geworden en tot de bedelstaf geraakt.
Ik ben blij dat u er bent.
Zullen we gaan?’ Spoedig daarna kwam de pelgrim samen met zijn gids aan op zijn bestemming bij God. Hij was niet eenzaam meer. Maar in de stad vergaderden nog altijd de kerkmensen over de restauratie van hun prachtige gebouw. Aan de pelgrim dacht niemand meer, evenmin aan de gids.